Showing posts with label Elsevier. Show all posts
Showing posts with label Elsevier. Show all posts

8.7.10

Politici aan hun jasje trekken

In de HP/De Tijd van deze week staat de recensie die ik heb geschreven van het boek van Elsevier-journalist Eric Vrijsen over de wereld van de Haagse politiek en media.


De periode waarin een nieuwe regering wordt geformeerd, zoals we die nu meemaken, is een aantrekkelijk Byzantijns intermezzo in het Nederlandse politieke proces. We schorten de democratie als het ware even op. De Majesteit speelt ineens een nadrukkelijke rol. Van kamers die altijd open staan, gaan de deuren nu dicht. Achter zware gordijnen wordt omzichtig gefluisterd. De directe en stoere taal van de verkiezingscampagnes maakt plaats voor wolken van woordenkraam waar alleen de echte ingewijden conclusies aan weten te verbinden. Politici voeren een ingewikkelde baltsdans op, waarin zij even gemakkelijk van partner als van muziek wisselen. En straks staat er toch ineens een club mensen met de koningin op het bordes van paleis Noordeinde. Dan hebben we toch weer een regering. Voor zolang het duurt. En dan begint het spel gewoon weer opnieuw.




Het is hard werken voor de beroepsgroep dankzij welke we iets weten van wat zich daar in de zomermaanden allemaal afspeelt in de verborgenheid van het Haagse Binnenhof. Met hun bloknoot in de hand posteren de politieke journalisten zich elke dag weer bij de ingang van de Eerste Kamer. Om een ‘quootje te scoren’, de verwachtingen vooraf en de ervaringen achteraf uit de mond van de (in)formateur en de betrokken hoofdrolspelers op te tekenen, en daaruit conclusies te trekken over welk kabinet van welke samenstelling we wel eens zouden kunnen krijgen.

Journalisten van radio en tv gaan voor de snelle quote en de mooie beelden van bekende politici die tussen de dagjestoeristen door naar hun formatieafspraak wandelen. Die quotes staan de volgende dag ook in de dagkranten, en in de betere kranten staan als het even kan meer afstandelijke en intelligente analyses van de gebeurtenissen. De afstand tot de gekte van de dag is bij de weekbladen natuurlijk nog groter. Die leveren op maandag of op dinsdag hun kopij bij de drukker in en moeten dus aan het begin van de week een idee hebben van wat de lezer het volgende weekend wil lezen. De betere weekbladjournalist slaagt er in deze situatie in om de actualiteit een plaats te geven in de trends van de langere termijn en het nieuws zo van een verhelderende duiding te voorzien voor zijn lezers.

Eric Vrijsen (1957) is zo’n journalist. Hij beoefent het ambacht al bijna dertig jaar, de laatste twintig jaar als politiek verslaggever bij Elsevier. Hij begon zijn loopbaan in 1981 bij het Eindhovens Dagblad en mocht als leerling-redacteur direct verslag doen van de pogingen van CDA, PvdA en D66 om een kabinet Van Agt-Den Uyl-Terlouw te smeden. Ook Vrijsen ging bij de ingang van de Eerste Kamer staan om ‘bruikbare quotes’ te verzamelen. Hij wist een plekje te bemachtigen in het groepje journalisten dat zich verdrong rondom Joop den Uyl toen die het pand verliet. Maar toen kwam ook Ruud Lubbers naar buiten en bestormden de journalisten hem. Een van hen trok Lubbers zelfs aan zijn jasje om hem te dwingen stil te blijven staan en zijn vragen te beantwoorden. ‘Wilt u niet aan mijn jasje trekken!’, riep Lubbers enigszins geïrriteerd uit. Vrijsen stond erbij, zag het aan en verwonderde zich.

Vrijsen is zich altijd blijven verwonderen over dat wonderlijke Haagse huwelijk tussen politiek en pers. Hij spreekt over hun ‘onderlinge verhouding die van wezenlijke betekenis voor het systeem is, terwijl er naar buiten toe weinig ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Den Haag staat bol van de stilzwijgende afspraken tussen politici en de pers. Tussen beide categorieën bestaan allerlei vanzelfsprekendheden’.

Die blijvende verwondering heeft tot de blijvende distantie geleid die Vrijsen in staat heeft gesteld om niet alleen de relatie tussen pers en politiek helder te analyseren, maar ook de politieke ontwikkelingen in Den Haag helder te blijven bekijken door een bril die niet was beslagen door bewondering of irritatie. Daarom is Vrijsen ook in staat voorbij de hektiek van de dag te kijken: dit voorjaar nog werd Rutte afgeschreven, heette de terugval van Balkenende slechts tijdelijk en zou de strijd om de grootste tussen Pechtold en Wilders gaan.

In het boek dat Vrijsen na twintig jaar Elsevier heeft samengesteld staan dertien essays over dertig jaar Haagse politiek, van die eerste zomer in 1981tot de opkomst van Balkenende, Verdonk en Wilders. Wie de Haagse politiek wil begrijpen, maar vooral: wie wil doorgronden wat zich nu precies voltrekt in dat gewoel bij de ingang van de Eerste Kamer, doet er goed aan deze zomer het boek van Vrijsen te lezen.

N.a.v.: Eric Vrijsen, Wilt u niet aan mijn jasje trekken! (uitgeverij Balans), € 17,95

22.12.09

Kerst 2009

Wonderlijk*

Tijdens de kerstdagen herdenken we de geboorte van de Zoon van God, Jezus Christus. Dat heeft iets merkwaardigs, omdat we, naar mijn beste weten, helemaal niet weten in welke tijd van het jaar Jezus geboren is. In het kerstverhaal houden de herders ’s nachts de wacht bij hun schaapskudden. Dat deden ze alleen ’s zomers.

De eerste vermelding van 25 december als Jezus’ geboortedag dateert uit het jaar 336 na Christus. Bij de Romeinen begon de lente op 25 maart. Op die dag, zo luidde de redenering, moest dan ook de wereld geschapen zijn, en op die dag moest ook de engel Gabriël aan Maria verschenen zijn om haar te vertellen dat zij zwanger was. Negen maanden later, op 25 december, werd haar kind geboren. Dat kwam goed uit, want op die dag viel ook het zonnewendefeest: de kortste dag was weer voorbij, het licht ging de duisternis overwinnen, en Jezus Christus was immers de onoverwinnelijke Zon der gerechtigheid.

