Showing posts with label Balkenende. Show all posts
Showing posts with label Balkenende. Show all posts

13.7.10

Ondertussen bij het CDA

Hoe eerlijk, hoe meedogenloos eerlijk, kun je zijn na geleden verlies? Het CDA werd bij de laatst gehouden Kamerverkiezingen zo goed als gehalveerd en staat in de Haagse politiek nu voorlopig buiten spel. In zo’n situatie is het niet voldoende om je af te vragen wat er allemaal mis is gegaan, maar moet je ook nadenken over de vraag hoe je in een nieuwe context met nieuwe ideeën en een nieuw coherent verhaal moet komen. Een van de weinigen die er blijk van geeft dat te begrijpen is oud-CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek (1953).

Schinkelshoek heeft een mooie carrière gehad: na zijn start als journalist werd hij voorlichter van het CDA en van het ministerie van Justitie, hoofdredacteur van de Haagsche Courant en directeur communicatie bij de Rabobank. Hij was in 1986 en 1989 de man achter Ruud Lubbers en hij bedacht Jochem de Bruin. En toen leek hij zijn loopbaan te besluiten in het hoge ambt van volksvertegenwoordiger. Maar bij de laatste Tweede-Kamerverkiezingen stond hij op nummer 27, en een verlenging van zijn eerste termijn zat er dus niet in. Daarbij sprak hij de bevindelijke woorden: ‘Je weet dat er een beroepsrisico is als je de politiek in gaat. Maar tussen weten en ervaren gaapt echt een kloof.’



Volgens Schinkelshoek – die de afgelopen tijd grote interviews aan Elsevier en NRC Handelsblad gaf – verkeert het CDA in een diepe depressie. Het is een kwestie van uithuilen en opnieuw beginnen. De persoon van lijsttrekker Jan Peter Balkenende is volgens Schinkelshoek op zijn hoogst een van de redenen van het zware verlies. Met een andere lijsttrekker zou de christen-democratie ook hebben verloren. Het CDA had als traditionele middenpartij geen antwoord op het gepolariseerde politieke klimaat, met links tegenover rechts, Cohen tegenover Rutte. Dat was vroeger anders geweest. Van Agt en Lubbers slaagden er in de jaren zeventig en tachtig in om tegenover Den Uyl en Wiegel en tegenover Nijpels en Kok succesvolle posities te veroveren. Erger nog is dat het CDA geen antwoord heeft gevonden op de ‘fundamentele uitdaging’ van de PVV.

Schinkelshoek is als het ware geschapen voor kritische zelfreflectie. Hij zat in de Kamercommissie die zich bezig hield met ‘parlementaire zelfreflectie’ en hij was lid van de commissie-De Wit, die de kredietcrisis onderzocht. In laatstgenoemde commissie viel het hem op hoe gemakkelijk de hoofdrolspelers hun eigen verantwoordelijkheid wegcijferden en hoe moeilijk het voor hen was eigen fouten toe te geven.

Mede daarom, denk ik, zegt Schinkelshoek ronduit dat er binnen het CDA sprake is van een ‘ideeëncrisis’. Het oude verhaal van fatsoen en eigen verantwoordelijkheid, waarmee het CDA na het verlies van 1994 in 2002 weer terug kwam, is uitgewerkt. En die ideeën – eigen, nieuwe ideeën – zijn belangrijker dan ooit omdat de oude, vanzelfsprekende loyaliteit, als overblijfsel van de verzuiling, iedere verkiezing verder verdampt.

Daarom stelt Schinkelshoek dat het CDA meer moet doen dan alleen maar onderzoeken wat er fout is gegaan en wat tijdens de verkiezingscampagne beter had gekund. ‘Wat nodig is, is de christendemocratie heruitvinden.’

