Twitter Updates 2.2: FeedWitter

8.8.07

Die Ene Man

Recensie van Polybios, Wereldgeschiedenis, 264 – 145 v. Chr., Athenaeum – Polak & Van Gennep, € 85,00

In zijn studie over het schone en sublieme beschreef Edmund Burke in 1757 de gevoelens van huiver en ontzag die historische gebeurtenissen bij ons kunnen oproepen. Ook het kwaad, belichaamd in het onheil van een revolutie van intellectuele wijsneuzen, kan zo’n ervaring van het sublieme oproepen, en dan is het maar te hopen dat er iets anders is (bij Burke: de traditie) dat minstens zo groots en imponerend is om tegen het gevaar bescherming te bieden. Want, zo voorspelde Burke, die Franse Revolutie zou ontaarden in een regering van het gepeupel, en die zou weer worden opgevolgd door het hoogst ongewenste bestuur van de ene grote man (Napoleon).

Die gevoelens tegenover macht en grootsheid bij historische omwentelingen blijken zo goed als universeel. Polybios, de Griekse historicus (200 – 120 v. Chr.), begint zijn boek over de wereldgeschiedenis van zijn tijd bijvoorbeeld met de volgende vragen: ‘Wie ter wereld is er zo ongeïnteresseerd of onverschillig dat hij niet zou willen weten op welke manier en met behulp van welke staatsvorm vrijwel de hele bewoonde wereld in minder dan drieënvijftig jaar is veroverd en onder één gezag, dat van de Romeinen, is gekomen? Iets dergelijks blijkt nooit eerder te zijn voorgekomen! En wie wordt er zozeer in beslag genomen door iets anders dat hij zou willen zien of weten, dat hij daaraan de voorkeur zou geven boven de hier geboden kennis?’

De ‘grootsheid van zijn onderwerp’ betrof de verbazingwekkend snelle opmars van Rome tot wereldmacht. In een korte periode waren de Romeinen erin geslaagd zich als de enige wereldmacht te vestigen. De drie Punische oorlogen tegen Carthago leidden tot de verwoesting van de stad in 146 voor Christus. In dezelfde periode brachten de Romeinen de Balkan onder controle en vestigden zij hun macht in Griekenland. Rome was vanaf toen de onbetwiste hegemoniale beheerser van de toenmalig bekende wereld.

Zijn verwondering bracht Polybios tot het stellen van de vraag naar de verklaring van deze ongelooflijke gebeurtenissen. Polybios zag historische kennis als nuttig. Een beschrijving en analyse van het feitelijke verloop van de gebeurtenissen, en het opsporen van de causale samenhang tussen die gebeurtenissen, zouden leiden tot begrip van de krachten die in de geschiedenis werkzaam zijn. Voor militairen en politici was er geen belangrijkere kennis denkbaar. ‘Als men in de geschiedenis zich niet meer afvraagt waarom, hoe en met welk doel de dingen gedaan werden, dan is wat overblijft misschien wel een fraaie prestatie voor het publiek, maar geen les. Zo’n werk mag voor een kort ogenblik onderhoudend zijn, het heeft geen enkel nut voor de toekomst.’

Om zijn vragen te beantwoorden werkte Polybios veertig jaar lang (160 – 120) aan een omvangrijk werk over de wereldgeschiedenis in de periode van 265 tot 145 voor Christus. Van dat werk (of beter: van de 30 procent die van de oorspronkelijke tekst bewaard is gebleven) is nu, voor het eerst sinds 1640, een Nederlandse vertaling verschenen, meesterlijk uitgevoerd en van goed gekozen noten voorzien door Wolter Kassies, in twee gebonden delen uitgegeven in de beroemde Baskerville Serie van uitgeverij Athenaeum.

De roerige periode in de geschiedenis waarvan Polybios een prachtig beeld schept, had zijn eigen leven gevoelig aangeraakt. Rond 200 geboren in Megapolis als zoon van een vooraanstaand politicus, was hij voorbestemd tot een politiek-militaire carrière binnen de Achaeische bond: een confederatie van steden en stadjes op de Peloponnesus die hun onafhankelijkheid zowel tegen de macht van de Macedonische koning (officieel de baas in Griekenland na de dood van Alexander de Grote) als tegen het opdringerige Rome wilden handhaven. Toen de Romeinen in 168 de Macedonische koning Perseus bij Pydna hadden verslagen, namen zij wraak op de steden die hen niet onvoorwaardelijk hadden gesteund door 1000 gijzelaars mee naar Rome te nemen. Polybios was een van hen.

