Showing posts with label Filosofisch Elftal. Show all posts
Showing posts with label Filosofisch Elftal. Show all posts

4.2.09

Horen goden in de politiek?

In de Trouw van vandaag staat een nieuwe aflevering van het filosofisch elftal. Met Ger Groot ga ik daar in discussie over de nieuwe behoefte aan helden in de politiek.


Rond de eeuwwisseling werd ‘het eind van de ironie’ afgekondigd. Bijna tien jaar later, met Barack Obama in het Witte Huis, verlangen we naar onvervalste helden. Waar moet een held aan voldoen?

De Amerikaanse president Barack Obama plaatst zichzelf zonder enige relativering in de lijn van grote historische figuren zoals Washington en Lincoln. Hij schaamt zich er niet voor, en hij wordt er evenmin op aangevallen.

Volgens Ger Groot is dit tekenend voor onze behoefte aan ‘morele helden’. ,,Tot voor kort hielden we ons het liefst bezig met het ironiseren en het deconstrueren van helden. We toonden bij voorkeur de achterkant van het heldendom, alles wat ook maar het aanschijn had ‘hoog en edel’ te zijn, moest naar beneden worden gehaald, ontmaskerd en geridiculiseerd. Dat is voorbij.

We spreken onze bewondering uit en spiegelen ons aan ‘helden van de geest’, zoals Calvijn. Grote historische figuren zoals hij en zelfs heiligen – ‘helden des geloofs’ – staan weer volop in de belangstelling.”

De hang naar helden past volgens groot bij ‘onze staat van morele herbewapening’. ,,Die is al langer aan de gang, maar de huidige economische crisis werkt er zeker niet remmend op. Al in het jaar 2000 kondigde de Amerikaanse schrijver Dave Eggers ‘het einde van de ironie’ af. Nu ontvouwt zich de apotheose van die tendens: de terugkeer van het heldendom.”

Bart Jan Spruyt beaamt deze observatie: ,,Ook in Nederland hebben we behoefte aan het overwinnen van de verdeeldheid die heerst sinds de moord op Pim Fortuyn en de moord op Theo van Gogh. Het harde, vileine, boosaardige debat over de Nederlandse identiteit en over de vermeende islamisering. Er is behoefte aan een nieuwe charismatische politicus, een groot talent, een virtuoos. Hij moet in staat zijn om in glasheldere taal tegenstellingen te overbruggen en een nieuw idee van Nederland te formuleren.
Veel Nederlanders hebben zoiets bij Pim Fortuyn ervaren. Bij Obama gebeurt het opnieuw. Maar bij ons keert intussen de middelmatigheid terug in de politiek. Het opportunisme bovendien, en als gevolg daarvan mogelijk het cynisme. Terwijl we daar juist klaar mee zijn: mensen hebben genoeg van de ‘Maarten van Rossem-benadering’: ‘het deugt niet, het kan niet, het zal nooit wat worden’.”

Waar moet een held eigenlijk aan voldoen? Groot: ,,Een held is iemand die uitzonderlijke, prijzenswaardige dingen doet. Hij verricht res gestae, heldendaden. Bij Homerus en in andere mythische vertellingen gaat het er niet zozeer om wie de held is, maar om wat hij doet.”

Spruyt: ,,Dat lijkt me iets wat Obama in zijn oren zou mogen knopen.”

Groot: ,,Inderdaad, zij het dat die daden meestal gewelddadig van aard waren. Simson, Hercules, Ajax, allemaal krachtpatsers. Odysseus, held van de tweede generatie, is een van de eersten die niet uitblinkt in kracht, maar in slimheid. Toch is hij beslist geen morele held. Hij gebruikt zijn intellect om anderen te bedriegen. Wij zouden hem maar een sjoemelaar vinden.

Onder invloed van het christendom wordt de held vervolgens een naar binnen gekeerd persoon. Heiligen gaan een soort heldenrol vervullen. Antonius (vierde eeuw na Christus) verslaat bijvoorbeeld als een held de demonen die hem belagen. In de Middeleeuwen duiken nog wel wat ouderwetse mannetjesputters op, bijvoorbeeld in de diepste lagen van de Arthur-sage. Maar ook daarin is vanaf de twaalfde, dertiende eeuw een grotere verfijning zichtbaar. De helden krijgen betere omgangsvormen, ten aanzien van de dames en zo.

Een belangrijk nieuw element van het heldendom was de zelfbeheersing. Een van de beproevingen van de held in de hoofse literatuur is dat hij zijn vrouw – van wie hij welhaast de halfzachte slaaf is geworden – wel mag zien, maar niet mag aanraken.