Zijn er nog meer CDA’ers die dat van plan zijn en bereid zijn met meedogenloze eerlijkheid in de spiegel te kijken?
Het CDA heeft een commissie ingesteld die onderzoek gaat doen naar ‘de huidige situatie van het CDA’. Deze commissie bestaat uit ‘zestien personen die uit alle partijgeledingen en regio’s afkomstig zijn’. Tot de ‘aandachtspunten’ van de commissie behoren ook relevante vragen over ‘houdbare en werkbare concepten’ en over de betekenis van de ‘C’ van het CDA. Maar wie een commissie benoemt van zestien personen plus een reflectiegroep met leden uit alle provincies, wekt de indruk dat hij bij voorbaat niet geïnteresseerd is in een glashelder en bruikbaar antwoord op de goede vragen. En bovendien: de naam van Jan Schinkelshoek staat nergens bij.

17.5.10

Christelijk Conservatief Beraad

In een hartelijke sfeer van enthousiasme en verwachting hebben we afgelopen zaterdag met ruim 200 mensen op de Vanenburg in Putten de eerste bijeenkomst van ons Christelijk Conservatief Beraad belegd. Sprekers waren Hans Hillen en Eddy Bilder, Cor Verkade en Marlies van der Staaij, Henk Dijkgraaf en Amanda Kluveld. Zelf sprak ik over het belang van een cultureel fundament onder de samenleving. Een verkorte versie van een deel van de tekst staat vandaag op de opiniepagina van het Nederlands Dagblad, en volgt ook hieronder:


Het is nauwelijks nog voor te stellen, maar er is een tijd geweest waarin Jan Peter Balkenende nog geen premier van Nederland was. Hij was toen eerst Kamerlid en later fractievoorzitter van het CDA. In die tijd was Balkenende uiteraard nog veel toegankelijker dan nu en kon je uitvoerige gesprekken met hem hebben op zijn mooie kamer in het voormalige ministerie van Justitie. Die gesprekken gingen toen over één belangrijk thema: de agenda van hervormingen, bezuinigingen en belastingverlagingen, de visie op de overheid, het belang taken bij de overheid weg te halen en de vraag of de samenleving die taken weer zelf op zich kon nemen. Over dat laatste was Balkenende, destijds in ieder geval, opvallend optimistisch: als de samenleving zelf weer bepaalde taken moest verrichten – de buren helpen, behoeftigen verzorgen, sparen voor de rollator van oma – zou dat ook gebeuren. Als vanzelf. Balkenende was ervan overtuigd dat die kracht niet opnieuw moest worden aangekweekt maar dat die nog steeds in de samenleving aanwezig was.





Het thema van de gesprekken met Balkenende uit 2001-2002 is nu opnieuw actueel, actueler dan ooit, en is het onderwerp van deze eerste bijeenkomst van het Christelijk Conservatief Beraad. De financieel-economische crisis die steeds wilder om zich heen grijpt, dwingt tot radicale bezuinigingen. De keuzes die daarbij worden gemaakt, moeten het resultaat zijn van een heldere visie op de taken van de overheid. Wat moet de overheid doen en wat vooral niet, en op welke taken kunnen we op grond van deze analyse bezuinigen? En als de overheid bepaalde taken niet meer kan uitvoeren, alleen al om financiële redenen, mogen we dan aannemen dat de burgers zelf die taken weer ter hand zullen nemen? Of, met andere woorden: is in Nederland aan de morele voorwaarden voldaan om onze samenleving, onze democratische rechtsstaat en vrije-markteconomie, goed te laten functioneren?

Dat is een vraag die niet vaak wordt gesteld. In de klassieke oudheid stelden politieke filosofen (zoals Plato, Aristoteles, Polybius, Cicero) zich de vraag naar die morele voorwaarden wel zeer nadrukkelijk. Zij waren er namelijk van overtuigd dat een democratie kon ontaarden in chaos en ongebondenheid. Dat gebeurt wanneer mensen geen innerlijk respect meer hebben voor de wetten van het land, wanneer het gelijkheidsdenken doorslaat zodat vaders hun kinderen en leraren hun leerlingen als hun gelijken gaan behandelen, en wanneer vrijheid niet meer wordt gedefinieerd als het recht is om te doen wat men behoort te doen maar als het recht om altijd en overal te doen en te zeggen waar je zin in hebt. Het gebeurt wanneer mensen tradities niet meer in ere houden, hun ouders niet meer eren en de goden niet meer vereren – dan slaat vrijheid om in chaos en ongebondenheid en wordt de roep luid om een sterke man die de orde komt herstellen.

