17.11.09
Radio
Beluister hier de uitzending van de zaterdagbijlage van VPRO's Avonden, waar ik een uur lang met Wim Brands (VPRO) in gesprek was over Als je eenmaal hebt liefgehad.
Tweede druk
Vandaag (woensdag) verschijnt ook de tweede druk van mijn boek over ds. J. T. Doornenbal (Als je eenmaal hebt liefgehad). Daar ben ik bijna een beetje beduusd van.
Frans
Mijn nieuwe column op de website van Binnenlands Bestuur gaat over de vraag waaraan het gelegen kan hebben wanneer premier Balkenende a.s. donderdag niet wordt gekozen tot eerste president van de Europese Unie (lees: vaste voorzitter van de Europese Raad). Omdat zijn Frans niet goed genoeg is?
Aanstaande donderdag is het dan zo ver. De Europese regeringsleiders gaan tijdens een extra ingelast diner bepalen wie de eerste president van de Europese Unie zal worden. De kansen van Balkenende lijken geslonken, en als hij het inderdaad niet wordt dan is eigenlijk nu al te begrijpen waar het aan gelegen heeft.
Er is een foto waarvan we achteraf kunnen zeggen dat die misschien wel profetisch is geweest, een foto die in ieder geval duidelijk heeft gemaakt wat het grote probleem rond de kandidatuur van premier Balkenende voor het presidentschap van de Europese Unie is geweest.
De foto is gemaakt tijdens een recente ontmoeting van de Europese regeringsleiders. Sarkozy zit achter zijn tafeltje, naast hem bukt Balkenende bij hem neer en hij maakt blijkbaar een grapje. Sarkozy en de man naast hem, zijn premier Francois Fillon, moeten in ieder geval lachen. Leuke actie dus van onze minister-president. Maar tussen Sarkozy en Balkenende in zien we een blonde vrouw die met Balkenende meebuigt om hem goed te kunnen verstaan. En vervolgens de woorden van Balkenende in het Frans te vertalen.
Het Frans van Balkenende is dus niet goed. Hij heeft een tolk nodig om zich in die taal, la plus belle langue, verstaanbaar te maken.
Ik zou de gedachte durven wagen dat dit gegeven een belangrijke, en misschien zelfs wel een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij de discussie over zijn kandidatuur. De cultuur van de Europese Unie is Frans en francofoon. De Fransen hebben vanaf het begin een leidende rol binnen de (voorlopers van de) Europese Unie gespeeld omdat het meer dan enig ander Europees land een gezamenlijke tegenmacht tegen de Verenigde Staten wilde vormen. De bestuurscultuur bij de Europese instituties – van de Commissie tot het parlement – is Frans: aristocratisch en hiërarchisch. Wie geen vloeiend Frans spreekt, kan het in Brussel vergeten. Alle pogingen om het Engels, als de lingua franca van de moderne wereld, als enige officieel geldende taal van de Europese Unie erkend te krijgen, zijn door de Fransen succesvol afgeslagen.
Het Nederlandse onderwijs is op geen enkele manier op deze realiteit afgestemd. Laten we ervan uitgaan dat het Engels van Balkenende behoorlijk is – al denken wij Nederlanders al gauw dat ons Engels behoorlijk is. Volgens zijn Duitse collega en politieke geestverwant Angela Merkel is Balkenende’s Duits ‘gut’ te noemen, al sprak ze dat wat zuinigjes uit. Balkenende deed het atheneum in Zeeland en studeerde daarna geschiedenis en rechten aan de Vrije Universiteit. Alhoewel de geestelijk vader der gereformeerden, Johannes Calvijn, uit het Noord-Franse Noyon kwam en hij in Genève, waar hij werkzaam was, Frans sprak en zijn boeken in het Frans (en het Latijn) schreef, hebben deze feiten geen stempel op het curriculum van de VU gedrukt.