Bij ons kerstfeest komt dus een grote hoeveelheid traditie, mythe en geschiedenis mee. Voor mij maakt dat het er alleen maar aantrekkelijker op. Ieder jaar probeer ik dan ook een beetje door te dringen tot de betekenis van dit feest, en ieder jaar weer doe ik dat door mijn bureau leeg te ruimen en daar een dikke foliant met preken op te leggen. De foliant, gebonden in perkament, dateert uit 1629, en de preken zijn ooit uitgesproken door een Anglicaanse bisschop, Lancelot Andrewes (1555 – 1626). Hij heeft die preken gehouden voor de koning van Engeland.

Wat ik zo fascinerend aan deze preken vind, is hun saaiheid. Andrewes zag een preek niet als een vorm van meeslepende zelfexpressie (zoals zijn tijdgenoot John Donne), maar stelde al zijn (niet geringe) gaven en talenten in dienst van een poging om de tekst te begrijpen. Menselijke gevoelens, ook religieuze, zijn immers onbetrouwbaar. Een goede meditatie dient niet om onze persoon uit te drukken, maar om het provincialisme van ons denken en voelen te overstijgen.

In een preek over de Wijzen uit het Oosten (die volgens Mattheüs 2 in het spoor van een ster de weg naar de stal in Bethlehem vonden, om daar Jezus te vereren) stelt Andrewes zich de erbarmelijkheid van hun lange tocht voor. ‘It was no summer progress. A cold coming they had of it, at this time of the year; just the worst time of the year to take a journey, and specially a long journey, in. The ways deep and the weather sharp, the very dead of winter.’

Waar het ‘m in zit weet ik niet, maar deze zinnen hebben in hun nuchterheid iets aangrijpends. Zonder Andrewes te noemen begint Tom Holland zijn boek over de barre tocht van keizer Hendrik IV naar Canossa met deze woorden. Waarschijnlijk kende hij deze woorden dankzij het gedicht van T. S. Eliot over de ‘Journey of the Magi’ (uit 1927). Het is een prachtig gedicht, in het Nederlands vertaald door Martinus Nijhoff, over die Wijzen uit het Oosten, hun barre tocht, en de vertwijfeling waarin ze achterblijven, ook vele jaren nadien nog.

De Wijzen waren getuige geweest van een geboorte, daar in die stal in Bethlehem. Normaal is een geboorte het tegendeel van de dood. Maar deze geboorte had hun dood betekend. Ze waren naar hun koninkrijken teruggekeerd, maar na het zien van de geboorte van Jezus voelden zij zich niet meer thuis in de oude orde, ‘tussen vreemde mensen die hun goden omklemmen’.

En, zo eindigt het gedicht (in de vertaling van Nijhoff):

‘Ik zal blij zijn als ik andermaal sterf.’

(‘I should be glad of another death.’)

Wonderlijke zinnen over een wonderlijk feest op een wonderlijke datum, waarover in wonderlijke zinnen is gepreekt, met wonderlijke gedichten die weer uit de lectuur van die preken zijn ontstaan. Ieder jaar weer moet ik opnieuw beginnen om te proberen er iets van te begrijpen. Wonderlijk is immers ook Zijn Naam.

* Als column verschenen in het kerstnummer van Elsevier.

27.2.09

Mens en dier

Mijn column in de Elsevier van deze week gaat over het thema van de Boekenweek, die over een dag of tien losbarst: Tjielp, tjielp - de literaire zoo. De winkels liggen nu al vol met boeken over de relatie tussen mens en dier, en hangen me nu al de keel uit. Dat sentimentele gedoe met dieren lijkt mij niet alleen onnatuurlijk, maar getuigt vooral van decadentie. Plato schreef het al: als in een democratie het gelijkheidsdenken doorschiet (en ouders op voet van gelijkheid met hun kinderen gaan verkeren en ouderen jongeren gaan nadoen om niet onsympathiek en autoritair over te komen), krijgen ook dieren een bijzondere status: mensen laten die dieren met een lichte buiging voorgaan in de drukte van het maatschappelijke verkeer.
Lees de gehele column hier.

28.1.09

Gedoe om Geert

Nu het Amsterdamse Hof heeft bepaald dat het Openbaar Ministerie Geert Wilders moet gaan vervolgen, staat Wilders sinds vorige week opnieuw in het middelpunt van de mediabelangstelling. Mijn column in Elsevier en mijn recensie in de HP/De Tijd (over een recent essay van Joost Zwagerman) gaan beide over het 'gedoe om Geert'.



Dwaze rechters

Geert Wilders blijft voor velen een ongrijpbaar fenomeen. Als hij onthult dat het zoontje van een ervaren NRC-journalist hem met de dood heeft bedreigd en dat die journalist een vervelend stukje over hem heeft geschreven nadat hij (Wilders) heeft geweigerd om geen aangifte te doen, offert een instituut als NRC Handelsblad die journalist gewoon op. Wanneer Wilders onthult dat hij na de Europese verkiezingen met het Vlaams Belang wil gaan samenwerken, kraait daar geen haan naar – terwijl de associatie met Filip Dewinter voorheen afdoende was om Wilders voorgoed in diskrediet te brengen. Als hij (zo goed als zeker) liegt in het grote Fitna-debat maar een onderzoek naar de precieze gang van zaken weigert, komt hij daar gewoon mee weg – ook als kort daarop blijkt dat een meerderheid van de bevolking denkt dat niet hij maar de regering heeft gelogen. En nadat het Amsterdamse Hof vorige week had aangekondigd dat het Openbaar Ministerie Wilders toch maar moet vervolgen vanwege zijn ‘haatzaaiende’ uitlatingen over de islam, waren de reacties van zijn collega-politici tamelijk afgepast. Velen, aangevoerd door Mark Rutte, vonden toch vooral dat de vrijheid van meningsuiting niet in gevaar mag komen.

Wilders is veel in het nieuws en er wordt veel over hem gesproken, maar waar haast niemand het over heeft, is de vraag wat nu precies de functie van zijn PVV is.

Die vraag is eigenlijk tamelijk gemakkelijk te beantwoorden. Er zijn honderdduizenden Nederlanders die zich meerdere malen per week verbijten over wat zij in de krant lezen over geweld, achterstandswijken en moslims. Vroeger sloeg die afkeer bij hen naar binnen omdat niemand publiekelijk uiting aan hun onrust gaf. Nu weten al die mensen dat Wilders’ adjudant, Fleur Agema, diezelfde ochtend al in alle vroegte naar een benzinestation langs de rijksweg is gereden, daar alle kranten heeft gekocht, die heeft gelezen en over alle berichten al lang schriftelijke vragen heeft gesteld of een spoeddebat heeft aangevraagd. En daarna weer is gaan slapen.