Gaandeweg ontstaat dan het beeld van de geestelijke held. Dat beeld wordt steeds moreler en het mondt uit in de ‘ridder zonder vrees of blaam’. Obama lijkt waarschijnlijk het meest op dit laatste type. Hij is iemand die op een volstrekt geïdealiseerde wijze het goede belichaamt. Momenteel is er geen ondeugd op hem van toepassing. Hij is in alle opzichten de voortreffelijkheid in persoon, heilige en held ineen. Een bovenmenselijk perspectief.”

Spruyt: ,,Dat klopt en dat is een zeer zorgelijk en onwenselijk gegeven. De adorerende verdwazing die nog steeds rond de persoon van Obama hangt, hoort niet thuis in de politieke arena. Het is geen probleem als mensen een muzikant of sporter adoreren, maar als een politicus verafgood wordt, is dat riskant en beangstigend.
Obama heeft zijn heldendom te danken aan zijn kleurloosheid, zoals meer populaire helden. Hij is een man zonder identiteit en karakter; hij is niet zwart en niet wit, niet christelijk en niet niet-christelijk. Hij is een leeg vel papier en hij sprak tot nu toe uitsluitend in poëtische taal over hoop en verandering, zodat bijna iedereen dat blad met de meest uiteenlopende verwachtingen vol kon tekenen. Maar een nieuwe president kan onmogelijk de economische crisis, de conflicten in het Midden-Oosten én het klimaatvraagstuk oplossen. Dat suggereert hij wel en dat is vragen om ellende en teleurstelling.”

De invulling van ‘heldendom’ kan soms per regio verschillen. Premier Erdogan van Turkije werd vorige week als een held onthaald in zijn eigen land, nadat hij op een conferentie in Davos de Israëlische president Peres een uitbrander had gegeven over Gaza.

Groot: ,,In de ogen van zijn aanhangers was Erdogan een held omdat hij als David tegen Goliath was opgestaan, de gangbare manier waarop de Arabische wereld de verhouding tussen Israël en haar buurlanden omschrijft. Een merkwaardige omkering van zaken.”

Spruyt: ,,Erdogan wist: als ik in deze setting mijn tegenstander verbaal tuchtig en daarna boos wegloop, maak ik me heel populair bij een groot deel van mijn bevolking en in de Arabische wereld. Terwijl echt heldendom het tegendeel is van populisme: vastberaden de moeilijke, lange weg gaan in plaats van snel en makkelijk scoren. Als hij gezegd had dat hij begrip had voor de Israëlische zelfverdediging, dan was hij een held geweest.”

Groot: ,,Iemand die bereid is om te praten met de vijand – dat is in hedendaagse termen pas echt heldhaftig. De moderne held moet ook altijd zichzelf overwinnen.
Ofwel de angst voor het feit dat de ander sterker is, ofwel: hij moet zijn eigen superieure fysieke kracht overwinnen door die niet in te zetten.”

7.10.08

Crisis bedreigt democratie

Wat kunnen denkers zeggen over de actualiteit? Tweewekelijks spreekt Trouws Filosofisch Elftal zich uit. Vandaag: Hoe staat het met het democratische gehalte van de Amerikaanse presidentsverkiezingen?

door Marc van Dijk
Trouw, 1 oktober 2008

De nieuwe president van de Verenigde Staten treedt aan met de grootste schuldenlast ooit. Hij moet rigoureus bezuinigen en waarschijnlijk belastingen aanzienlijk verhogen. Maar Obama noch McCain heeft dat in zijn verkiezingsprogramma staan. McCain belooft lastenverlaging, Obama zaken die de overheidsuitgaven nog opjagen. Na hun inauguratie kunnen ze hun economische plan het raam uitgooien, zei een voormalig regeringsadviseur onlangs. Is hiermee niet het einde van de democratie in zicht? Als de inhoud van een campagne zo weinig met de realiteit te maken heeft, waarvoor wordt de kiezer dan überhaupt nog geraadpleegd?

Sabine Roeser vindt het kwalijk. „Ik kan ook luchtkastelen bedenken en zaken voorspiegelen die onbetaalbaar zijn. Het is absoluut zaak dat beide kandidaten laten weten welke consequenties de financiële crisis heeft voor hun programma’s.”

Bart Jan Spruyt: „Het is inderdaad opvallend dat de kandidaten dat niet doen. Als dat zo blijft, is dat niet eerlijk tegenover de kiezer. Maar ze kunnen er op den duur niet omheen, want alles wat ze tot nu toe hebben gezegd was gebaseerd op drijfzand.