Vele mensen zien in dat we momenteel precies in deze impasse verkeren: het valse alternatief tussen de chaos van de ongebondenheid en de tirannie van het populistische leiderschap, tussen de onmacht van de traditionele politiek en de valse illusies van de nieuwe politiek. Het christelijk conservatisme biedt het alternatief dat ons uit deze impasse kan bevrijden.

Er zijn vandaag ruim 200 mensen naar Putten gekomen omdat het hier vandaag gegaan is over het culturele fundament dat een samenleving nodig heeft, een fundament van waarden en deugden dat in oude instituties wordt aangekweekt. Daarom ging het hier vandaag over familie en gezin, over onderwijs en over de rol van de kerken. Ook over de rol van de kerken, want een cultureel fundament dat op zijn beurt niet wordt geschraagd door het christelijk geloof en/of de erkenning van het belang van de christelijke traditie voor het welzijn van ons land, is uiteindelijk geen lang leven beschoren.

Ons Beraad wil vrij en onverveerd de inhoud van dit christelijk conservatisme verder uitdiepen en uitventen. We streven naar de formulering van ideeën en naar de invloed van deze ideeën op en binnen bestaande organisaties. Die ideeën zijn er dus niet om defensief de belangen van één bepaalde groep te dienen, maar zijn er tot heil des volks, om het zo eens uit te drukken, in bewuste aansluiting aan de traditie van het Reveil. Het Beraad hoopt dat christelijk-conservatieve ideeën in Nederland aan invloed zullen winnen, en streeft niet naar politieke macht om belangen te behartigen.

Want conservatisme is een cultureel-pedagogisch programma. We gaan het dus hebben over vaders en moeders, onderwijzers, leraren en dominees, beschaving en kennis en de vorming van karakters en gewetens. Al het andere is immers secundair. Inclusief de wereld van verkiezingsprogramma’s, wetsvoorstellen, centra voor jeugd en gezin en ander taai ongerief. We streven niet naar een politieke partij en zijn ook geen partij in interne partijpolitieke discussies. We streven immers niet naar macht om belangen te behartigen, maar naar de invloed en doorwerking van ideeën. Wat er daarna gebeurt zien we dan wel weer.

25.2.10

Balkenende

Dat heerlijke interview met Hans Wiegel al gelezen, vandaag in Trouw? Mijn column op de website van Binnenlands Bestuur gaat over hetzelfde onderwerp (net als mijn column in Elsevier overigens). Op 9 juni gaat het over de vraag of we een rechts kabinet krijgen: economisch rechts (CDA, VVD, D66) dan wel een beetje heel rechts (CDA, VVD, PVV) of paars-III (PvdA, VVD, D66, GL). Dat moeten de Balkenende-critici een beetje in het oog houden, vind ik.
(En waar ligt eigenlijk ten diepste de voorkeur van Rutte?)



Binnen acht jaar tijd is zijn vierde kabinet gevallen, hem wordt bovendien een gebrek aan regie en leiderschap verweten, maar daags na de implosie van zijn vierde kabinet wijst het CDA-hoofdbestuur Balkenende toch weer aan als lijsttrekker. Bij acclamatie zelfs, en in alle stilte.

Die aanwijzing is waarschijnlijk vooral bedoeld om een machtsstrijd om het partijleiderschap tussen Balkenende en Eurlings of Verhagen te voorkomen. Maar de laatste peilingen van Maurice de Hond roepen de vraag op of de CDA-leiding een wijs besluit heeft genomen.