Polybios verbleef in Rome – tot zijn gratie in 150 – en slaagde erin goede contacten op te bouwen met de Romeinse aristocratie. Hij genoot genoeg bewegingsvrijheid om getuigen te kunnen interviewen, bronnen te raadplegen en historische plaatsen te bezoeken. Zo reisde hij door de Alpen om Hannibals reis door de passen van de Alpen precies te leren kennen. Het resultaat van zijn inspanningen was een omvangrijk en ordelijk geschiedverhaal dat lange tijd veel autoriteit genoot maar in later tijd in vergetelheid raakte. Het raakte overschaduwd door de roem van Livius, die de Punische oorlogen stilistisch beter en op een opvoedkundig meer verantwoorde manier had beschreven. (Polybius is wat agnostisch.)

Die teloorgang was onverdiend en te betreuren – al was het maar vanwege het zesde boek waarin Polybios de Romeinse staatsvorm beschreef. Het succes van de Romeinen schreef hij niet alleen toe aan de combinatie van discipline en eerzucht die hun karakter kenmerkte, maar ook aan hun staatsinrichting, waarbij het monarchistische element (de consuls), de aristocratie (de senaat) en de democratie (de volksvergaderingen) elkaar op een voorbeeldige manier in balans hielden.

Maar die politieke stabiliteit is geen rustig bezit. Polybios legt uit dat een eeuwige kringloop dreigt waarin monarchie omslaat in dictatuur, aristocratie in oligarchie, en democratie in ochlocratie, d.w.z.: in de overheersing door een redeloze massa, waaraan één persoon dan weer een einde maakt en de hele cyclus opnieuw begint.

Wanneer wordt een democratie een ochlocratie? In een democratie, aldus Polybios, behoort het tot de goede zeden de goden te vereren, de ouders en voorvaderen te respecteren, en de wetten te gehoorzamen. Wanneer dit morele fundament ontbreekt, blijft er geen groter ideaal over dan de vrijheid om te doen wat men wil. De daaruit voortvloeiende chaos doet het volk al snel om een Grote Leider roepen, een soort paniekconservatief die de ‘gelijke rechten en vrijheid van meningsuiting’ afschaft en wraak neemt op het establishment dat hem altijd heeft buitengesloten.

Deze ontwikkeling heeft tot de val van de Romeinse Republiek geleid, en de Franse Revolutie het verloop gegeven dat Burke voorspelde. (En Burke was dus geen ‘profeet’, maar iemand die zijn klassieken kende.) De ontwikkeling van democratie tot ochlocratie kan ons ook aan het huidige Nederland doen denken, en ons doen voorstellen dat Polybios en Burke, wanneer ze Nederland nu zouden bezoeken, in de coulissen zouden gaan zoeken naar de Ene Man die zich daar schuilhoudt.

Die eeuwige cyclus was voor Polybios een bron van diepe weemoed. Hij was erbij toen zijn leerling Scipio Carthago in 146 met de grond gelijk maakte. Scipio huilde en citeerde Homerus’ verzen over Troje’s teloorgang en de val van Priamos. Waarom deed hij dat?, vroeg Polybios hem. ‘Polybios’, zei hij, ‘dit is een groots moment, zeker, maar toch, wanneer ik aan de toekomst denk, bevangt mij een onbestemde vrees dat iemand eenmaal ditzelfde bevel zal geven – maar dat het dan mijn eigen vaderstad zal betreffen.’

*) Ook verschenen in HP/De Tijd.

1 comment:

ESD said...

Dit is geen recensie, maar een ideologische stellingname. Eén die het trouwens niet zo nauw neemt met het historische verloop van zaken waar het een uitspraak over meent te moeten doen. Om de Franse Revolutie een revolutie van intellectuele wijsneuzen te noemen die automatisch uitmondt in een zgn. Ochlocratie en vervolgens een dictatuur, gaat al volledig mank en doet geen recht aan de specifieke omstandigheden van die periode. Veel meer dan het ideologisch napraten van Burke levert de recensie dan ook niet op. Als dan ook nog gesuggereerd wordt dat er integrale lessen te trekken zijn uit een vergelijking tussen twee maatschappijen, de Romeinse (Middellandse Zeegebied) van de 2de eeuw v. Chr. en de Franse (Europese) van de 18de eeuw n. Chr., dan kan dat ongetwijfeld tot een mooie, intellectuele (Hegeliaanse/Marxistische) exercitie leiden, maar vooral één waarin anachronisme en selectieve bewijsvoering hoogtij vieren. Nog even en de (artistieke) vernieuwingen van de Renaissance en het Humanisme worden als oorzaken opgevoerd voor het hedendaagse populisme.
Daarnaast natuurlijk wel mooi dat het boek over de werken van Polybios de aandacht krijgt.