Twitter Updates 2.2: FeedWitter

7.2.08

Leuk stout

Het eerste boek over Geert Wilders is een feit. Helaas is het een in onbeholpen proza gesteld niemendalletje.

Geert Wilders is het centrum van vele controversen. Hoe moeilijk het voor velen is een houding tegenover hem te bepalen, bleek onlangs nog uit een intern conflict bij de Volkskrant. De Haagse redacteur Ron Meerhof schreef dat zijn krant, ondanks alle kritiek van de lezers, eerder te weinig dan te veel over Wilders heeft geschreven. Wilders, aldus Meerhof, is namelijk een goede volksvertegenwoordiger, die ‘weet of voelt wat er leeft in het land dan wel zijn achterban’.

Dat oordeel kwam Meerhof op een stevige schrobbering te staan van zijn collega’s Malou van Hintum en Jan (‘Wouter Bos heeft gewonnen’) Tromp. Over de rancune van een populist als Wilders, die als ‘de perfecte papegaai van het onderbuikgevoel’ alleen maar ‘broze verhoudingen’ kapot wil maken, moet geschreven worden ja, maar niet met respect. Geen buiging voor ‘de brutaliteit en banaliteit van de straat’. Naar het volk moet geluisterd worden, maar niet zo kritiekloos dat het gelijk van de borreltafel de norm van alle politiek handelen en spreken wordt. ‘Politici zijn “het volk” niet, en dat is maar goed ook. Het is een elite die behoort te reflecteren, te argumenteren, die de durf moet hebben om te zeggen: “U denkt dat wel, maar ik zie dat anders en wel hierom”’.

Een goed boek over een politicus die de geesten zozeer bezet houdt en verdeelt, zou in al deze discussies meer dan welkom zijn. Zo’n boek is er nu, het eerste boek over Geert Wilders, zoals de auteurs trots op de cover aankondigen. Het is geschreven door twee journalisten, een free-lancer en een redacteur van Pauw & Witteman, die – zo vermoed ik – het eerder met Meerhof dan met Van Hintum en Tromp eens zullen zijn. Ze spreken nadrukkelijk hun zorgen uit over de vrijheid van meningsuiting in ons land, memoreren herhaaldelijk de bedreigingen waarvan Wilders het voorwerp is, en willen nu wel eens weten wie hij is, de man achter de politicus.

Op hun zoektocht naar die man doen ze de ervaring op die inmiddels vrijwel alle redacties van actualiteitenrubrieken kennen: Wilders houdt zich niet aan afspraken, wil met niemand in debat, blijkt onbetrouwbaar, volstrekt monomaan, heerst over zijn fractie, en is licht geraakt wanneer er kritiek op hem wordt geuit. Een van de twee auteurs houdt een weblog bij waarin hij het verloop van het islamdebat op de voet volgt. Naar aanleiding van het voorstel van Wilders om de Koran te verbieden merkt hij op dat dat idee ‘realistisch noch realiseerbaar’ is. ‘En daarmee feitelijk kansloos.’

Dat was buiten de waard gerekend. Want nog geen paar uur na publicatie van deze tekst laat Wilders zijn secretaresse bellen: ‘Geert ziet af van verdere medewerking aan het boek. Ik mag daarom geen afspraak meer voor je plannen.’

Omdat het boek zo’n typisch journalistiek product had moeten worden, waarbij de hoofdrolspeler een aantal keren wordt geïnterviewd en daarna nog een handvol mensen uit zijn omgeving, is het boek met deze verbolgen afzegging door Wilders het verslag van een mislukking geworden. Het concept van zo’n boek is op zich al armoedig en gemakzuchtig, maar als de bron ook nog niet wil meewerken, blijft er eigenlijk helemaal iets van over. Niets dan een overbodig niemendalletje, gesteld in onbeholpen keukenmeidenproza.

Het boek biedt de weergave van één gesprek dat de zwaar geïntimideerde heren met hun onderwerp hebben mogen voeren en daarin babbelt Wilders er lustig op los: over zijn jeugd in Venlo, over zijn werk in een augurkenfabriek, en over zijn eerste baantjes. Ik heb slechts één verrassing genoteerd: dat Wilders ook schildert, of schilderde. Maar zelf hecht hij daar blijkbaar weinig betekenis aan. Bij zijn verhuizing van het Utrechtse Kanaleneiland naar Den Haag bracht hij zijn schilderijen samen met andere overbodigheden naar een kringloopwinkel, waar uitgever Perry Pierik ze later voor tien euro bemachtigt.

Ook goed om te weten: als voetballertje stond Wilders altijd al op de rechtsbuitenpositie.

