Twitter Updates 2.2: FeedWitter

22.4.09

Europa's eerste revolutie*

De scheiding van kerk en staat is een christelijke verworvenheid, en het resultaat van een revolutie die wij ons weer bewust moeten worden, zo blijkt uit een magistraal boek van Tom Holland.
Hieronder mijn laatste lange recensie voor HP/De Tijd. Ik word twee keer gehalveerd: de frequentie gaat van één keer per twee weken naar één keer per maand en de lengte van 1000 naar 475 woorden.



Wie een boek opent dat begint met de zin: ‘Uitgerekend de slechtste tijd van het jaar voor een reis – en ook nog eens een heel slecht jaar’, die weet onmiddellijk dat het boek dat hij in handen houdt een bijzonder boek is. Want ook al is deze zin uit het oorspronkelijke Engels in het Nederlands vertaald, en ook al maakt de auteur zelf niet duidelijk waarnaar hij met deze woorden verwijst, je hoort toch direct de beginregels van het gedicht ‘Journey of the Magi’ van T. S. Eliot (hier geciteerd in de vertaling van Martinus Nijhof):

Het was een koude tocht,
En de slechtste tijd van het jaar
Voor een reis, voor zulk een verre reis.
De wegen modderig, het weer guur,
De winter op zijn strengst.


In het oorspronkelijke gedicht van Eliot staan deze regels tussen aanhalingstekens. Zij zijn een citaat, afkomstig uit een zeventiende-eeuwse preek, uitgesproken door Lancelot Andrewes, een bisschop die Eliot zo zeer om zijn ingetogen proza bewonderde dat hij hem niet alleen citeerde in een gedicht (zonder bronvermelding), maar ook een heel essay aan hem wijdde.

T. S. Eliot, een zeventiende-eeuwse bisschop, een gedicht en een preek over de lange en moeitevolle reis van de Bijbelse ‘wijzen uit het oosten’, die een ster aan de hemel hebben zien staan en door die ster te volgen uitkomen bij de stal in Bethlehem waar de Zoon van God is geboren – deze hele traditie klinkt mee (maar voor hoeveel mensen is dit nog herkenbaar?) in de openingszin van het nieuwe boek van Tom Holland.

Holland gebruikt het citaat niet voor een betoog over de wijzen uit het oosten, maar voor de barre tocht die de Duitse keizer Hendrik IV in 1076 met een gevolg van zo’n vijftig man aflegde. Het was het einde van de decembermaand, het sneeuwde al weken achter elkaar en in de Alpen lag de sneeuw hoger dan ooit. Hendrik en zijn gezelschap, die zigzaggend de steile Mont Cenis beklommen, werd dan ook door de lokale bevolking geraden terug te keren en de missie tot het voorjaar uit te stellen.

Maar dat deed Hendrik niet. Hij zette door, sneeuwstormen en strenge vorst trotserend, soms op handen en voeten kruipend, gewond en geschaafd, tot eind januari van het jaar 1077 aan toe. Het laatste stuk van zijn reis, die als bestemming een vesting in de Apennijnen had – het kasteel Canossa - , liep hij blootsvoets en ging hij gehuld in wol, zonder enige koninklijke luister. Hij hield zijn hoofd gebogen en tranen stroomden over zijn gezicht. Hij verdroeg de vernedering om drie dagen lang, te midden van andere boetelingen, rillend van de kou in de sneeuw voor de poorten van de binnenmuur van het kasteel te wachten.

Wat bezielde Hendrik, keizer van Duitsland, voortzetter van de traditie van de Romeinse keizers, om deze barre tocht op zo’n onwaardige manier af te leggen?
In het kasteel van Canossa bevond zich de paus, Gregorius VII, opvolger van Petrus, plaatsbekleder van Christus op aarde, vader van de wereldkerk. Hij had zich daar verscholen omdat hij wist dat de keizer in aantocht was, en hij had alle reden om te denken dat hendrik uit was op wraak. In het voorjaar van 1076 had de paus de keizer geëxcommuniceerd. Aanleiding was een poging van Hendrik geweest om de paus – die in de ogen van de keizer een bedreiging voor de christenwereld vormde – te dwingen tot aftreden. Dat was niet ongebruikelijk, dat een keizer zo iets deed. De oude en officiële theorie van paus Gelasius luidde weliswaar dat de paus een zwaardere verantwoordelijkheid had dan de keizer, ook in wereldlijke aangelegenheden, maar in de praktijk hadden de meeste pausen niet zonder de bescherming van de keizer gekund.
Maar Gregorius was net uit iets ander hout gesneden. Hij weigerde zich aan keizer Hendrik te onderwerpen en koos voor de tegenaanval. Hij plaatse hem buiten de kerk en liet weten dat alle onderdanen van de keizer hem, hun wereldse heerser, niet langer trouw en gehoorzaamheid verschuldigd waren. En dat hadden de Duitse vorsten zich geen twee keer laten vertellen. Zij beraamden plannen om de keizer ten val te brengen en het keizerrijk was daarmee onbestuurbaar geworden.

