Twitter Updates 2.2: FeedWitter

27.8.09

Politieke onafhankelijkheid

De SP’er Ronald van Raak heeft deze zomer een wetsvoorstel ingediend dat een einde moet gaan maken aan ‘de riante sociale voorzieningen’ die politici zichzelf toebedelen. Een Kamerlid dat zijn baan verliest, kan bijvoorbeeld zes jaar lang aanspraak maken op een wachtgeldregeling, zonder dat hij hoeft te solliciteren. Volgens Van Raak is dat ‘zakkenvullerij’, ja ‘je reinste zelfverrijking’. Voor politici moet hetzelfde gelden als voor de mensen die zij vertegenwoordigen, zegt Van Raak. ‘Zo bijzonder zijn politici niet.’

Het hele idee is links populisme op zijn allervenijnigst en zijn allerslechtst, slechts bedoeld om de politiek als zodanig bij de burgerij in diskrediet te brengen. En het getuigt vooral van een schrijnend gebrek aan historische kennis, wat opmerkelijk mag heten bij Van Raak, die een gepromoveerd historicus is (zij het aan de universiteit van Amsterdam).

Die wachtgeldregeling is ingesteld omdat een politicus, als het goed is, wel bijzonder is, en dat voor hem daarom niet altijd en overal hetzelfde moet gelden als voor andere burgers. Die financiële regelingen behoren daartoe.

Idealiter immers, is een volksvertegenwoordiger financieel onafhankelijk. Alleen wanneer hij financieel onafhankelijk is, is hij niet van zijn ambt afhankelijk voor zijn bestaan. Die financiële onafhankelijkheid biedt hem ook de mogelijkheid om in andere opzichten zijn onafhankelijkheid te bewaren. Hij hoeft niet op het commando van zijn politieke bazen ja of nee te knikken om zijn baantje te bewaren en daarmee het brood op de plank veilig te stellen.

Het voorstel van Van Raak roept herinneringen op aan een eerder debat in de Tweede kamer over de onkostenvergoeding van parlementariërs. Een zekere Boudewijn Nierstrasz, directeur van een stoomvaartmaatschappij en Kamerlid namens de Bond van Vrije Liberalen, keerde zich in 1916 tegen een voorstel om die vergoeding te verhogen omdat hij bang was voor ‘beroepspolitici’: afgevaardigden voor wie hun mandaat een middel van bestaan is. Omdat ze voor hun inkomen van de politiek afhankelijk zijn, zijn ze ten diepste onbetrouwbaar. Ze waaien met alle winden mee zolang ze maar herkozen worden.

Een van de laatste politici die in Nederland aan het aloude onafhankelijkheidsideaal beantwoordde was de VVD’er Frits Bolkestein. Voordat Bolkestein de politiek en het landsbestuur in ging werkte hij zeventien jaar op hoge posities bij Shell - vanuit het klassieke ideaal dat je eerst je sporen elders moet verdienen, en financieel een positie als "gentleman" moet hebben, voordat je je met het landsbestuur moet
inlaten.

Het tegenovergestelde van dit ideaal is het besluit van de SP om een adolescent naar de Eerste Kamer af te vaardigen - vanuit een behoefte een middelvinger naar de Nederlandse politiek op te steken die vergelijkbaar is met het voorstel van Van Raak.

Momenteel is er in Duitsland een politicus in opkomst, de CSU’er Karl-Theodor zu Guttenberg, die in dit opzicht (en in enkele andere) met Bolkestein vergelijkbaar is. Hij is sinds kort minister van Economische Zaken in het kabinet van Angela Merkel en geniet een ongekende populariteit – alhoewel hij op economisch terrein hoogst impopulaire dingen zegt. Maar de mensen prijzen zijn uitgesproken profiel en zelfstandigheid. Hij is namelijk niet bang om zijn mening te geven, ook als die mening dwars tegen die van Angela Merkel of de heersende consensus in gaat.

Guttenberg vertegenwoordigt, met andere woorden, het type politicus dat zo goed als uitgestorven is maar waarnaar de sympathie van de bevolking als vanzelf uitgaat.
Guttenberg is het type politicus dat ruimte opeist voor onafhankelijkheid en creativiteit en niet willoos mee doet aan een politieke cultuur waarin regeerakkoorden en achterkamertjesoverleg centraal staan. Ook in Nederland hebben we politici gehad (Wiegel, Joekes, Kaland) die zich niet thuis voelden in een monistische cultuur en zich niet naar de macht voegden. Die zelfstandigheid wekt bewondering.