Wat weet je eigenlijk wanneer je een jaar of zes rechten en geschiedenis aan de VU gestudeerd hebt? Dat weet ik niet precies, maar ik weet wel zeker dat het veel minder is dan wanneer je in Frankrijk aan een van de grandes écoles gestudeerd hebt, in het bijzonder aan de elite opleiding van de ENA (École nationale d’administration), waar toekomstige topambtenaren en politici worden opgeleid. Dit instituut, in 1945 door De Gaulle in het leven geroepen, is een van de symbolen van de Franse meritocratie en biedt haar streng geselecteerde studenten toegang tot de hoogste posities binnen de Franse staat.
Er is in Nederland niets dat met deze ‘grote school’ vergelijkbaar is. Is het om die reden dat Nederlanders slecht vertegenwoordigd zijn op hoge posities in de burelen van de Europese bureaucratie?
De grote uitzondering op het Nederlandse falen om internationale topposities te verwerven, was natuurlijk Jaap de Hoop Scheffer, die de afgelopen vijf jaar secretaris-generaal van de NAVO is geweest. Maar dat was geen kunst. Hij is getrouwd met Jeanninne, lerares Frans.
Aanstaande donderdag is het dan zo ver. De Europese regeringsleiders gaan tijdens een extra ingelast diner bepalen wie de eerste president van de Europese Unie zal worden. De kansen van Balkenende lijken geslonken, en als hij het inderdaad niet wordt dan is eigenlijk nu al te begrijpen waar het aan gelegen heeft.
Er is een foto waarvan we achteraf kunnen zeggen dat die misschien wel profetisch is geweest, een foto die in ieder geval duidelijk heeft gemaakt wat het grote probleem rond de kandidatuur van premier Balkenende voor het presidentschap van de Europese Unie is geweest.
De foto is gemaakt tijdens een recente ontmoeting van de Europese regeringsleiders. Sarkozy zit achter zijn tafeltje, naast hem bukt Balkenende bij hem neer en hij maakt blijkbaar een grapje. Sarkozy en de man naast hem, zijn premier Francois Fillon, moeten in ieder geval lachen. Leuke actie dus van onze minister-president. Maar tussen Sarkozy en Balkenende in zien we een blonde vrouw die met Balkenende meebuigt om hem goed te kunnen verstaan. En vervolgens de woorden van Balkenende in het Frans te vertalen.
Het Frans van Balkenende is dus niet goed. Hij heeft een tolk nodig om zich in die taal, la plus belle langue, verstaanbaar te maken.
Ik zou de gedachte durven wagen dat dit gegeven een belangrijke, en misschien zelfs wel een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij de discussie over zijn kandidatuur. De cultuur van de Europese Unie is Frans en francofoon. De Fransen hebben vanaf het begin een leidende rol binnen de (voorlopers van de) Europese Unie gespeeld omdat het meer dan enig ander Europees land een gezamenlijke tegenmacht tegen de Verenigde Staten wilde vormen. De bestuurscultuur bij de Europese instituties – van de Commissie tot het parlement – is Frans: aristocratisch en hiërarchisch. Wie geen vloeiend Frans spreekt, kan het in Brussel vergeten. Alle pogingen om het Engels, als de lingua franca van de moderne wereld, als enige officieel geldende taal van de Europese Unie erkend te krijgen, zijn door de Fransen succesvol afgeslagen.
Het Nederlandse onderwijs is op geen enkele manier op deze realiteit afgestemd. Laten we ervan uitgaan dat het Engels van Balkenende behoorlijk is – al denken wij Nederlanders al gauw dat ons Engels behoorlijk is. Volgens zijn Duitse collega en politieke geestverwant Angela Merkel is Balkenende’s Duits ‘gut’ te noemen, al sprak ze dat wat zuinigjes uit. Balkenende deed het atheneum in Zeeland en studeerde daarna geschiedenis en rechten aan de Vrije Universiteit. Alhoewel de geestelijk vader der gereformeerden, Johannes Calvijn, uit het Noord-Franse Noyon kwam en hij in Genève, waar hij werkzaam was, Frans sprak en zijn boeken in het Frans (en het Latijn) schreef, hebben deze feiten geen stempel op het curriculum van de VU gedrukt.