„Voor Nederland geldt trouwens ongeveer hetzelfde. Oud-minister van financiën Onno Ruding zei zaterdag dat de rijksbegroting voor 2009 gezien de laatste ontwikkelingen bij het oud vuil kan. Een begroting waarmee de Tweede Kamer twee weken geleden heeft ingestemd, is inmiddels achterhaald door de werkelijkheid. Als de regering daar geen verantwoording over aflegt, kunnen we zeggen dat die hele toestand ook één grote poppenkast is geweest. Maar bij de financiële beschouwingen van deze week zullen onze wakkere volksvertegenwoordigers het kabinet ongetwijfeld het vuur aan de schenen leggen.”

Plato zei: elke democratie is gedoemd tot verval, want politici omzeilen pijnlijke maatregelen en praten het volk naar de mond. Is dat wat we nu zien?

Spruyt: ,,Nou, het lijkt er vooralsnog niet op dat de kandidaten de kiezers doelbewust misleiden. Maar de democratie staat wel onder druk, zowel in de VS als in Nederland. Dat komt doordat veel politici geen samenhangende maatschappijvisie meer hebben waarvoor ze de kiezer warm maken. Ze inventariseren liever wat de kiezer wil, en baseren daarop hun programma. Met dit populisme degraderen ze zichzelf tot doorgeefluiken van de bevolking.

„Hebben ze wel een visie, dan levert die niet zomaar een uitvoerbaar programma op. Er is in de VS geen ruimte voor belastingverlaging en ook niet voor een nieuw stelstel van gezondheidszorg. Ook gebroken beloftes ondermijnen de democratie.

„Daarbij: de bureaucratische werkelijkheid is niet gelijk aan de politieke. Ambtenaren runnen meerjarige projecten. Een ministerie is als een trage mammoettanker met een verre bestemming, een politicus is hoogstens een toevallig passerende kapitein die de koers een paar graden kan verleggen. Een politicus kan minder uithalen dan veel verkiezingsretoriek wil doen geloven.

„Nederland kent een extra hindernis: coalitievorming. Inde VS is er tenminste een winnaar. Hier weet je nooit wat je krijgt. Als je gecharmeerd was van de centrum-rechtse Balkenende-kabinetten, en je stemde op hem, kan hij zomaar met jouw stem over links gaat. Die lui gaan volgens hun eigen logica bij elkaar zitten en sluiten dan ook nog eens compromissen waardoor van alle beloftes hooguit een verwaterde substantie overblijft.”

Roeser: „Qua dynamiek en diversiteit biedt ons model meer mogelijkheden. Wie weet dat er in de VS ook nog twee andere kandidaten zijn: Ralph Nader en Bob Barr? De twee grote partijen azen op dezelfde gematigde kiezers en nemen zo voortdurend elkaars issues en standpunten over. Terwijl ze een echt andere zienswijze, zoals die van de onafhankelijke kandidaten, niet eens bespreken. De campagnebudgetten bepalen wie de aandacht krijgt. En de sponsoren die deze budgetten genereren, beïnvloeden de agenda.”

Spruyt: „In Amerika heb je meer te kiezen; niet alleen het staatshoofd, maar ook de burgemeester en de sheriff. Dus de Amerikaanse democratie is nog altijd een stuk gezonder dan de Nederlandse.”

Roeser: „Dat lijkt me niet. Alle problemen waar de democratie klaarblijkelijk mee te kampen heeft, treden alleen maar vaker op als je vaker moet stemmen. Want juist op het moment dat je de burgers gaat raadplegen, ligt het gevaar van populisme het meest op de loer.”

Spruyt: „Welnee, het Amerikaanse systeem zorgt ervoor dat een politicus met zijn water naar de kiezer moet, en moet uitleggen wie hij is, wat hij van de situatie vindt en wat zijn plannen zijn. Hij moet dus verantwoording afleggen en kan worden afgerekend op zijn woorden. Kom daar in Nederland maar eens om.”

Roeser: „De burger heeft eerder te veel dan te weinig te kiezen. In onze technologisch hoogstaande samenleving kun je niet meer van burgers verwachten dat ze zich overal in verdiepen om een gefundeerd oordeel te vellen. Neem de Europese grondwet. Bijna niemand, in elk geval bijna geen leek, kon die lezen en begrijpen. Maar we moesten ons er wel over uitspreken. Het resultaat was dat er over iets heel anders werd gestemd dan over de voorliggende wet.”