Volgens die peiling komt Balkenende’s grote rivaal Wouter Bos als de grote winnaar naar voren (+4). Het CDA moet opnieuw een zetel inleveren. Er zijn meer kiezers die het CDA de schuld van de val van het kabinet in de schoenen schuiven dan dat er kiezers zijn die de zwarte piet bij de PvdA leggen (34 om 33 procent). Bovendien is slechts een op de drie CDA-kiezers tevreden als Balkenende opnieuw de lijst gaat aanvoeren. De jonge Camile Eurlings wordt steeds populairder. Nog slechter is de score voor Balkenende als premier. Een overgrote meerderheid (79 procent) van de bevolking wil Balkende niet terug als premier, slechts 16 procent wil dat wel.

Op grond van deze gegevens kunnen er volgens mij de komende maanden, tot aan de verkiezingen op 9 juni, twee dingen gebeuren. Er kan een sfeer ontstaan (of beter: die is er blijkbaar al) waarin de kiezer denkt: alles beter dan Balkenende. Dat zal tot een grote verkiezingsnederlaag voor het CDA leiden, en mogelijk tot een nieuw kabinet onder leiding van Wouter Bos (en die gaat dan een 'progressief', 'paars' kabinet in elkaar sleutelen).

Wat ook kan gebeuren – en het lijkt mij het waarschijnlijkst en in ieder geval hoop ik er op – is dat de campagne zo hard en onbehaaglijk zal zijn, en de uitslag op zo’n regelrechte ramp voor het land zal uitlopen, dat de kiezer toch weer massaal de toevlucht zal nemen tot het CDA van Balkenende.

Ik heb mij de afgelopen jaren met enige regelmaat kritisch over dat CDA uitgelaten. Het CDA ontpopt zich naar mijn mening al te vaak als niet meer dan een machtsmachine. De inhoudelijke boodschap, het verhaal, was in de woestijn onder paars fraai opgetuigd, maar in de afgelopen acht jaar is dat verhaal alleen maar verschraald geraakt tot een klein glas doodgeslagen bier. Als het CDA wil winnen zal het dat verhaal weer moeten laten bruisen. Het is nu niet meer zo goed voorstelbaar, maar Balkenende heeft de verkiezingen van 2002 met een lezingentournee gevoerd.

Aan de andere kant staat dat Balkenende dit landje toch door een landschap van uiterste politieke instabiliteit heeft geloodst. Acht jaar lang nu al weer. Zijn voorganger Kok had het veel gemakkelijker: er was geld in overvloed en alle meningsverschillen waren afkoopbaar. Dan is het niet zo moeilijk om goede sier te maken. Balkenende trad aan met de LPF van Fortuyn, kreeg te maken met een politieke moord, met de opkomst van sterk groeiende bewegingen op de vleugels van het politieke spectrum, kon in 2006 weinig anders dan in zee gaan met de PvdA, en werd achtervolgd door zeven grote plagen: naast Uruzgan waren dat de discussies over de JSF, Irak, het crisispakket, de AOW, embryoselectie ende grote financiële crisis.

En hij staat er nog. Niets veranderd ten opzichte van 2002. Er moet iets zijn wat wij maar niet kunnen of willen zien. Het kan gereformeerde ambitie zijn, maar dan is die ons land toch maar ten goede gekomen – op een manier weliswaar waarvan ik in principe niet onder de indruk kon komen (vanwege de ontstentenis van dat verhaal), maar waarvan ik denk en erken dat er toch een enorme kracht in schuil gaat.

Het zou best kunnen dat de kiezers dat tussen nu en 9 juni ook gaan vermoeden.

12.1.10

De coalitie en de commissie-Davids

Vanavond was ik te gast in het programma Standpunt Café op radio 1, samen met Frans Weisglas (VVD) en Harry van Bommel (SP). We spraken over het vandaag gepresenteerde rapport van de commissie-Davids over Irak en over de commotie die dat rapport binnen de coalitie veroorzaakt. U kunt de uitzending hier beluisteren.