Wat weet je eigenlijk wanneer je een jaar of zes rechten en geschiedenis aan de VU gestudeerd hebt? Dat weet ik niet precies, maar ik weet wel zeker dat het veel minder is dan wanneer je in Frankrijk aan een van de grandes écoles gestudeerd hebt, in het bijzonder aan de elite opleiding van de ENA (École nationale d’administration), waar toekomstige topambtenaren en politici worden opgeleid. Dit instituut, in 1945 door De Gaulle in het leven geroepen, is een van de symbolen van de Franse meritocratie en biedt haar streng geselecteerde studenten toegang tot de hoogste posities binnen de Franse staat.
Er is in Nederland niets dat met deze ‘grote school’ vergelijkbaar is. Is het om die reden dat Nederlanders slecht vertegenwoordigd zijn op hoge posities in de burelen van de Europese bureaucratie?
De grote uitzondering op het Nederlandse falen om internationale topposities te verwerven, was natuurlijk Jaap de Hoop Scheffer, die de afgelopen vijf jaar secretaris-generaal van de NAVO is geweest. Maar dat was geen kunst. Hij is getrouwd met Jeanninne, lerares Frans.
14.11.09
Ds. Doornenbal bij VPRO Boeken
Vandaag was ik een uur lang te gast bij Wim Brands van het boekenprogramma van de VPRO. Het gesprek over mijn nieuwe boek over ds. J. T. Doornenbal is hier te beluisteren (3 uur en 5 minuten na het begin van de uitzending).
9.11.09
9 november: val van de Muur
Mijn nieuwe column op de website van het weekblad Binnenlands Bestuur gaat over de val van de Muur, vandaag twintig jaar geleden.
Het kan niemand zijn ontgaan want de aandacht in de media is overweldigend geweest: twintig jaar geleden viel de Muur die Oost- en West-Berlijn gescheiden hield en daarmee de communistische wereld en het vrije Westen. Met de val van de Muur kwam er een einde aan de Koude Oorlog. Waar die val het begin van was, is nog steeds niet duidelijk.
Als je met jongeren aan de praat raakt over de Koude Oorlog, is het altijd moeilijk iets van het levensgevoel uit de jaren tachtig over te dragen. Dat het bij geschiedenis en aardrijkskunde op de middelbare school vooral over de Russische Revolutie ging, over dat rare land Rusland, over sovchozen en kolchozen en over de dreiging die van dat alles uit ging, is haast niet meer voor te stellen. Ook niet dat je soms in je schoolbank ineenkromp bij verhalen over de dreiging van een nucleair conflict. Another brick in the wall van Pink Floyd was niet voor niets dé hit uit die jaren.
In oktober 1981, ik zat toen in de vierde klas van een Rotterdams lyceum, gingen we met werkweek naar Berlijn. Dat was zeer indrukwekkend: het bezoek aan checkpoint Charlie, het overschrijden van de grens naar Oost-Berlijn, de politiehokjes op de trottoirs van alle straten, het was van een beklemming die alleen door de lectuur van Bend Sinister van Vladimir Nabokov navoelbaar is (Het boek verscheen in 1947 en is in 1990 in het Nederlands vertaald onder de titel Gebroken schild.) Je moest geld wisselen, maar je kreeg ze niet op, die (als ik me goed herinner) 100 Oostduitse marken. Er was niets te koop, zelfs niet in de boekwinkels, waar alleen het verzameld werk van Lenin en Marx uitgestald stond.
Enkele jaren later, als dienstplichtig soldaat, kregen we al in onze eerste week op de kazerne een film te zien over de verzengende ravages die atoombommen aanrichten (opgenomen in een woestijn in de Verenigde Staten). De angstaanjagende film diende ons te motiveren om de Noordduitse hoogvlakte manmoedig te verdedigen op het moment dat de Russische horden – en dat kon elk moment gebeuren – ons land zouden willen binnenvallen.