Dat kunnen wij vervolgens ook doen, dankzij de PVV, gewoon verder slapen.

Want het punt is dat de PVV wel honderden Kamervragen stelt en debatten aanvraagt, en dat er erg veel wordt gesproken over de onderwerpen die de PVV aansnijdt, maar dat er natuurlijk helemaal niets verandert. Als Wilders al de intelligentie heeft om dat zelf ook vast te stellen, kan het hem niets schelen. Hij stijgt in de peilingen, en hoeft dus nog niet te emigreren.

De functie van Wilders en zijn PVV in ons politieke systeem is dus die van bliksemafleider. Hoezeer hij zich ook als buitenstaander opstelt, in feite is Wilders degene die het systeem in stand houdt en versterkt. Het politieke systeem heeft hem geabsorbeerd voert hem in zijn gelederen op als het grote excuus aan de kiezers. Het onbehagen wordt vertolkt! Maar ondertussen is die nieuwe Europese Grondwet er gewoon gekomen, wordt de greep van de overheid op de samenleving alleen maar groter en gaat de islamisering gewoon door. En iedereen vindt dat prima. Het zou pas vervelend worden wanneer het systeem als zodanig ter discussie zou worden gesteld (zoals Pim Fortuyn deed), maar dat snapt Wilders niet, of juist heel goed: hij begrijpt dat zelfs hij alleen binnen dat systeem kan gedijen.

Binnen de politieke en maatschappelijk elite begrijpt iedereen dat ze het spel met Wilders zo moeten spelen. Behalve die dwaze Amsterdamse rechters. Die willen Wilders nu gaan vervolgen, uitsluiten, in de gevangenis gooien, onschadelijk maken. Daarmee roepen zij, dom genoeg, niet alleen een maatschappelijke discussie op over de samenstelling en politieke voorkeuren van de Nederlandse rechterlijke macht als zodanig, maar maken zij ook de repressieve tolerantie van het systeem als zodanig ongedaan. Ze maken van Wilders een held buiten het systeem, en maken hem daarmee zo groot dat hij voor dat systeem zelf een bedreiging kan gaan vormen.

Wee u, gij rechters! Wee u, gij Wilders! Jullie trekken elkaar mee in een wedloop die alleen in de chaos van een imploderend systeem kan eindigen.

Bewust of onbewust hebben Wilders’ collega-politici vorige week aangevoeld dat het Amsterdamse hof een ontwikkeling in gang kan gaan zetten waarbij zij uiteindelijk alleen maar te verliezen hebben. Vandaar dat ze maar weer over de vrijheid van meningsuiting begonnen. En zo’n implosie van het systeem waartegen hij zich zegt te keren, wil Geert Wilders zelf ten diepste ook helemaal niet. Hij is zich rot geschrokken, vorige week, bij dit vooruitzicht, dat voor hem alleen in een vlucht naar het buitenland kan uitmonden.

(eerder verschenen in Elsevier)



Ontmaskerd verraad?*

Joost Zwagerman schrijft scherpzinning over de oud-linkse hypocrisie maar kan de vraag waarom zijn vijanden zo hypocriet zijn, zelf ook niet beantwoorden.


Tegen Geert Wilders is blijkbaar geen kruit gewassen. Al ruim vier jaar proberen collega-Kamerleden hem te negeren, te demoniseren of verbaal tegenpartij te bieden, maar tevergeefs. In het afgelopen weekend maakte Wilders’ PVV een sprong in de peilingen, van 17 naar 20 zetels, elf meer dan de partij er nu heeft. Daarmee is de PVV nu even groot als de VVD, de partij die hij in de zomer van 2004 verliet.
Die sprong volgde direct op de aankondiging van het Amsterdamse gerechtshof dat het Openbaar Ministerie Wilders toch moet gaan vervolgen vanwege zijn uitspraken over de islam. Die zijn zo ruig en generaliserend dat er sprake is van belediging, discriminatie en haatzaaien en daarmee van een overschrijding van de grens van de vrijheid van meningsuiting. Berucht zijn vooral de uitlatingen van Wilders waarin hij de islam met het nazisme vergelijkt en de Koran met Hitler’s Mein Kampf. In een van de aanklachten tegen Wilders, die van advocaat Gerard Spong, wordt daar protest tegen aangetekend. In diezelfde aanklacht wordt Wilders zelf direct vergeleken met nazi-propagandist Joseph Goebbels.

Een van de weinigen die zich over dat voortdurende meten met twee maten verbaast, is Joost Zwagerman. Zwagerman (1963) is een succesvol schrijver, maar ook een columnist die met grote regelmaat scherpe stukken in de krant schrijft tegen de leegte en verwarring op links. Hij bundelde die stukken in Hollands welvaren en publiceerde het pamflet De schaamte voor links (2007), waarin hij die verwarring vaststelde in het normen-en-waarden-debat, de multicultuur en de uitholling van het onderwijs. Bezorgd stelt Zwagerman vast dat links het initiatief voor het debat uit handen heeft gegeven aan een ‘gelegenheidscoalitie van christenen en neoconservatieven’. En gek genoeg is Zwagerman van mening dat die alliantie alleen door een andere coalitie kan worden doorbroken: een nieuwe progressieve partij van PvdA en SP, ‘eventueel’ aangevuld met GroenLinks. Volkskrant-journalist Martin Sommer stelde al eerder vast dat ‘des lezers klomp’ hier toch breekt: want met die suggestie zijn we ‘niet bij de toekomst van links zoals Joost Zwagerman denkt, en zelfs niet bij de linkse toekomst van gisteren. Dan zijn we aanbeland in de toekomst van eergisteren’.