Vandaar dus de tocht en de haast van Hendrik. Dat was, naar de paus ook al snel duidelijk werd, geen wraaktocht maar één lange boetedoening om de excommunicatie ongedaan te maken en weer in de gunst van de kerk te komen.

Na die drie dagen die Hendrik voor de poorten van de vesting had doorgebracht, verkleumd biddend en smekend, had de paus de binnenpoorten laten ontgrendelen en Hendrik toegelaten. Hij vergaf hem met een pontificale kus.

Er was hier meer aan de hand dan een botsing tussen de twee grote ego’s van een kerkelijk en een wereldlijk vorst. De onderhandelingen tussen paus Gregorius en keizer Hendrik resulteerden in een nieuwe stand van zaken die volgens befaamde mediëvisten ‘het opmerkelijkste feit uit de middeleeuwse geschiedenis’ mag heten. Er voltrok zich een revolutie, die even ingrijpend was als later de Reformatie, de Renaissance of de Franse Revolutie. Er werd een nieuwe wereldorde gesticht. De wereld werd in deze zogeheten ‘investituurstrijd’ in tweeën gedeeld. Er kwam een domein voor het geestelijke en een domein voor het wereldlijke. Koningen mochten zich niet meer met de zaken van de kerk bemoeien. Kerk en staat werden gescheiden.
Het is opmerkelijk dat deze stap vooruit, gezet door de Rooms-Katholieke Kerk, niet het krediet heeft gekregen die zij verdient. ‘Wij gaan níet naar Canossa!’, riep de Duitse kanselier Bischmark in 1872 in de Rijksdag uit, en hij bedoelde daarmee dat het hem niet zou gebeuren dat de kerk de Duitse opmars naar verlichting en vooruitgang zou tegenhouden. En de scheiding van kerk en staat heet in onze dagen een verworvenheid van de Verlichting, geclaimd door liberalen en ander onchristelijk volk.

Dat Gregorius niet de roem en faam van een Luther, Erasmus of Voltaire heeft gekregen, komt volgens Holland doordat de revolutie die hij voltrok voltooid is en het ideaal een vanzelfsprekende zaak is geworden. Dat kerk en staat los van elkaar moeten bestaan, is sinds de elfde eeuw een fundamenteel gegeven in de Europese samenleving en cultuur.

Wij kunnen ons niet meer voorstellen dat deze eerste Europese revolutie ook anders had kunnen aflopen. ‘Zelfs de recente instroom van omvangrijke groepen immigranten uit niet-christelijke culturen kan het geheugen in het westen op dit punt nauwelijks opfrissen’, schrijft Holland. ‘Over bijvoorbeeld de islam wordt vaak gezegd dat die nooit een reformatie heeft gekend – terwijl het meer hout zou snijden om te zeggen dat die godsdienst nooit een ‘Canossa’ heeft gekend. Voor vrome moslims van nu is het idee van een scheiding tussen politiek en religie even verwerpelijk als voor de meeste tegenstanders van Gregorius toen.’

Tom Holland (1970) heeft opnieuw – na Perzisch vuur uit 2007 over de eerste oorlog tussen Oost en West, en na Rubicon uit 2006 over het einde van de Romeinse Republiek – een fantastisch boek geschreven, adembenemende lectuur over een revolutie die uit ons gemeenschappelijk geheugen is verdwenen, over een vanzelfsprekendheid die wij ons weer bewust moeten worden om een terugval in de situatie van vóór die revolutie te voorkomen.


Tom Holland
De gang naar Canossa
Athenaeum € 29,95


* eerder verschenen in HP/De Tijd

5 comments:

Frank Verhoef said...

Die Jan Dijkgraaf toch ook. Wat een man. Max Pam heeft hij er ook al uitgeknikkerd. Slechts één keer per maand een recensie van nog geen 500 woorden? Dat is nog geen pagina. Zucht.

Erik Vogel said...

"Koningen mochten zich niet meer met de zaken van de kerk bemoeien."
Maar de kerk mocht zich nog wel met zaken van de staat bemoeien. Kerk en staat werden helemaal niet gescheiden.
Gregorius VII vond dat zijn (kerkelijke) macht boven die van welke staat dan ook uit steeg. Scheiding van kerk en staat zoals wij dat nu kennen was helemaal niet zijn bedoeling.
Dit was dan ook helemaal geen stap vooruit, tenzij we de opmaat naar een theocratie als vooruitgang moeten zien.

Jan Dijkgraaf said...
This comment has been removed by the author.
Jan Dijkgraaf said...

Heren, heren, sinds wanneer gaat het om de kwantiteit? In der Beschränkung zeigt sich der Meister....
Vriendelijke groet,
Jan Dijkgraaf

JD said...

mooie bespreking, dank