De Muur viel in mijn studententijd. In Utrecht volgde ik destijds de colleges van Maarten van Rossem, die later erg beroemd zou worden, zó beroemd dat hij het zich nu kan permitteren om lijstduwer te worden voor de PvdA. Van Rossem gaf glasheldere colleges over geopolitieke ontwikkelingen. Dat de grote tweedeling in de wereld tussen het communisme en het vrije liberale Westen spoedig tot een einde zou komen, was al wel duidelijk. We wisten alleen niet hóe spoedig, en we wisten vooral niet wat er voor in de plaats zou komen: onoverzichtelijkheid die tot chaos en anarchie zou leiden?
De val van de Muur leek in ieder geval de definitieve triomf van kapitalisme en liberalisme te zijn. Jammer alleen, dat het boek dat de eerste grondige analyse van de wereldpolitieke omwenteling van twintig jaar geleden bood – Het einde van de geschiedenis en de laatste mens van Francis Fukuyama – ondanks de optimistische titel veel pessimistischer was dan de titel leek te suggereren. We waren in een nieuwe vrije en liberale wereld beland. Maar zou iedereen in die wereld aankomen, en zou iedereen die in die wereld aangekomen was, het er uithouden of zich gaan vervelen en die wereld weer verlaten?
We weten nu dat de islam deze wereld niet accepteert. Van de jaren negentig herinner ik me in dit verband vooral de overleggen in de Tweede Kamer over een nieuwe taak voor de NAVO. De suggestie dat de bestrijding van islamitisch radicalisme die nieuwe taak zou zijn, werd lacherig afgewezen als de smoes van een organisatie om de nieuwe wereldorde te overleven.
Twintig jaar na de val van de Muur zijn we eigenlijk nog steeds bezig om onze luiheid uit de jaren negentig te corrigeren.
Het kan niemand zijn ontgaan want de aandacht in de media is overweldigend geweest: twintig jaar geleden viel de Muur die Oost- en West-Berlijn gescheiden hield en daarmee de communistische wereld en het vrije Westen. Met de val van de Muur kwam er een einde aan de Koude Oorlog. Waar die val het begin van was, is nog steeds niet duidelijk.
Als je met jongeren aan de praat raakt over de Koude Oorlog, is het altijd moeilijk iets van het levensgevoel uit de jaren tachtig over te dragen. Dat het bij geschiedenis en aardrijkskunde op de middelbare school vooral over de Russische Revolutie ging, over dat rare land Rusland, over sovchozen en kolchozen en over de dreiging die van dat alles uit ging, is haast niet meer voor te stellen. Ook niet dat je soms in je schoolbank ineenkromp bij verhalen over de dreiging van een nucleair conflict. Another brick in the wall van Pink Floyd was niet voor niets dé hit uit die jaren.
In oktober 1981, ik zat toen in de vierde klas van een Rotterdams lyceum, gingen we met werkweek naar Berlijn. Dat was zeer indrukwekkend: het bezoek aan checkpoint Charlie, het overschrijden van de grens naar Oost-Berlijn, de politiehokjes op de trottoirs van alle straten, het was van een beklemming die alleen door de lectuur van Bend Sinister van Vladimir Nabokov navoelbaar is (Het boek verscheen in 1947 en is in 1990 in het Nederlands vertaald onder de titel Gebroken schild.) Je moest geld wisselen, maar je kreeg ze niet op, die (als ik me goed herinner) 100 Oostduitse marken. Er was niets te koop, zelfs niet in de boekwinkels, waar alleen het verzameld werk van Lenin en Marx uitgestald stond.
Enkele jaren later, als dienstplichtig soldaat, kregen we al in onze eerste week op de kazerne een film te zien over de verzengende ravages die atoombommen aanrichten (opgenomen in een woestijn in de Verenigde Staten). De angstaanjagende film diende ons te motiveren om de Noordduitse hoogvlakte manmoedig te verdedigen op het moment dat de Russische horden – en dat kon elk moment gebeuren – ons land zouden willen binnenvallen.