Wie dan toch een boek over Wilders schrijft, zou niet alleen uit moeten zijn op dit soort weetjes. (En bovendien, alle journalistieke portretten van Wilders hebben al heel wat meer weetjes opgeleverd, en die mag je met bronverwijzing gewoon vermelden hoor). Hij zou toch ook geïnteresseerd moeten zijn in de vraag wat Wilders inhoudelijke achtergrond is, en dan moeten vertellen over, bijvoorbeeld, zijn contacten met Amerikaanse neoconservatieven. En hij zou vooral in moeten gaan op de vraag wát Wilders nu eigenlijk vertegenwoordigt (een terechte opstand en/of vooral bozige rancune en frustratie), en waar de manier waarop hij dat doet uiteindelijk toe zal leiden. Maar dit boek mist niet alleen inhoud maar ook elk kader en ieder perspectief.

Wat dan overblijft, is een poging tot psychologiserende verklaringen, aangereikt door hoofdinformant Hans van Baalen. Wilders zou één groot trauma hebben gehad, het interview met Hans Dijkstal in het kerstnummer van Elsevier uit 2001, waarin de nieuwe liberale leider zei dat de VVD en centrumlinkse partij moest worden. Iedere discussie daarover werd met een blik op de peilingen in de kiem gesmoord. De verkiezingen van mei 2002 verliepen vervolgens desastreus, en Wilders, tot op dat moment een veelbelovend jong kamerlid, wordt uit het parlement geknikkerd. ‘Dat vond hij vreselijk. Dat heeft heel diep op hem ingewerkt en dat wilde hij nooit meer meemaken.’ En toen Dijkstals opvolger Van Aartsen, door Wilders aanvankelijk volop gesteund, niet de conservatief was die hij op grond van zijn streepjespak beloofde te zijn, begreep Wilders opnieuw dat hij niet goed zat bij de VVD. Dat was in de zomer van 2004, en de rest is inmiddels geschiedenis.

Ik geloof het graag, maar als verklaring is het volstrekt onvoldoende. In de persoon en de beweging van Wilders voltrekt zich een verandering die serieuze aandacht verdient omdat Wilders een niets ontziende afkeer belichaamt van een Trompse elite die niet begrijpt welke onzekerheden de globalisering in het leven van gewone mensen oproept. Als verschijnsel is dat iets anders dan de façade die Femke Halsema benoemt als een ‘leuk stout karakter …, net zoiets als die schrijfster Heleen van Royen.’

Arthur Blok en Jonathan van Melle
Veel gekker kan het niet worden
Just Publishers € 17,95

*) Deze recensie is eveneens verschenen in HP/DeTijd.

4 comments:

bottehond said...

Geachte meneer Spruyt

Ondanks Uw heldere inzichten en analyses moet ik kwijt dat Uw doorlopende kritiek op Geert Wilders genant begint te worden, vooral omdat U blijft hangen in diskwalificaties over de persoon van Wilders en de inhoud verwaarloost. Wellicht is de tijd gekomen dat U zich weer met de inhoud van het islamdebat bezig gaat houden, want op deze manier voegt U niets meer toe. Zonde van Uw intellect.

Frank Verhoef said...

Bottehond,

Grappig dat je dat onder een post plaatst waarin dhr. Spruyt juist ingaat op de kwaliteiten van het boek, niet op Wilders zelf.

Ik las de recensie een paar dagen terug, en ik ben het er helemaal mee eens. Ik heb het boek zelf ook gelezen, en ik vond het beschamend slecht voor die 17,95. Het hele boek staat vol met geklaag over dat Wilders de twee journalisten niet te woord wilde staan. Wat heeft de lezer daaraan? Bovendien staat er heel weinig nieuws in; slechts de schilderwerken (die overigens in dezelfde HP/de Tijd te bewonderen zijn) zijn nieuw voor mij.

Waar ik me nog het meest aan stoorde, zijn de spel- en typefouten in het boek. Meneer Spruyt, goed dat u niet wilde meewerken aan dit eerste en slechtste boek over Wilders. Ze schreven zelfs dat u lid bent van de 'Edmond Burke Stichting'. Lachwekkend.

ijke said...

Sebastian Haffner schrijft in zijn boek "Het verhaal van een Duitser" het volgende:
"Je kunt je de ideeën waarmee de massa's worden gevoed en in beweging gebracht, werkelijk niet kinderlijk genoeg voorstellen. Echte ideeën moeten, om historische krachten te worden die de massa's in beweging brengen, in het algemeen eerst gesimplificeerd worden tot het niveau van het begripsvermogen van een kind."

Toen ik dit las moest ik aan Wilders denken. Ook Wilders is bezig krachten te ontwikkelen die hij zelf niet in de hand kan houden en die alleen maar ellende zal oproepen.

IDL said...

Een persoonlijk portret van Wilders.... Oke,
maar wat de schrijvers blijkbaar proberen te doen is het verklaren van Wilders' standpunten uit zijn persoonlijkheid.
Dit is niet te geloven, de schrijvers van het boek zien Wilders dus als oorzaak (!) van zijn standpunten.
Alsof het geloven in conservatief-liberale ideeen een afwijking is,
wat een linkse arrogantie!