Juist op het moment waarop de komende vervolging van Wilders volop in het nieuws is, is er een nieuw boekje van Zwagerman verschenen, een bundeling van een eerder gepubliceerd essay en de tekst van een lezing: Hitler in de polder & Vrij van God. IJverig en scherpzinnig gaat Zwagerman in beide teksten tekeer tegen de ‘lelieblanke elite’ van oud-linkse schrijvers die zich zelf in het verleden vermeiden in beledigende teksten over alles wat christelijk was of naar het christendom riekte en die zich nu woest maken op publicisten die met evenveel enthousiasme het islamitisch geloof te lijf gaan. Met Wilders is Zwagerman van mening dat de aankondiging van het Hof een zwarte dag voor de vrijheid van meningsuiting is. Verder distantieert hij zich natuurlijk nadrukkelijk van Wilders, die hij, ‘zoals filmregisseur Eddy Terstall het altijd zegt, obsesionado’ noemt. ‘Hij is geobsedeerd door de islam en door degenen die in Nederland deze religie aanhangen. Zijn obsessie geeft hem in de meest bedenkelijke en smakeloze ideeën rond te strooien’. Maar, zo vraagt Zwagerman zich ook af, ‘zijn die ideeën een-op-een vergelijkbaar en onderling uitwisselbaar met het gedachtegoed van de nazi’s, die een systematische uitroeiing van de Joden in en buiten Europa voorstonden?’

De kracht en waarde van beide essays is wat mij betreft vooral gelegen in de ijver en verbetenheid waarmee Zwagerman oud-linkse schrijvers als Jan Blokker, Hugo Brandt Corstius, J. A. A. van Doorn en Frits Abrahams achtervolgt. Het lijkt wel alsof hij Fortuyns aansporing ‘Achtervolg ze tot in de hel’ als een persoonlijke opdracht is gaan opvatten.

Zo achterhaalt hij dat Frits Abrahams van de NRC ooit door de Bond tegen het Vloeken is aangeklaagd wegens godslastering. Abrahams had namelijk geschreven dat hij een ‘oud boekske’ had ingezien en dat God daarin op een nogal curieuze manier werd voorgesteld. De bewoordingen die Abrahams daarbij gebruikte, waren volgens de Bond godslasterlijk en vandaar de rechtszaak, die Abrahams overigens won. Maar Abrahams is nu zelf op de stoel van de Bond tegen het Vloeken gaan zitten door zich te beklagen over de hoge toon waarop Ehsan Jami afscheid nam van het geloof waarin hij was opgegroeid. Waarom eiste Abrahams in zijn kritiek op het christendom een vrijheid van meningsuiting voor zichzelf op die hij Jami niet vergunt?

Zwagerman herinnert ook aan de steun die Jan Blokker in 1989 gaf aan de schrijver Salman Ruhsdie, toen deze door een fatwa van ayatollah Khomeiny was getroffen. Blokker maakte zich destijds erg kwaad over diegenen die enig begrip opbrachten voor de gekwetstheid van sommige moslims. ‘Waarom zou ik?’, schreef Blokker in 1989, ‘begrip moeten hebben voor mohammedanen die op de maat in woede uitbarsten, zinloze heilige oorlogen uitvechten, boeken verbranden?’
Toen Ayaan Hirsi Ali in Nederland haar strijd tegen het vrouwonvriendelijke karakter van de islam begon, was Blokker er als de eersten bij om haar de mond te snoeren. Vrouwtje Ayaan moest haar mond houden, en niet zo provoceren.

Zwagerman dwarrelde zelf uiterst vreedzaam van zijn katholieke geloof af en wil dat iedere Nederlander, christen of moslim, diezelfde weg kan gaan. Wat Karel van het Reve over het Oude Testament beweerde, moet iedere moslim in Nederland over de Koran kunnen beweren. Dezelfde vrijheid van meningsuiting dus voor de autochtoon die het christendom bekritiseert als voor de allochtoon die de islam bekritiseert. Dat ‘de Hollandse culturele elite’ een status aparte voor islamcritici en ex-moslims heeft geschapen, noemt Zwagerman het ‘nieuwe verraad der klerken’ dat ‘ontmaskerd’ moet worden.

Maar doet Zwagerman dat ook? Ontmaskert hij dat verraad? Beantwoordt hij, met andere woorden, de vraag waarom die elite ogenschijnlijk met twee maten meet en voor zichzelf een recht op kritiek op de christelijke religie opeist dat het critici van de islam ontzegt?

Zwagerman heeft het ook over Hugo Claus, die bejubeld is vanwege zijn uitspraak over de grote kathedralen die opgeblazen zouden moeten worden. Tijdens een debatavond in Antwerpen vroeg de schrijver Tom Naegels zich af waarom ‘wij Claus vanwege zo’n uitspraak over het opblazen van kerken in de armen sluiten, terwijl we iemand die voorstelt een paar gewelddadige bladzijden uit de Koran te scheuren stigmatiseren als extreem-rechtse haatzaaier en racist.’ Maar Tom Naegels kreeg die avond geen antwoord op zijn waarom-vraag, schrijft Zwagerman. Die vraag beantwoordt Zwagerman zelf eigenlijk ook niet.

Zwagerman suggereert twee antwoorden. Die ongelijkheid zou toegestaan zijn omdat christenen in Nederland zich in het centrum van de politieke en economische macht bevinden, terwijl moslims nog altijd een broze minderheid vormen. De moslim is de ander, de vreemdeling die onze bescherming behoeft. Zwagerman ontmaskert die houding als ‘valse solidariteit’, maar heeft daarmee nog geen antwoord gegeven op de vraag die hij zelf stelde.

Zijn tweede suggestie is dat ongelijkheid is toegestaan wanneer critici onderdeel uitmaken van een zelf benoemde elite en hun kritiek uitbreiden over alle vormen van religie. Maar dat klopt niet, want dat doen Ayaan Hirsi Ali en Afshin Ellian ook, en dat heeft hen in deze kringen niet populairder gemaakt.

Dichter bij de waarheid komt Zwagerman ongetwijfeld wanneer hij Rudy Kousbroek citeert. Die schreef eens dat de islam eigenlijk nog veel erger is dan het christendom maar dat hij zich over de islam altijd tamelijk discreet uitliet. ‘Misschien wel uit angst voor mijn hachje’, voegde Kousbroek daaraan toe.

Wat Zwagerman niet ziet is dat kritiek op het christendom en clementie met de islam in dienst staat van één en dezelfde moderne agenda: de afrekening met een wereld die door een cultuur werd gedomineerd die velen als een belemmering van hun vrijheid dachten te ervaren, en die moet worden ingeruild voor een wereld waarin alles relatief is, en waarin, als om dat te onderstrepen, de exotische nonsens van een geïmporteerd geloof alle ruimte krijgt. Gewelddadig zijn slechts enkele enkelingen, zeggen de voorstanders van die agenda, uit angst voor het eigen hachje.