De Muur viel in mijn studententijd. In Utrecht volgde ik destijds de colleges van Maarten van Rossem, die later erg beroemd zou worden, zó beroemd dat hij het zich nu kan permitteren om lijstduwer te worden voor de PvdA. Van Rossem gaf glasheldere colleges over geopolitieke ontwikkelingen. Dat de grote tweedeling in de wereld tussen het communisme en het vrije liberale Westen spoedig tot een einde zou komen, was al wel duidelijk. We wisten alleen niet hóe spoedig, en we wisten vooral niet wat er voor in de plaats zou komen: onoverzichtelijkheid die tot chaos en anarchie zou leiden?
De val van de Muur leek in ieder geval de definitieve triomf van kapitalisme en liberalisme te zijn. Jammer alleen, dat het boek dat de eerste grondige analyse van de wereldpolitieke omwenteling van twintig jaar geleden bood – Het einde van de geschiedenis en de laatste mens van Francis Fukuyama – ondanks de optimistische titel veel pessimistischer was dan de titel leek te suggereren. We waren in een nieuwe vrije en liberale wereld beland. Maar zou iedereen in die wereld aankomen, en zou iedereen die in die wereld aangekomen was, het er uithouden of zich gaan vervelen en die wereld weer verlaten?
We weten nu dat de islam deze wereld niet accepteert. Van de jaren negentig herinner ik me in dit verband vooral de overleggen in de Tweede Kamer over een nieuwe taak voor de NAVO. De suggestie dat de bestrijding van islamitisch radicalisme die nieuwe taak zou zijn, werd lacherig afgewezen als de smoes van een organisatie om de nieuwe wereldorde te overleven.
Twintig jaar na de val van de Muur zijn we eigenlijk nog steeds bezig om onze luiheid uit de jaren negentig te corrigeren.
7.11.09
Bij Andries Radio
Vanmorgen was ik te gast in het radioprgramma van Andries Knevel op radio 5, om te spreken over mijn boek over het christelijke conservatisme van ds. J. T. Doornenbal. De uitzending is hier te beluisteren.
Conservatief Café in de Sint-Jan
Afgelopen donderdagavond 5 november heb ik in een bijeenkomst van het Conservatief Café mijn nieuwe boek (Als je eenmaal hebt liefgehad) gepresenteerd. De bijeenkomst had plaats in de prachtige oude kerk van mijn woonplaats Gouda: de Sint-Jan. De avond was een feest. Veel oude vrienden en bekenden ontmoet in een welluidende sfeer van wellevendheid, met mooie toespraken van ds. Huib klink, Eddy Bilder en Menno de Bruyne. Het was een eer en een compliment dat er zoveel mensen waren, déze mensen, die eenzelfde zorg en liefde met elkaar delen.
Veel dank aan de organisatoren van het Conservatief Café: Wilco Boender, Rutger Schimmel en Frank Verhoef! Wilco Boender heeft op zijn website een uitvoerig verslag geplaatst, met verwijzingen naar verslagen in de media en naar andere websites.
Veel dank aan de organisatoren van het Conservatief Café: Wilco Boender, Rutger Schimmel en Frank Verhoef! Wilco Boender heeft op zijn website een uitvoerig verslag geplaatst, met verwijzingen naar verslagen in de media en naar andere websites.
3.11.09
Interview in HP/De Tijd over nieuwe boek
A.s. donderdagavond gaan we in de Sint-Jan in Gouda mijn nieuwe boek over het christelijke conservatisme van ds. J. T. Doornenbal presenteren. (U kunt zich hier nog aanmelden.) Op de website van HP/De Tijd staat sinds vanmorgen een interview met mij over de inhoud van het boek. U kunt dat interview hier lezen.
Verkiezingen!
Mijn nieuwe column voor Binnenlands Bestuur gaat over de vraag of er verkiezingen moeten komen wanneer premier Balkenende naar Brussel vertrekt. Het antwoord: jazeker, ook al vinden vrijwel alle partijen dat politiek niet zo opportuun. Maar angst voor een slechte uitslag mag het antwoord op de vraag of er verkiezingen moeten komen niet bepalen.
