Twitter Updates 2.2: FeedWitter

21.8.07

Stammenstrijd

Recensie van Lee Harris, The Suicide of Reason: Radical Islam’s Threat to the West, Basic Books

Niet wij veranderen de moslims, maar de moslims veranderen ons. Maar er is hoop, als de wereld maar wordt zoals de Nederlanders waren in de zeventiende eeuw, zo betoogt de Amerikaanse filosoof Lee Harris.

De boodschap van het nieuwe boek van de Amerikaanse politiek filosoof Lee Harris is hoogst onaangenaam. Het is – kort en goed gezegd – een pijnlijk boek. Het zet het mes in het vlees van het vrije Westen, draait het daar een paar keer in rond, en laat het daarna in dat vlees achter.

Al eeuwen, zo betoogt Harris, koestert het Westen de hoop dat de islam zal veranderen en net zo modern, rationeel en vreedzaam zal worden als wijzelf. De confrontatie met de weelde en de vrijheid van onze beschaving zou de islam ertoe verleiden afscheid te nemen van zijn tribale cultuur van collectief fanatisme. Maar, zo stelt Harris vast: niet wij veranderen de islam, de islam verandert ons.

Harris citeert de Engelse arabist E. W. Lane, die begin negentiende eeuw voorspelde dat het contact met de Europese beschaving ertoe zou leiden dat de islamitische ‘fanatieke intolerantie’ minder zou worden. Maar in de laatste editie van zijn boek over Moderne Egyptenaren schreef Lane dat zijn voorspelling niet was uitgekomen. ‘Integendeel, Europese vernieuwingen hebben het fanatisme bij het grootste deel van de bevolking alleen maar doen toenemen’.

De gedachte dat wij in het Westen normaal zijn, en dat wij de geschiedenis aan onze zijde hebben, zozeer zelfs dat onze liberale democratie en ons kapitalisme de gehele wereld onherroepelijk zullen veroveren, en dat de geschiedenis daarmee zijn spoedige voltooiing en einde zal vinden, heeft een laatste, en welbespraakte woordvoerder gevonden in Francis Fukuyama. De gedachte dat de rede (in de zin: van rationeel denken) alle mensen van nature eigen is, en dat alle mensen daarom uiteindelijk hetzelfde willen (namelijk: vrijheid, autonomie en welvaart) was ook de kern van de gedachtegang van de neoconservatieve beleidsmakers die sterke invloed op de regering-Bush hebben uitgeoefend. Ook zij hebben zich vergist, net als Lane begin negentiende eeuw en Fukuyama aan het einde van de Koude Oorlog. Het Westen wordt sinds 9/11, sinds de oorlogen in Afghanistan en Irak, sinds de aanslagen in Madrid en Londen, en sinds de moord op Theo van Gogh, geconfronteerd met een cultuur die begrijpt dat onze westerse manier van denken en leven de ernstigste bedreiging van haar eigen tradities vormt, en die vooral ook begrijpt dat intimidatie en geweld in het Westen tot paniek en verwarring leiden, en tot een toegeven aan de eisen en verlangens van moslims. Het ressentiment dat deze gewelddadige intimidatie voedt, is uit op anarchie, op een crash van onze beschaving, op een nieuwe gijzeling van de geschiedenis door het fanatisme – in de hoop en verwachting dat de implosie van de status quo tot een nieuwe orde zal leiden waarin de huidige orde zal zijn vernietigd en de nieuwe orde hùn orde zal zijn.

Want wij zijn anders dan zij. Wij denken wel dat ons rationalisme ‘natuurlijk’ en ‘normaal’ is, maar onze cultuur is een uitzondering, en het gevolg van een toevallige samenloop van omstandigheden. Wij willen vrij zijn, kunnen experimenteren, onze eigen keuzes kunnen maken – onafhankelijk van welke belemmerende tradities dan ook. En we zijn trots op een rechtsstaat die ervoor zorgt dat alle conflicten niet meer op een gewelddadige wijze, maar via vreedzame procedures en arbitrage worden beslecht. We denken dat dit normaal is, en kunnen ons nauwelijks nog voorstellen dat het elders anders is. Maar in feite zijn wij in het Westen een eiland dat wordt omringd door een wereld door een wereld waarin culturen domineren waarin niet onze ethische codes maar het recht van de sterkste en de wetten van de jungle heersen. Tribale culturen, want daar hebben we het dan over, waarin niet het individu telt maar het collectief, en waar mensen bereid zijn te sterven voor de handhaving van de eigen (religieuze tradities). Ons rationalisme is geen natuurlijk gegeven, maar het product van een oude cultuur en een eeuwenlange ontwikkeling. De verabsolutering en vergoddelijking van de westerse rede is de snelste weg naar de zelfmoord van die rede.

Nu we deze tribale cultuur van de islam ook in het vrije Westen hebben geïmporteerd, en we sinds een aantal jaren op hardhandige wijze met de diepste aard van die cultuur zijn geconfronteerd, zijn velen nog steeds naïef genoeg om alle problemen te ontkennen of te vergoelijken. Zij denken dat fanaten door overreding en onderhandeling bij een kopje thee op andere gedachten te brengen zijn, of dat oproepen tot assimilatie de problemen zullen oplossen. De feiten tonen aan, aldus Harris, dat ‘moslimimmigranten geen enkele neiging vertonen om zich te assimileren. Wanneer zij zich in een andere cultuur vestigen, beginnen zij zelfs al snel te vragen om aanpassingen van die cultuur om hen in die cultuur in te passen.’ En velen in het Westen zijn maar al te zeer bereid zich aan die eisen en verlangens aan te passen – en dan hoeven we nog niet eens aan een seniele verrader als bisschop Muskens te denken, die vorige week zei dat we God maar Allah moesten gaan noemen. En een politiek van de verleiding werkt ook al niet – zij die ooit door de carpe diem-cultuur zijn verleid geweest (zoals Mohammed Atta en de zijnen), worden daarna de meest fanatieke bestrijders van die cultuur, juist omdat zij de weerzinwekkende fascinatie van die cultuur zo goed hebben leren kennen.