Zwagerman is eerlijk en scherp, maar omdat hij uiteindelijk zelf ook onderdeel van deze agenda uitmaakt, verschilt hij slechts gradueel van zijn vijanden en blijft hij blind voor hun redenen, die veel minder dubbelzinnig zijn dan hij denkt.

N.a.v. Joost Zwagerman
Hitler in de polder & Vrij van God (uitgeverij de Arbeiderspers)


* eerder verschenen in HP/De Tijd

22.1.09

C-factor

Mijn nieuwe column in Elsevier gaat over de Calvijn-herdenking die vorige week in Nederland is losgebarsten:


'... Als historicus zou ik eigenlijk blij moeten zijn met elke herdenking van wie of wat dan ook. Herdenkingen tonen immers het belang van kennis van het verleden aan en daarmee van de ambachtslieden die dat verleden onderzoeken en beschrijven. Maar een groot gevoel van medelijden bevangt mij altijd met de personen die worden herdacht – dezer dagen bijvoorbeeld met de Fransman Jean Cauvin (in ons land bekend geworden als Johannes Calvijn), die 500 jaar geleden werd geboren. Het is maar goed dat overledenen hun eigen banale herdenkingen niet hoeven mee te maken.

Die herdenking van Calvijn barstte vorige week ineens los. Overal in het land worden exposities en congressen gehouden en debatten, symposia en studiedagen georganiseerd. Op 30 mei zal premier Balkenende een toespraak houden op de nationale herdenking in Dordrecht. Op de website van Trouw kan iedereen een eenvoudige test doen om zijn eigen mate van calvinisme (zijn C-factor) vast te stellen. Ik scoorde 72 procent, en dat viel me toch een beetje tegen...'

Lees de gehele column in Elsevier, abonneer u hier.

14.1.09

Geschiedenisboeken en Pim Fortuyn

Mijn nieuwe column in de Elsevier van deze week is geschreven naar aanleiding van de presentatie van een biografie van de grootvader van Frits Bolkestein. Maar de column spitst zich toe op een geschiedenisboek voor de HAVO waarin valselijk wordt verkondigd dat Pim Fortuyn zijn besluit de politiek in te gaan 'een maand na de aanslagen in New York' zou hebben aangekondigd:

'... Ik heb er hier al eerder op gewezen dat sommige boeken heel rare dingen over Fortuyn te melden hebben: hij zou door ‘een onbekende man’ zijn doodgeschoten en zijn ‘scherpe opvattingen’ zouden hem op die manier ‘noodlottig’ zijn geworden (Elsevier van 13 september 2008). Het boek Geschiedenis Werkplaats (alweer een uitgave van Wolters Noordhoff, 2006) moet HAVO-leerlingen in de tweede fase een ‘historisch overzicht’ bijbrengen. Maar over Pim Fortuyn moeten zij leren dat hij zich ‘een maand na de aanslagen in New York’ (van 11 september 2001) kandidaat stelde voor de verkiezingen van mei 2002.
Iedereen weet (of kan even opzoeken) dat Fortuyn al eerder, eind augustus 2001, aankondigde dat hij de politiek in ging. Zijn laatste column in Elsevier (‘Ik kom eraan!’) is van 1 september 2001. Door het zo voor te stellen alsof hij dat deed na de aanslagen in New York, wordt gesuggereerd dat Fortuyn een xenofoob was die politiek gewin uit die aanslagen wilde halen....'

Lees de hele column in de Elsevier van deze week. U kunt zich hier abonneren.

7.1.09

Israël

In de Elsevier van deze week gaat mijn column over Israël:


'... Loyaliteit aan Israël is een morele plicht voor ieder mens die in de westerse beschavingstraditie is opgevoed. Als buitenpost van het Westen in het Midden-Oosten, als klein en democratisch land dat omringd wordt door staten die uit zijn op zijn vernietiging, heeft de staat Israël de taak zijn burgers tegen geweld van buitenaf te beschermen. Die staat is er gekomen omdat 2000 jaar geschiedenis duidelijk had gemaakt dat de Joden voor hun veiligheid niet op de welwillendheid van anderen konden vertrouwen. De geschiedenis van Israël sinds 1948 heeft duidelijk gemaakt dat overleven in de echte wereld, de wereld waarin wet noch recht gelden en waar de hoofdrolspelers zich al helemaal niets door het internationale recht laten gezeggen – een wereld ver verwijderd van het gebabbel in de Tweede Kamer - alleen mogelijk is met behulp van de methode Israël. Als je een vijand hebt, al is het maar omdat een land of geloof jou tot zijn vijand heeft verklaard, dan moet je niet gaan zitten afwachten wat die vijand gaat doen maar hem preventief bestrijden (in het binnenland bijvoorbeeld door administratieve detentie).

Het enige dat misschien zorgen wekt, is de strijdbaarheid van de Israëlische regering. Hamas heeft de afgelopen drie jaar 6.464 raketten op Israël afgevuurd. In plaats van Hamas direct aan te vallen, heeft Israël drie jaar lang gewacht, totdat de situatie ‘ondraaglijk’ was geworden en ‘de Israëli’s het gewoon niet meer konden verdragen’ (zei minister Tzipi Livni). Betekent dit dat de raketaanvallen van Hamas op Israël op een gegeven moment ook draaglijk kunnen zijn en dat Israël dan zal terugkeren tot een politiek van het zoeken van vrede met de Arabieren? Als dat zo is, dan betekent dat dat Israël inmiddels ook het modern-liberale axioma over geweld als ‘uiterste redmiddel’ heeft omhelsd.

Dat zou jammer zijn...'


Lees de hele column in de Elsevier van deze week. U kunt zich hier abonneren.

30.12.08

Deugden

Ondanks – of beter: dankzij – de kredietcrisis heeft een gevoel van opluchting zich opzichtig meester gemaakt van onze politieke kaste en alle geledingen die daar omheen cirkelen. Die opluchting is ingegeven door de gedachte dat de kredietcrisis tot een geheel nieuwe discussie leidt en dat dit gunstig is voor links. De vorige discussie, dat was het langdurige en harde debat over immigratie en integratie dat de ‘ondraaglijke leegte’ van links heeft blootgelegd. Het nieuwe debat daarentegen gaat over het ‘falen’ van de markt, over de zegeningen van overheidsingrijpen en sterker staatstoezicht en toont (eindelijk weer eens) het gelijk van links aan.