Hij gaat. De raadsadviseur voor constitutionele zaken van het ministerie van Algemene Zaken is zondagmiddag gesignaleerd in het Haagsche Bos, fietsend van het Binnenhof naar huis. Als er op zondag wordt gewerkt, dan vindt er dus koortsachtig overleg plaats over de staatsrechtelijke consequenties van het vertrek van Balkenende naar Brussel. En dat overleg voer je alleen als je ervan uitgaat dat hij inderdaad gaat.
En als Balkenende dan weg is, dan zou het CDA het liefst Maxim Verhagen als onze nieuwe minister-president naar voren schuiven. Achter hem zou dat andere Limburgse talent, Camile Eurlings, dan ook een paar stapjes op de ladder van de politieke macht kunnen klimmen. Twee rechtse limbo’s zijn dan uitstekend gepositioneerd om de PVV te gaan leegeten.
Maar zo zijn we toch niet getrouwd in dit land, zou ik zeggen. Het is uniek in de Nederlandse geschiedenis wanneer een premier tussentijds vertrekt. Ons staatsrecht geeft geen dwingende voorschriften over wat er in dat geval precies moet gebeuren. En zoals er geen schriftelijk vastgelegde regels voor deze situatie zijn, zo is er evenmin ongeschreven recht, simpelweg omdat een tussentijds vertrek van een premier zich zo zelden heeft voorgedaan dat er dus ook geen normen uit een in het verleden gegroeide praktijk kunnen worden afgeleid. Het is één keer eerder voorgekomen, in 1866 toen ‘eerste minister Meijer’ gouverneur-generaal van Nederlands-Indië werd, en het Nederlandse parlement barstte van verontwaardiging over deze ‘politieke immoraliteit’.
Er zijn gezichtspunten die ons tot de conclusie dwingen dat een tussentijds vertrek van Balkenende niet met wat geschuif met politieke stoelen kan worden opgevangen, en dat er echt verkiezingen moeten komen. Staatsrechtdeskundigen als Peter Rehwinkel en Menno de Bruyne hebben daar de afgelopen dagen op gewezen, onder andere verwijzend naar het proefschrift van de CDA’er Koekoek.
In de eerste plaats is Balkenende niet alleen de minister-president, maar bekleedt hij ook een functie die de afgelopen jaren aan zwaarte heeft gewonnen. Door de internationale ontwikkelingen is de premier niet alleen maar de eerste onder zijns gelijken. Als formateur heeft hij alle ministers en staatssecretarissen van zijn kabinet aangezocht en gekeurd, hij heeft voor zijn regeringsploeg verantwoording afgelegd in het parlement, en iedere maandagmiddag is hij het die als regeringsleider overleg voert met ons staatshoofd, de koningin. Hij is de naamgever van het kabinet, hij is beeldbepalend, en hij spreekt in goede en slechte tijden namens zijn kabinet het volk toe.
Als de architect en voorman van een kabinet vertrekt, dan kan men niet overgaan tot de orde van de dag. Het is ondenkbaar dat dat vertrek niet zou worden gevolgd door verkiezingen.
Dat wil de huidige coalitie natuurlijk niet, omdat zij er in de peilingen slecht voor staan, en verkiezingen vooral voor de PVV van Geert Wilders in de kaart zullen spelen. Wordt het land dan niet onregeerbaar en dat in een tijd waarin forse knopen moeten worden doorgehakt om de financieel-economische crisis te lijf te gaan?
Maar het is volstrekt ongepast om de vrees voor een uitslag die men niet wil, van beslissend belang te laten zijn om een beslissing die politiek en staatsrechtelijk het meest voor de hand ligt, niet te nemen.
Hij gaat. De raadsadviseur voor constitutionele zaken van het ministerie van Algemene Zaken is zondagmiddag gesignaleerd in het Haagsche Bos, fietsend van het Binnenhof naar huis. Als er op zondag wordt gewerkt, dan vindt er dus koortsachtig overleg plaats over de staatsrechtelijke consequenties van het vertrek van Balkenende naar Brussel. En dat overleg voer je alleen als je ervan uitgaat dat hij inderdaad gaat.