Balkenende in problemen na explosief Irak-rapport



De heer Willibrord Davids, voorzitter van de commissie die onderzoek heeft gedaan naar de vraag hoe en waarom Nederland in 2002 en 2003 steun aan de oorlog in Irak heeft gegeven, heeft vanmorgen in Den Haag zijn rapport gepresenteerd. De conclusies van het rapport zijn scherp.

Zoals bekend besloot Nederland (anders dan Europese bondgenoten als Frankrijk en Duitsland) in het voorjaar van 2003 dat het de Amerikaanse inval in Irak zou steunen, niet militair maar wel politiek. De reden daarvan was dat de Nederlandse regering op dat moment demissionair was, CDA-leider Balkenende voerde (later mislukte) coalitieonderhandelingen met PvdA-leider Wouter Bos, en terwijl Balkenende de oorlog in Irak wilde steunen, wilde Bos dat niet. Vandaar dat compromis: wel politieke steun, geen militaire steun.

Nu blijkt dat de Amerikanen Nederland al in november 2002 een verzoek hebben gedaan om mee te helpen om de inval militair voor te bereiden. De Tweede Kamer is daarover ‘onvolledig geïnformeerd’, aldus de commissie-Davids. Of de verstrekking van die informatie ‘té onvolledig’ is geweest, moet nu door de Tweede Kamer worden beoordeeld. Van werkelijke militaire betrokkenheid van Nederland tijdens de beginfase van de oorlog is de commissie overigens niets gebleken.

Nog saillanter, en mogelijk zelfs explosiever, is de conclusie van de commissie dat een ‘adequaat’ volkenrechtelijk mandaat voor de militaire inval heeft ontbroken. Inderdaad, Sadam Hussein lapte alle resoluties van de Verenigde Naties aan zijn laars (ook de cruciale resolutie-1441 over het toelaten van wapeninspecteurs), maar dat op zich was geen voldoende rechtvaardiging voor de inval en de oorlog.
Erger nog, denk ik, is de conclusie dat het uiteindelijk politieke argumenten zijn geweest die de regering hebben doen besluiten om de inval in Irak te steunen. Het aan de kant schuiven van het regime van Sadam Hussein was een dominant motief, na de verschrikkelijke gebeurtenissen van 11 september 2001. Hussein had massavernietigingswapens en dus moest er een einde komen aan dit gevaar in het Midden-Oosten.

Die politiek doelstellingen waren zo belangrijk dat niemand goed heeft nagedacht over het voltooien van de missie. Die missie is een echec geworden, zei Davids, en zó mislukt dat Irak ook nu nog de onveiligste plek op aarde is.

En nu blijkt ook dat de informatie van de eigen, Nederlandse inlichtingendiensten ‘genuanceerd’ is geweest. ‘Genuanceerd’ betekent in dit geval: ‘gebrekkig’, gebrekkiger, terughoudender, onvollediger, minder alarmistisch dan de informatie van de buitenlandse (Amerikaanse en Engelse )inlichtingendiensten, die het voorstelden alsof Hussein in staat was met zijn wapens grote schade in het Midden-Oosten aan te richten, of zelfs binnen 45 minuten lange-afstandsraketten af te vuren. 'Alleen die informatie van de inlichtingendiensten die paste in het reeds ingenomen politieke standpunt, werd overgenomen en met de Tweede Kamer gedeeld.'

Het was dus allemaal niet waar. Ik heb het destijds allemaal geloofd, toen ik Blair hoorde spreken in het Engelse Lagerhuis en Powell in een vergadering van de Verenigde Naties.

We zijn, om redenen die nu nog niet geheel helder zijn, de oorlog in Irak ingerommeld, ingejokt. (Het was overigens niet om de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Jaap de Hoop Scheffer, aan zijn hoge functie bij de NAVO te helpen, zo heeft Davids vastgesteld.)

Davids gaat volgende week naar de Tweede Kamer om daar verder te praten met de commissie Buitenlandse Zaken. Daarna komt er ongetwijfeld een uitgebreid parlementair debat, en volgt er, denk ik, de instelling van een parlementaire enquête.