Wat is het alternatief? Roeser: „Volgens mij is er maar één remedie tegen een verdere toename van het populisme: deliberative democracy. Dat is een politiek-filosofische beweging die methodes ontwikkelt om de democratie terug te brengen tot dat waar het eigenlijk om zou moeten gaan: diepgaand debat in plaats van opinieonderzoeken. We moeten niet achterhalen hoeveel mensen ergens voor of tegen zijn, zoals Rita Verdonk doet met haar website, maar zoeken naar de beste oplossingen, en die voor het voetlicht brengen.

„Mensen zijn nog steeds behept met het vermogen om een overtuiging te veranderen door een goed argument. Er moeten debatten komen waar debatleiders kandidaten dwingen om argumenten te brengen, in plaats van fraaie slogans. We zouden alleen moeten stemmen over grote, fundamentele zaken. En daar zouden we dan eerst veel uitgebreider en diepgaander over moeten delibereren.”

Spruyt: „Dat is een puur procedurele oplossing. Maar de enige remedie is inhoudelijk, en bestaat hierin dat burgers door een goede opvoeding en goed onderwijs de simplistische verleidingen van demagogische politici kunnen weerstaan.”

*) Verschenen in Trouw, 1 oktober 2008.

6.8.08

Obama zal teleurstellen

Sinds deze week maak ik deel uit van het "Filosofische Elftal" van TROUW dat tweewekelijks filosofische perspectieven biedt op de actualiteit. Mijn eerste bijdrage, opgetekend door Marc van Dijk, ging over Obama:

Wat kunnen denkers zeggen over de actualiteit? Tweewekelijks spreekt Trouws Filosofisch Elftal zich uit. Vandaag: Barack Obama wordt de hemel in geprezen. Een hoopgevende ontwikkeling of laten wij ons verblinden?
door Marc van Dijk

Als Barack Obama niet de 44ste president van de Verenigde Staten wordt, kan hij altijd nog de eerste president van Europa worden. De Democratische kandidaat was hier al populair; na zijn rede in Berlijn kan hij werkelijk niet meer stuk. Hij heeft de allure van een Messias, met zijn charisma, smetteloze levensverhaal en boodschap van hoop en vrede.

Zijn gebed dat geheel tegen de joodse regels in uit de Klaagmuur werd getrokken, versterkt die suggestie: ’Heer, bescherm mijn gezin en mij. Vergeef mij mijn zonden en behoed mij voor hoogmoed en wanhoop. Geef mij de wijsheid om te doen wat rechtvaardig en goed is. En maak mij tot een instrument van Uw wil.’

„Een bijzonder mooi gebed”, vindt Bart Jan Spruyt. „Maar ik hoop dat Obama niet gaat geloven dat hij de Messias is. Dan gaat het altijd fout.”

Spruyt (1964) is een nieuwe speler in het Filosofisch Elftal. Hij is historicus en publicist. Hij was directeur van de Edmund Burke Stichting, een conservatieve denktank. De eerste helft van 2006 was hij medewerker van Geert Wilders, maar hij verliet diens PVV na onenigheid over de centrale rol en het uiteindelijke gedachtegoed van Wilders. Spruyt is onder andere columnist van Elsevier.

Schuilt er een gevaar in de schoonheid van de woorden van Obama? Spruyt: „Retoriek van een Democraat is altijd gevaarlijk. Als een Republikein zich van retorische hoogstandjes bedient, zoals Ronald Reagan – ’It’s morning again in America’ – dan is dat mooi en onschuldig. Omdat conservatieven beseffen dat je met politiek maar heel weinig kunt bereiken. Dat politiek als kracht secundair is en cultuur primair.

Dat je als politicus een overzichtelijke agenda moet hebben – twee, drie punten, meer kun je niet realiseren in de beperkte tijd die je gegeven is. Bij Democraten ligt dat anders. Zij zijn links en geloven dus in een zegenrijke rol van de overheid op alle terreinen des levens en daarmee in een maakbare wereld. Als je pech hebt, gaan ze in hun eigen retoriek geloven.”

Ger Groot, docent wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, deelt Spruyts angst voor al te hooggestemde beloftes, maar ziet dit niet als een exclusief probleem van Democraten. „Barack Obama heeft een messianistisch imago, George W. Bush heeft helaas een messianistische politiek gevoerd. En dat heeft ons behoorlijk opgebroken. Maar getuigenispolitiek wil hoe dan ook nogal eens blind zijn voor de werkelijkheid. Wat dat betreft kun je beter een realpolitische leider hebben, iemand die nuchter blijft, dan een bevlogen idealist.”