En als Balkenende dan weg is, dan zou het CDA het liefst Maxim Verhagen als onze nieuwe minister-president naar voren schuiven. Achter hem zou dat andere Limburgse talent, Camile Eurlings, dan ook een paar stapjes op de ladder van de politieke macht kunnen klimmen. Twee rechtse limbo’s zijn dan uitstekend gepositioneerd om de PVV te gaan leegeten.
Maar zo zijn we toch niet getrouwd in dit land, zou ik zeggen. Het is uniek in de Nederlandse geschiedenis wanneer een premier tussentijds vertrekt. Ons staatsrecht geeft geen dwingende voorschriften over wat er in dat geval precies moet gebeuren. En zoals er geen schriftelijk vastgelegde regels voor deze situatie zijn, zo is er evenmin ongeschreven recht, simpelweg omdat een tussentijds vertrek van een premier zich zo zelden heeft voorgedaan dat er dus ook geen normen uit een in het verleden gegroeide praktijk kunnen worden afgeleid. Het is één keer eerder voorgekomen, in 1866 toen ‘eerste minister Meijer’ gouverneur-generaal van Nederlands-Indië werd, en het Nederlandse parlement barstte van verontwaardiging over deze ‘politieke immoraliteit’.
Er zijn gezichtspunten die ons tot de conclusie dwingen dat een tussentijds vertrek van Balkenende niet met wat geschuif met politieke stoelen kan worden opgevangen, en dat er echt verkiezingen moeten komen. Staatsrechtdeskundigen als Peter Rehwinkel en Menno de Bruyne hebben daar de afgelopen dagen op gewezen, onder andere verwijzend naar het proefschrift van de CDA’er Koekoek.
In de eerste plaats is Balkenende niet alleen de minister-president, maar bekleedt hij ook een functie die de afgelopen jaren aan zwaarte heeft gewonnen. Door de internationale ontwikkelingen is de premier niet alleen maar de eerste onder zijns gelijken. Als formateur heeft hij alle ministers en staatssecretarissen van zijn kabinet aangezocht en gekeurd, hij heeft voor zijn regeringsploeg verantwoording afgelegd in het parlement, en iedere maandagmiddag is hij het die als regeringsleider overleg voert met ons staatshoofd, de koningin. Hij is de naamgever van het kabinet, hij is beeldbepalend, en hij spreekt in goede en slechte tijden namens zijn kabinet het volk toe.
Als de architect en voorman van een kabinet vertrekt, dan kan men niet overgaan tot de orde van de dag. Het is ondenkbaar dat dat vertrek niet zou worden gevolgd door verkiezingen.
Dat wil de huidige coalitie natuurlijk niet, omdat zij er in de peilingen slecht voor staan, en verkiezingen vooral voor de PVV van Geert Wilders in de kaart zullen spelen. Wordt het land dan niet onregeerbaar en dat in een tijd waarin forse knopen moeten worden doorgehakt om de financieel-economische crisis te lijf te gaan?
Maar het is volstrekt ongepast om de vrees voor een uitslag die men niet wil, van beslissend belang te laten zijn om een beslissing die politiek en staatsrechtelijk het meest voor de hand ligt, niet te nemen.
2.11.09
Is Geert Wilders een gevaarlijke rechts-extremist?
Als je geen inhoudelijk verhaal hebt moet je je toevlucht nemen tot beschuldigingen en verdachtmakingen. Dat is precies wat politiek en bestuurlijk Nederland doet met een rapport over de PVV, dat zegt dat Wilders een gevaar is voor de staatsveiligheid. Koren op de molen van minister Van der Laan en D66-leider Alexander Pechtold. Vanmiddag sprak ik daarover in het radio 1-programma Standpunt.nl. U kunt dat programma hier beluisteren.
Subscribe to:
Posts (Atom)