In de nieuwe wereld die wij eind 2008 zijn binnengetreden maken Wilders en Verdonk plaats voor Bos en Halsema, en Cliteur en Bolkestein voor Schnabel en Pels. We gaan weer sparen in plaats van beleggen, verruilen de Hummer voor een Prius, de gloeilamp voor een spaarlamp, liberalisme voor socialisme, ABN voor Triodos, managers voor ambtenaren. We kopen geen nieuwe schoenen maar laten onze oude verzolen, smijten niet met geld in een warenhuis maar surfen over marktplaats.nl, gooien kapotte spullen niet zomaar weg maar laten die nog een keer repareren. Kortom, in de nieuwe wereld is voor de ‘rechtse heb- en spilzucht’ geen plaats meer, gaan we weer eerlijk delen en verdelen en nivelleren en ondernemers, beleggers en bankiers streng controleren. En dat lastige electoraat zal nu toch wel inzien dat het zich de luxe van het ongenoegen over de politiek niet langer kan permitteren.

Dit althans is de boodschap die we dagelijks zien, horen en lezen, op tv, radio en in kranten en weekbladen. Klopt die boodschap ook?...

Lees mijn antwoord in mijn column in de nieuwe Elsevier. Abonneren kan hier.

19.12.08

Kerstcolumn

Ah, het einde van het jaar! De tijd van korte, donkere dagen en lange avonden, van kou en haardvuur, misschien wel van vorst en sneeuw, van boeken en wijn, van familiebezoek, oude tradities en andere feesten, en, als het even lijden kan, van wat vrije dagen.

Zelf ga ik dezer dagen de fantastische, naar men mij heeft verzekerd, tentoonstelling over Erasmus in museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam bezoeken.

En ook, zoals elke winter, het volledige oeuvre van J.B. Schuil herlezen. Schuil (1875-1960) is de auteur van nooit verbeterde jongensboeken met titels als De AFC’ers, De Katjangs, Rob en de stroper van Tjot- Idi en, mijn favoriet, Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen: ridderlijke boeken over voetballende jongens, eerlijk bedreven kattenkwaad, slechte rapporten, dreigende verboden door strenge vaders, ontsnappingen met lakens uit slaapkamers en overwinningen in de laatste minuten. Ik wantrouw, eerlijk gezegd, iedere man, en zeker iedere vader, die Schuil niet eens per jaar herleest. ...

Lees de rest van mijn column in het speciale Kerstnummer van Elsevier. Abonneren kan hier.

11.12.08

Gematigden

In een week waarin Ehsan Jami met zijn film over Mohammed in de publiciteit kwam en Geert Wilders aankondigde dat hij met Fitna op een internationale tournee gaat, komt ook een grote groep Marokkaanse Nederlanders bijeen, zaterdag in Utrecht. Zij willen als ‘nieuwe generatie’ en geïnspireerd door hun islamitische geloof een bijdrage leveren aan een toekomstvisie voor Nederland in 2023. Ze willen daarmee een einde maken aan de ‘negatieve spiraal van angst, wantrouwen en de waan van de dag’.

Spannend dus...

Lees de rest van mijn column in de nieuwe Elsevier. Abonneren kan hier.

4.12.08

Restauratie

De Volkskrant, misschien wel de beste krant van Nederland, heeft sinds drie jaar de gewoonte iemand tot ‘de meest invloedrijke Nederlander’ uit te roepen. Evenals vorig jaar is dat dit jaar Alexander Rinnooy Kan, de 59-jarige voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Rinnooy Kan is dus niet de machtigste of de belangrijkste of de voorbeeldigste Nederlander, maar de invloedrijkste: hij is een spin in het grote netwerk van besturen, raden en commissies dat de ‘schaduwmacht’ van Nederland vormt, en voert dus de bestuurlijke elite aan. Hij zit overal aan tafel, praat overal mee, geeft raad en advies, stuurt en bestuurt, is koning van de polder.

Ik denk dat de heer Rinnooy Kan een aimabel persoon is, rustig, weloverwogen, misschien zelfs wel doordrongen van het feit dat het van belang is om je bescheiden te presenteren.

Maar tegelijkertijd zou je ook willen weten hoe zo’n man, die zoveel invloed heeft, en de vertegenwoordiger bij uitstek is van een kleine elite die nadrukkelijk een stempel op de samenleving zet – hoe zo’n man in elkaar zit, wat zijn opvattingen zijn....

Lees de rest in mijn column in de nieuwe Elsevier.

25.11.08

Kerk en staat bij Rutte's VVD

Mijn column in de Elsevier van deze week gaat over de pogingen van Mark Rutte om duidelijk te maken dat zijn partij de joods-christelijke traditie omarmt.

'... Rutte is niet alleen druk bezig zichzelf als de optimistische "groen-rechtse" politicus neer te zetten, maar heeft ook een nieuwe beginselverklaring geschreven die twee weken gelden na wat aanpassingen op de ledenvergadering van de VVD is aangenomen. Daarin heet het dat de mens een sociaal wezen is. Het gaat daar ook weer over een "bezielend verband", over de cultuur en de "bijbehorende normen" van onze samenleving. En die normen vinden hier in Nederland hun oorsprong in "de joods-christelijke traditie, het humanisme en de Verlichting. Deze beschavingsfundamenten vormen samen met de Nederlandse taal, de vaderlandse geschiedenis en de Grondwet de grondslag voor onze nationale identiteit".

We zouden kunnen zeggen dat Frits Bolkestein via de beginselverklaring van Rutte het gevecht in de VVD tegen de Hans Dijkstallen alsnog heeft gewonnen.

Maar nog is Rutte niet tevreden....'

Lees de rest van mijn column in Elsevier. Abonneren kan hier.

22.11.08

Sleutel

Ineens was ze weg, minister Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie, klinisch afgeserveerd in een sessie in een achterkamertje op Bos’ ministerie van Financiën. Weinig mensen zullen bij haar vertrek een zakdoek nodig hebben gehad: die ergerlijk proleterige tongval is nu verstomd, en hopelijk ook de dwaze praat die zij met enige regelmaat uitsloeg. We moeten ons maar gaan bezighouden met de opvolger die zich al zat in te lezen toen de gezagloze Vogelaar nog niet eens wist dat de partijleiding van haar af wilde: Eberhard van der Laan (53).

Maar één punt verdient nog wel even aandacht.

Vogelaar is destijds door Bos gepresenteerd als een van de nieuwe boegbeelden van de partij. Na vijf jaar oppositie en partij. Na vijf jaar oppositie en verloren verkiezingen moest de PvdA een electorale klapper gaan maken met de integratie van allochtonen en de aanpak van achterstandswijken.