Wat wel werkt, zo betoogt Harris, dat is de houding die Nederland in de zeventiende eeuw aan de dag legde om zijn onafhankelijke Republikeinse traditie te handhaven tegenover de dreiging van de zee en een wereldmacht als die van de Zonnekoning. ‘Hoe lang zouden de Nederlanders hebben overleefd wanneer zij – zoals wij nu – de overtuiging hadden gehad dat we uiteindelijk allemaal hetzelfde willen, en hun kinderen hadden geleerd de cultuur te respecteren van degenen die probeerden hun vrijheid te vernietigen?’

Lee Harris maakte drie jaar geleden naam – zij het in beperkte kring – met een boek over een belangrijk thema: dat van de vijand (Civilization and Its Enemies). Daarin betoogde hij dat wij onszelf wel te beschaafd kunnen vinden om er nog vijanden op na te (willen) houden, maar dat we nu eenmaal een vijand hebben zodra iets of iemand ons als zijn ultieme vijand heeft bestempeld. In zijn nieuwe boek – een rijk boek, zowel historisch als filosofisch, waarvan ik hier slechts een enkele hoofdlijn heb kunnen belichten – biedt Harris een vervolg op die stelling. Als wij – het vrije Westen – een vijand hebben, en die hebben wij, dan doen we er goed aan die te leren kennen, de ‘wetten van de jungle’ te onderzoeken die in de cultuur van die vijand dominant zijn, en ons te wapenen – door ons weer bewust te worden van onze eigen culturele tradities en weer bereid en bekwaam te zijn die te verdedigen. Want de krachten die tot ochlocratie leiden waar Polybios het al over had zijn sterk en bestaan zowel uit de decadentie van de status quo als uit het fanatisme van radicale moslims als hun populistische tegenvoeters.

Harris wijst het Westen een gulden middenweg tussen de zelfmoord van de westerse rede en het tribalisme van het nieuwe populisme. Hij noemt dat ‘verlicht tribalisme’ of ‘kritisch liberalisme’. Alleen wanneer deze liberaal-conservatieve gedachtegang algemeen ingang zal vinden, zullen over 100 jaar (of minder) geen boeken over onze culturele zelfmoord en ondergang hoeven te verschijnen.

1 comment:

j.morika said...

Er zou m.i. al heel wat gewonnen zijn als we eens zouden toegeven dat wij zelf ook een ideologie hebben. Mij maakt het niet zoveel uit of je die Christelijk, atheïstisch, of links of rechts wilt noemen, maar maak duidelijk op welke gronden je de maatschappij en samenleving evalueert (en je eigen positie daarin). Laat je dat na dan kun je nooit een fundamenteel debat met anderen voeren. En dat soort "fundamentalisme" is nodig (samen natuurlijk met een gedeelde waardering van het vrije woord) om überhaupt een inhoudelijk debat of dialoog te kunnen houden, over welk onderwerp dan ook.

Over het onderwerp "islam" gebeurt dat niet. Men voelt een zekere gêne om te zeggen wat men eigenlijk vindt omdat de ander als achtergebleven wordt gezien (aan de andere zijde bestaat dat soort gêne overigens helemaal niet, en neiging tot veel debat en dialoog bestaat daar ook al niet omdat zij vinden dat ze gewoon gelijk hebben want god heeft het zelf zo laten weten. Punt uit).

Maak gewoon duidelijk dat het in dit land niet wenselijk is als mensen zich als "groepen" manifesteren zonder dat daar goede redenen voor aanwezig zijn omdat dat de ontplooiing van het individu, een van onze belangrijkste waarden, in gevaar brengt. Maak duidelijk dat het de facto verbod aan meisjes uit moslimgezinnen om met een niet-moslim te trouwen onwenselijk is in dit land. (terwijl het in zekere zijn ook nog beledigend is). Maak duidelijk dat "openbaring" als kenbron, als argument, een belachelijk argument is, omdat er zo geen voor de ander (die best een atheïst zou kunnen zijn) geen enkele mogelijkheid meer bestaat om op een intelligibele manier te kiezen voor deze of juist die andere openbaring. (Tenzij je misschien erg strikt Christelijk bent, maar dan moet je zelf maar een antwoord verzinnen wanneer moslims over Allah en Mohammed beginnen te balken). Maak duidelijk dat de sharia met zijn belachelijke regeltjes (wetenschap en filosofie zijn "outlawed" als het om bezinning op de religie gaat, zie http://www.islamicbulletin.org/services/details.aspx?id=281 , blz 14) geen geldige opvattingen genereert waarmee je iets kunt bijdragen aan ons land. Ieder individu moet geacht worden vrij over elk onderwerp te kunnen denken en debatteren. Iedere jongen en elk meisje dient in die geest te worden opgevoed. Wordt dat actief of zelfs maar passief tegengegaan op de grond van deze of gene filosofie, dan hoort die filosofie hier gewoon niet thuis. Als dit niet hardop gezegd wordt en er dus ook niet over gedebatteerd kan worden en als iedereen om de hete brij heen blijft draaien wordt het nooit wat en blijven de verschillende groepen zich opsluiten binnen eigen kring. Vroeger werd binnen alle zuilen opvoeding en onderwijs gezien als pijlers om wat van je leven te maken. Dat is niet meer zo. Maar kom daar dan ook voor uit en benoem dat als een probleem.