Davids benadrukte vanmorgen dat zijn commissie geen politiek oordeel velt, al velde hij wel een scherp oordeel over de politiek. Dat politieke oordeel is aan de Tweede Kamer, en het kan niet anders of dat oordeel zal hard zijn. Voor Balkenende en het CDA is dit rapport alles behalve een vrolijke opstap naar de gemeenteraadsverkiezingen van maart a.s.

Davids stuurde zijn mede-commissieleden in mei 2009 vanuit Venetië (waar hij met vakantie was) een ansichtkaart met de afbeelding van een schilderij van Titiaan. Op dat schilderij is afgebeeld hoe David de reus Goliath doodt (zie hierboven). Davids voelt zichzelf achteraf, zo zei hij, als David. Wie die Goliath was wilde hij niet zeggen.

21.12.09

Balkenende V

Dit zijn de stiefdagen van het jaar. In de week voor Kerst begint voor veel mensen de laatste vakantie van het jaar. Deze lome dagen, tot het begin van de eerste week van januari, horen eigenlijk nergens bij: het oude jaar is voorbij, en het nieuwe jaar is nog niet begonnen. In deze open plek in de tijd kijk je terug en vooruit. En als je vooruit kijkt, slaat de schrik je om het hart. Want 2010 wordt ongetwijfeld een politiek zeer bewogen jaar.

Wanneer 2010 begonnen is, zullen de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart op gang komen. Die campagnes zullen worden overschaduwd door twee gebeurtenissen. De commissie-Davids, die onderzoek doet naar de politieke besluitvorming rond onze steun aan de oorlog in Irak, presenteert op 12 januari haar bevindingen. Zijn er zaken geheim gehouden en verzwegen? Als het antwoord positief uitvalt, kan dat vergaande politieke gevolgen hebben.

Het proces tegen Geert Wilders, dat op 20 januari begint, is de tweede gebeurtenis. De gevolgen van dat proces zijn nogal onvoorspelbaar: het kan Wilders de status van een martelaar en held van het vrije woord bezorgen, het kan er ook voor zorgen dat de PVV verder leegloopt. En wanneer de discussies over deze kwesties hoog oplopen, en alle partijen druk bezig zijn om zich politiek scherp te profileren vanwege de gemeenteraadsverkiezingen, beginnen ook de besprekingen die moeten resulteren in voorstellen om 20 procent (€ 35 miljard) op de Rijksbegroting te bezuinigen. Het is zo goed als ondenkbaar dat er in een tijd van profileringsdrang eensluidende adviezen naar buiten zullen komen.

Volkskrant-columniste Nausicaa Marbe, die het woord ‘stiefdagen’ heeft gemunt, noemde deze dagen een tijd van ‘verveling en afwachten’, en vooral van ‘doordrinken’. Ze schreef dat in de Trouw van 29 december 2001, maar acht jaar later en met de vooruitzichten voor het politieke jaar 2010 zijn haar sombere woorden meer dan ooit van toepassing.

Maar er gloort hoop. Premier Balkenende heeft een groot interview gegeven in het kerstnummer van het weekblad Elsevier, en zijn uitspraken stemmen zeer vrolijk.

Frank en vrij distantieert Balkenende zich van zijn huidige coalitiepartners. Open en eerlijk wees hij links af en koos hij voor rechts. Ik zou bijna zeggen, hoopvol en zonder ironie: zo kennen we de echte Balkenende weer!

Balkenende kondigt namelijk aan dat hij in een volgende kabinetsperiode verder wil gaan met zijn politiek van saneringen en hervormingen van de verzorgingsstaat. Tegelijkertijd betoont hij zich een categorisch tegenstander van belastingverhogingen. En hij wil grootscheeps op de staatsuitgaven bezuinigen. ‘We zullen de komende jaren misschien wel 50 miljard euro moeten bezuinigen om de overheidstekorten terug te dringen. Op langere termijn moeten we nóg meer besparen om overschotten te creëren en de staatsschuld af te betalen. Ik zet een rem op lastenverhogingen, want die vertragen de economie en zijn dus contraproductief. We moeten het zoeken in lagere staatsuitgaven.’