Vogelaar moest laten zien dat de PvdA dit kon en daarmee Wilders en Verdonk de wind uit de zeilen nemen. Nog deze zomer zei Bos dat de geloofwaardigheid van de PvdA afhing van de vraag hoe ‘wij het er bij het integratievraagstuk vanaf brengen. Het is de sleutel terug naar de harten van de mensen.’

Moeten we na anderhalf jaar niet concluderen dat de PvdA met Vogelaar heeft gefaald en die sleutel nog steeds niet in handen heeft?

...

Lees de rest van mijn column in Elsevier. Abonneren kan hier.

18.11.08

Vervoering

In het centrum van Grand Rapids, een half-Nederlandse stad in de Amerikaanse staat Michigan, staat het Amway Hotel. Het hotel is van Rich de Vos en Jay van Andel, twee ondernemers die veel geld hebben verdiend en de stad in hun succes hebben laten meedelen door het een stadion, een kankercentrum en nog heel veel meer te geven.

De Vos en Van Andel zijn steunpilaren van de Republikeinse Partij, of beter: dat waren ze, want Van Andel is een paar jaar terug onverwacht dood gebleven. Ze gaven een boel geld weg aan allerlei organisaties binnen en rond de partij, en een dochter had zomaar de Amerikaanse ambassadeur in Nederland kunnen wezen.

Vader en zoon Bush en Ronald Reagan waren hier in dit hotel te gast. Onze Koningin trouwens ook, in kamer 1204.

Op een kamer in dit hotel zit ik dit stukje te tikken. Buiten sneeuwt het. Verderop in de gang is de presidentiële suite. Ik zweer het. Barack Obama is er helaas niet, of houdt zich erg stil. Beneden is de ball room, vernoemd naar president Gerald Ford, die uit Grand Rapids kwam. Als ik door mijn raam naar buiten kijk, zie ik langs de rivier het grote museum liggen dat hier is gebouwd om zijn nagedachtenis te eren. Je ziet er eigenlijk nooit iemand naar binnen gaan, alhoewel Ford een aardige man moet zijn geweest.

In die ball room waren de Republikeinen van Michigan vorige week bijeen om met elkaar de vorige week bijeen om met elkaar de uitslag van de verkiezingen te doorstaan. Een vrolijke boel was het niet. Hun man, John McCain, was in de ogen van het Amerikaanse publiek zozeer een verlengstuk van acht jaar George W. Bush, dat de kiezers hun laarzen gevoelig tegen de onedele delen van de Republikeinse kandidaat hebben geplaatst.

Obama in het Witte Huis, een ruime meerderheid van de vermaledijde Democraten in Huis en Senaat, en straks gaat die man natuurlijk ook nog linkse rechters in het Hooggerechtshof benoemen – nee, hier in Michigan weten ze even niet meer hoe het verder moet.

...
Lees de rest van mijn column in Elsevier. Abonneren kan hier.

30.9.08

Gouda

Weet u al bij welk Nederland u hoort? Bij het Nederland van Geert Wilders of bij het Nederland van de Haagse elite en de Amsterdamse grachtengordel? Bij het Nederland van 'Ingrid en Henk, die zuchten onder te hoge belastingen en straatterrorisme' of bij het Nederland van de 'subsidieslurpende grachtengordeltypes' die het 'Marokkaanse tuig' met hun 'islamitische intifada' rustig Nederland laten koloniseren? Die vraag dringt zich aan ons op sinds de Algemene Beschouwingen van vorige week. Wilders deed het daarin voorkomen alsof recente incidenten in Gouda -waar bussen van Connexxion de wijk Oosterwei mijden vanwege bedreigingen en berovingen door Marokkaanse jongens- de algehele staat van Nederland typeren.

Nu wil het geval dat ik zelf in Gouda woon. In Amsterdam kon je dat tot voor kort eigenlijk niet zeggen. Daar stond 'Gouda' voor 'de provincie', voor kaas en stroopwafels, en voor saaie burgers die om zes uur 's avonds hun aardappels prakken in vette jus.

Inmiddels herinneren ze zich zelfs in Amsterdam dat het Centraal Bureau voor de Statistiek twee jaar geleden al een rapport uitbracht dat voorspelde dat de problemen in de 'achterstandswijken' van de grote steden zich snel naar de voorsteden en de middelgrote steden zouden verplaatsen, met als gevolg dat er ook in die steden 'zones van niet-westerse immigranten' zouden ontstaan...

Lees de rest van mijn column in de Elsevier van deze week. Abonneren kan hier.

18.9.08

Scheidslijn

Het zijn mooie scalpen die rechts de afgelopen weken op links heeft veroverd. Op kernenergie rust geen taboe meer. Subsidies aan milieuactiegroepen worden kritischer onder de loep genomen. Greenpeace moet strafrechtelijk worden vervolgd. Er komt een wet die kraken verbiedt.

Heel voorzichtigjes, zo lijkt het, gaat de Haagse politiek zich aanpassen aan de veranderingen in het maatschappelijke klimaat van de afgelopen jaren. Steeds meer Nederlanders durven gewoon te zeggen dat ze rechts zijn (geworden).

Nu zowel CDA als VVD de hete adem van Rita Verdonk en Geert Wilders in de nek voelt, stellen beide partijen hun koers steeds meer bij en zorgen ervoor dat de kloof tussen wat burgers terecht willen en wat de overheid hun ontzegt, de afgelopen tijd iets kleiner is geworden.

Syp Wynia schreef vorige week in Elsevier dat dat allemaal komt doordat een voorheen zwijgende meerderheid nu haar stem laat horen. Die laat zich niet meer gijzelen door een luidruchtige linkse minderheid die al te vaak door het kader van de politieke partijen in het centrum werd gesteund.

In het weekblad De Groene Amsterdammer kwam Joshua Livestro in een mooi essay tot dezelfde conclusie. En hij voegde eraan toe dat die meerderheid steeds meer uitgroeit tot een ‘aaneengesloten electoraal blok’ op rechts. Daarmee tekent zich een nieuwe scheidslijn in de politiek af, tussen progressief en conservatief, tussen spraakmakende minderheid en zwijgende meerderheid.

Ik wilde dat Livestro gelijk had, en hoop van harte dat hij het alsnog krijgt, liefst op zo kort mogelijke termijn. Maar de werkelijkheid in Nederland is vooralsnog een andere. ...