Niet iedereen wordt met een gouden lepel in de mond geboren, zoals Guttenberg, en niet iedereen beschikt over het meervoudige talent van Bolkestein. Om ervoor te zorgen dat álle politici enigszins vrij ten opzichte van hun politieke werkgever kwamen te staan, is er die wachtgeldregeling, zodat zij het na een conflict met de politieke top nog even kunnen uitzingen.

Wanneer je lid bent van een partij met stalinistische en volstrekt monistische kaders begrijp je dat natuurlijk allemaal niet – maar het initiatief is als populistische breuk met een waardevol verleden een bewijs van schuldige onwetendheid.

7 comments:

Luuk said...

Geniaal column!! Ik ben om :)

Vincent said...

Ach gut, die arme, arme politici zouden zomaar nog maar 3 jaar wachtgeld krijgen wanneer het barbaarse SP-voorstel wordt aangenomen. Ze krijgen ook niet eens meer de tijd om memoires te schrijven over hoeveel onrecht hen is aangedaan door hun 'politieke top', want als het aan de SP ligt moeten ze ook nog eens, shock horror, solliciteren.

Jos Schmitz said...

Beste Bart Jan.

Je slaat nu de plank wel heel erg mis!

Idealiter is een Kamerlid financieel onafhankelijk..... Waar haal je het vandaan?

De Tweede Kamer, onze volksvertegenwoordiging staat, grondwettelijk geregeld in art 4 van de Grondwet:

Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.

de Tweede Kamer te kiezen alsmede zich verkiesbaar te stellen. Ga je aar enige eis aan stellen, b.v. Nederlands spreken, of de lagere school doorlopen hebben, vallen er mensen af en worden ze dus beperkt in hun grodnwettelijke rechten.

Vandaar dat we achtereenvolgens als minister van Verkeer en Waterstaat een verpleegkundige A met aantekening ooievaartje (mag je kindertjes halen), een dame met akte LO handwerken en een tante met als hoogst voltooide opleiding MMS (Middelbare meisjesschool) als minister van V&W hadden. Hanja NMaij-Weggen, Tineke Netelenbos en Juffrouw Ooievaar Jorritsma.

Ja, idealiter heeft een Kamerlid en hoge opleiding en bovendien verstand van een bepaald onderwerp. Maar de realiteit is, dat de Kamer uitpuilt van vergadertijgers die in het bedrijfsleven met moeite een modaal salaris zoudewn verdienen.

Dus volgende keer niet meer zomaar wat roepen, maar je iets meer verdiepen in het onderwerp.

Met vriendelijke groet,

Jos Schmitz

Cindy said...

Mooie column en ik ben het er ook mee eens. Toch kan ik niet om het argument van Jos Schmitz heen. Volksvertegenwoordigers komen nu eenmaal uit alle lagen van de bevolking en zij zijn in alle opzichten toch werknemers van... ons! Waarom zou een werknemer van ons, die wij betalen, aan het einde van zijn/haar contract meer mogen dan zijn voormalige werkgever?

Toch blijf ik vasthouden aan het beeld dat een politicus er is om mijn rechten te beschermen en dat dit een positie is die meer waard is dan die van mij. Echter, het slappe aftreksel van de gemiddelde Nederlander wat zich politicus mag noemen gun ik geen 6 jaar wachtgeld. Zeker niet wanneer dit geld rechtstreeks in de partijkas van de SP komt.

Diederik said...

diedons

Herman said...

Een politicus heeft altijd als uitweg om zelf een partij te beginnen. Dus als uit de partij gezet worden een politici in gevaar brengt, kan hij altijd als eenmansfractie verder. Een kamerlid is dus financieel onafhankelijk.. En daarom is de regeling van nu niet nodig.

Lourens said...

De meeste politici zijn mondige en goed opgeleide burgers. Die kunnen gewoon zélf hun geld verdienen en horen dus niet jarenlang te leven van een overheidsuitkering. Daar is de sociale zekerheid niet voor bedoeld.