Balkenende laat er dus geen enkele twijfel over bestaan dat hij terug is bij de realistische hervormingsagenda van zijn eerste, centrumrechtse kabinetten. ‘Elke denkbare coalitie moet deze richting inslaan’, voegt hij daaraan toe.

Tijdens deze stiefdagen werd ik ineens toch een beetje vrolijk bij het vooruitzicht van het einde (het spoedige einde?) van deze onmachtige en amechtig voortschuifelende centrumlinkse coalitie, en het perspectief op een kabinet rondom CDA en VVD, met een realistische koers inzake de financieel-economische koers van het land. Het zou je bijna optimistisch stemmen over onze politieke toekomst in 2010. Als we op deze stiefdagen al doordrinken, dan maakt de beneveling van de whisky plaats voor sprankelende champagne.

25.11.09

Verder met JP

Mijn nieuwste column op de website van Binnenlands Bestuur gaat over de consequenties van het blijven van Jan Peter Balkenende voor de binnenlandse politiek:

Hoe graag hij ook wilde en hoezeer Nederlandse diplomaten ook hun best op hun lobbywerk hebben gedaan: hij blijft. Balkenende gaat niet naar Brussel, zoals Maxima en Willem-Alexander niet naar Mozambique gaan.

Je kunt uit deze mislukking dramatische politieke conclusies trekken. Dat is ook gedaan. Als je aan Balkenende denkt, dan denk je eigenlijk nog steeds aan de Balkenende van 2002. De man die net leider van het CDA was, iets intellectueels had, campagne voerde in de vorm van een lezingentour en daarin zei dat de multiculturele samenleving niet iets was wat wij moesten willen. Hij sloot een niet-aanvalsverdrag met Pim Fortuyn en ontpopte zich als de man van Nederlandse waarden en normen. In zijn eerste drie kabinetten moet hij zich, ondanks alle problemen, thuis hebben gevoeld.

Maar nu zit hij al bijna drie jaar linkse compromissen te sluiten en te verdedigen, in een kabinet waarin de twee partners, PvdA en ChristenUnie, het uitstekend met elkaar kunnen vinden. Om zich heen ziet hij het politieke speelveld uiteenvallen. De electoraal succesvolle PVV sleurt door naar rechts en is nu in de peilingen groter dan zijn eigen CDA. In het liberale kamp zijn de anti-christelijke kosmopolieten van D66 erg groot geworden en krabbelt de VVD weer op. Het CDA is sterk geïsoleerd geraakt. Na ruim zeven jaar de kop-van-Jut van Nederland te zijn geweest, was een eervolle Europese positie in Brussel een verademing geweest.

Maar hij werd nooit kandidaat omdat hij nooit werd gevraagd, en hield de eer aan zichzelf door Van Rompuy te steunen als kandidaat voor de baan die hij zelf zo graag had gehad.

Stevenen we nu af op een drama, met een chagrijnige bestuurder aan de top wiens houdbaarheidsdatum al even voorbij is? En die in die toestand de grote problemen te lijf moet gaan: de gigantische bezuinigingsronden voorbereiden, de strijd met Wiulders aangaan en namens het CDA een nieuw en overtuigend verhaal in het debat introduceren, en uitleggen waarom Nederland destijds de oorlog tegen en in Irak steunde en nu Afghanistan gaat verlaten.

Balkenende is de afgelopen weken beschadigd geraakt, omdat hij op de drempel van het Binnenhof stond en nu weer is teruggekeerd. Toch proef je nergens de aandrang om hem de komende tijd dit alles diep in te wrijven. Alleen Wilders reageerde verbeten, alle andere politieke leiders leken vooral over te lopen van begrip. Dat kan maar één reden hebben: uiteindelijk ziet iedereen Balkenende toch nog graag een tijdje blijven. Om te zorgen voor de stabiliteit die de komende tijd met een agenda vol heikele kwesties en gemeenteraadsverkiezingen zo nodig is. En omdat landelijke verkiezingen voor alle betrokkenen nu te vroeg zouden komen. Voor de verliezers, zoals de PvdA, omdat zij dramatisch laag in de peilingen staan. Voor de winnaars – PVV en D66 – omdat ook zij nog lang niet klaar zijn voor verkiezingen: de klasjes zijn nog lang niet met geschikte kandidaten gevuld.