Wat zijn de risico’s van idealisme? Groot: „Ten eerste: het ideaal dat wordt nagestreefd valt niet noodzakelijk samen met het jouwe, waardoor tegenstellingen alleen maar worden verscherpt in plaats van overbrugd. Ten tweede: als het ideaal wél samenvalt met dat van jou, dan is het nog maar de vraag waar het nastreven van dat ideaal in concreto toe leidt.

Een politicus is in eerste instantie iemand die haalbare doelstellingen moet nastreven. Iemand die onhaalbare dingen nastreeft, gaat in het beste geval de mist in en in het slechtste geval brengt hij rampen voort. George W. Bush is aardig in de buurt gekomen van het laatste.”

Obama wekt niet de indruk dat zijn idealisme snel tot oorlogszuchtigheid zal leiden. Groot: „Dat is waar. En hij lijkt meer multilateraal ingesteld te zijn. Maar daar moet je je niet al te veel illusies over maken. Een Amerikaanse president blijft toch een Amerikaanse president, die eerst en boven alles de belangen van de wereldmacht Amerika zal dienen. En dat is ook gerechtvaardigd.

Het zou al lang mooi zijn als Obama het unilateralisme van de afgelopen acht jaar zou vervangen door een multilateralisme, waarbij de rest van de wereld weer op voet van evenwaardigheid wordt bejegend door Amerika. Maar dat kan ook moeilijk anders, de lijn van Bush is doodgelopen. De situatie is een bijna absoluut dieptepunt, dus het kan er haast niet op achteruit gaan.”

Waarom zo zuinig? Is het niet mooi om ergens in te geloven?
Spruyt: „Zeker wel. Maar niet in Barack Obama. Tot op zekere hoogte is het wel begrijpelijk dat mensen verandering willen. Op de cover van The Economist stond vorige week het Vrijheidsbeeld afgebeeld: zittend op haar sokkel, de handen in het haar. Kredietcrisis, hoge olieprijs, eindeloze oorlog in Irak; Amerika verkeert in een deplorabele staat.

Maar ik vind het moeilijk te begrijpen dat mensen vervolgens blind vertrouwen op iemand die met een zekere charme, gevoel voor stijl en retorisch talent de gewenste verandering belooft, zonder te vertellen wat er precies moet veranderen en waarin het moet veranderen. Merkwaardig. Het doet mij denken aan iemand als Rita Verdonk, die het voortdurend heeft over daadkracht, zonder te vertellen waarin die daadkracht bestaat en wat ze ermee wil doen.”

Barack Obama heeft wél verteld wat hij wil: wereldburgerschap, eenheid, het afbreken van scheidsmuren. Spruyt: „Die haast holistische, new age-achtige boodschap maakt hem alleen maar ongeloofwaardiger. Hij sprak van ’de opdracht van wereldburgerschap’. We moeten grenzen slechten, angsten overwinnen, verschillen overbruggen.

Ook de onderlinge verschillen tussen rassen, naties en religies. En dan blijven er nog een paar problemen over, zoals het terrorisme en het klimaatprobleem, maar die lossen we samen wel op. Met andere woorden: hij gaat de wereld redden. Een tikje ambitieus, toch? De teleurstelling zit in het project-Obama ingeschapen. Hij is een romanticus in de politiek en die plegen hard te vallen.”

Anders dan Spruyt hoopt Ger Groot overigens wel dat Obama de race wint. Groot: „Alleen al omdat de Republikeinse partij het verdient om te verliezen. De partij heeft krankzinnige dingen uitgehaald. Bush is door een verkapte staatsgreep aan de macht gekomen en hij heeft door allerlei burgerlijke vrijheden te ondermijnen de democratie schade berokkend. Het zou wrang zijn als dat Republikeins wanbeleid zou worden beloond – al heeft dat niets met John McCain te maken. Daarnaast kan ik niet ontkennen dat ik grote sympathie heb voor Obama. Ik kan mij niet helemaal ontrekken aan zijn charismatische kracht.”

Daar heeft Spruyt geen last van. „De keuze voor Obama lijkt mij een ramp. Dan maar McCain. Maar inderdaad: eigenlijk zouden de Republikeinen eens flink moeten verliezen, zodat ze zich kunnen heroriënteren op hun politiek-filosofische wortels.”

*) Dit artikel (van Marc van Dijk) is vandaag verschenen in Trouw.