Lees de rest van mijn wekelijkse column in de nieuwe Elsevier. Abonneren kan hier.

11.9.08

Onderwijs

Prominente politici hebben het academisch jaar geopend, de scholen zijn weer begonnen, en dus zie je overal leerlingen en studenten met rugzakken vol boeken over straat gaan. Ook in huize Spruyt zie ik zonen met tassen vol boeken sjouwen (mevrouw Spruyt en ik doen alleen in jongens) en als altijd bezorgde ouder onderwerp ik de inhoud van die boeken elk jaar aan een grondige inspectie. Ik kan iedereen alleen maar aanraden dat ook te doen.

Het kan namelijk zomaar gebeuren dat uw bloedjes van kinderen een geschiedenisboek in handen krijgen waaruit zij moeten leren dat burgers op verschillende manieren aan het politieke leven kunnen deelnemen: ‘Taarten in het gezicht van politici, ketchup over driedelig van politici, ketchup over driedelig grijs, kogelbrieven bij het ontbijt: burgers zijn niet alleen actief in het stemhokje.’ Als u bij deze passage aan Pim Fortuyn moet denken, dan moet u weten dat uw kinderen over hem leren dat hij op 6 mei 2002 door ‘een onbekende man’ is doodgeschoten.

Dat die man een linkse milieu activist was en Volkert van der Graaf heette, hoeven uw kinderen niet te weten. Wat zij wel moeten weten is dat die Fortuyn ‘scherpe opvattingen’ had, en dat die hem ‘uiteindelijk noodlottig’ zijn geworden. (Deze citaten zijn afkomstig uit het geschiedenisboek Indigo en het maatschappijleerboek Impuls, uitgaven van Wolters-Noordhoff.)...

Lees de rest van mijn wekelijkse column in de nieuwe Elsevier. Abonneren kan hier.

4.9.08

Heksenjacht

Arie Slob, fractievoorzitter van de ChristenUnie, schreef begin deze week dat hij bang is voor een rechtse jacht op linkse heksen. Letterlijk had hij het over ‘McCarthy-achtige toestanden’. Slob zei dat hij niet zit te wachten op iets vergelijkbaar met de activiteiten van de Amerikaanse communistenjager Joseph McCarthy.

Nu is Slob geen boosaardige man. Hij wordt nogal eens in korte broek en met een ijsje rond het Binnenhof gesignaleerd, met een blik van ‘wie ben ik dat ik bij al die echte politici mag aanschuiven?’ Maar het valt op dat hij zich met deze uitspraak opnieuw in het koor voegt van andere linkse politici die zich, in dit geval, keren tegen de roep om rekenschap van linkse activisten uit de jaren tachtig. Na het vertrek van Wijnand Duyvendak moest PvdA-minister Jacqueline Cramer zich deze week in de Kamer verantwoorden voor haar activiteiten als voorzitter van Milieudefensie.

Er broeit sinds 2002 een ‘aversie tegen links en de politieke correctheid’, stelt Femke Halsema van GroenLinks rillend vast. ‘Rechts ruikt zijn kansen.’

Is dat zo?....

Lees de rest van mijn wekelijkse column in het nieuwe nummer van Elsevier. Abonneren kan hier.

1.9.08

Groenrechts

GroenLinks-kiezers, erkent zelfs Wijnand Duyvendak, vliegen het meest van alle Nederlanders. Het milieu is dus veel te belangrijk om aan hypocriete linkse mensen over te laten.

Maar dan is het milieu zeker veel te belangrijk om aan rechtse mensen toe te vertrouwen. Dat althans was tot voor kort het geval. Er komt nu verandering in.

In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, treedt binnen de Republikeinse Partij een nieuwe generatie van jonge conservatieven aan die klimaat en milieu hoog in hun vaandel voeren. Zij verwijten de vertegenwoordigers van het partijestablishment dat zij in de successen en de agenda van de Reagan-revolutie uit de jaren tachtig blijven hangen.

Voor belangrijke onderwerpen hangen. Voor belangrijke onderwerpen als energie en de opwarming van de aarde hebben zij de kop in het zand gestoken en het thema aan linkse mensen overgelaten, aangevoerd door Al Gore.

Conservatieven hebben daarmee het imago gekregen van nitwits die zich van wetenschappelijk onderzoek weinig aantrekken.

In een optimistisch land als de Verenigde Staten is dat vervelend, en het is nog vervelender als we ons realiseren, zo betogen deze jonge conservatieven, dat de linkse oplossingen niet werken.

Niet straffen met nieuwe belastingen is het antwoord, maar investeren in alternatieve technologieën.

De grote inspiratiebron van deze nieuwe agenda op rechts is de jonge oppositieleider en aanvoerder van de Britse Conservatieve Partij: David Cameron (41)...


Lees de rest in mijn nieuwe Elsevier-column van deze week. Abonneren kan hier.

21.8.08

Links fascisme

Mijn Elsevier-column deze week gaat over Wijnand Duyvendak:

...Jacques Presser, auteur van het standaardwerk over de Jodenvervolging in Nederland, betoogde eens dat het fascisme, als het in Nederland nog eens terugkomt, zich zal aandienen in de gedaante van het anti-fascisme.

Extreem-links kun je niet beter dan zo typeren.

De aanhangers presenteren zich als de grote bestrijders van het fascisme, maar zijn in hun denken en handelen zo fascistisch als de pest. Het is meer dan een kwestie van de extremen die elkaar raken – de extremen komen hier bij elkaar en gaan elkaar zelfs overlappen.

Dat is volkomen begrijpelijk voor wie zich realiseert dat het denken in extreem-linkse kringen beslissend is beïnvloed door een politiek filosoof die tevens de hofjurist van Adolf Hitler was: Carl Schmitt (1888-1985)...

Het denken van Schmitt heeft extreem-links geholpen om de democratie zo niet af te wijzen dan wel te relativeren als hooguit een middel tot een doel. Het heeft de beweging geholpen de wereld te delen in vrienden –weinig– en vijanden –heel veel. En de bestrijding van de vijand (het kapitalisme, rechts, en de wereld zoals hij is) is zo urgent dat extreem-linkse mensen in de veronderstelling verkeren dat ze zich niet hoeven te houden aan de ‘burgerlijke legaliteit’ van de democratische rechtsstaat...

Het linkse fascisme is een manier van doen die een vitale democratie niet kan tolereren en waarmee ze grondig moet afrekenen.

Lees de rest van deze column in de nieuwe Elsevier. Abonneren kan hier.