En daarom gaan we wel een periode met verbeten debatten tegemoet, maar zullen die debatten worden gevoerd door politici die een beetje voorzichtig zullen zijn omdat ze nog geen belang hebben bij grote brokken – zo voorzichtig dat zelfs de verguisde Balkenende zonder al teveel gehuil en boegeroep weer (een tijdje) in het Torentje mag terugkeren.

17.11.09

Frans

Mijn nieuwe column op de website van Binnenlands Bestuur gaat over de vraag waaraan het gelegen kan hebben wanneer premier Balkenende a.s. donderdag niet wordt gekozen tot eerste president van de Europese Unie (lees: vaste voorzitter van de Europese Raad). Omdat zijn Frans niet goed genoeg is?

Aanstaande donderdag is het dan zo ver. De Europese regeringsleiders gaan tijdens een extra ingelast diner bepalen wie de eerste president van de Europese Unie zal worden. De kansen van Balkenende lijken geslonken, en als hij het inderdaad niet wordt dan is eigenlijk nu al te begrijpen waar het aan gelegen heeft.

Er is een foto waarvan we achteraf kunnen zeggen dat die misschien wel profetisch is geweest, een foto die in ieder geval duidelijk heeft gemaakt wat het grote probleem rond de kandidatuur van premier Balkenende voor het presidentschap van de Europese Unie is geweest.

De foto is gemaakt tijdens een recente ontmoeting van de Europese regeringsleiders. Sarkozy zit achter zijn tafeltje, naast hem bukt Balkenende bij hem neer en hij maakt blijkbaar een grapje. Sarkozy en de man naast hem, zijn premier Francois Fillon, moeten in ieder geval lachen. Leuke actie dus van onze minister-president. Maar tussen Sarkozy en Balkenende in zien we een blonde vrouw die met Balkenende meebuigt om hem goed te kunnen verstaan. En vervolgens de woorden van Balkenende in het Frans te vertalen.

Het Frans van Balkenende is dus niet goed. Hij heeft een tolk nodig om zich in die taal, la plus belle langue, verstaanbaar te maken.

Ik zou de gedachte durven wagen dat dit gegeven een belangrijke, en misschien zelfs wel een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij de discussie over zijn kandidatuur. De cultuur van de Europese Unie is Frans en francofoon. De Fransen hebben vanaf het begin een leidende rol binnen de (voorlopers van de) Europese Unie gespeeld omdat het meer dan enig ander Europees land een gezamenlijke tegenmacht tegen de Verenigde Staten wilde vormen. De bestuurscultuur bij de Europese instituties – van de Commissie tot het parlement – is Frans: aristocratisch en hiërarchisch. Wie geen vloeiend Frans spreekt, kan het in Brussel vergeten. Alle pogingen om het Engels, als de lingua franca van de moderne wereld, als enige officieel geldende taal van de Europese Unie erkend te krijgen, zijn door de Fransen succesvol afgeslagen.

Het Nederlandse onderwijs is op geen enkele manier op deze realiteit afgestemd. Laten we ervan uitgaan dat het Engels van Balkenende behoorlijk is – al denken wij Nederlanders al gauw dat ons Engels behoorlijk is. Volgens zijn Duitse collega en politieke geestverwant Angela Merkel is Balkenende’s Duits ‘gut’ te noemen, al sprak ze dat wat zuinigjes uit. Balkenende deed het atheneum in Zeeland en studeerde daarna geschiedenis en rechten aan de Vrije Universiteit. Alhoewel de geestelijk vader der gereformeerden, Johannes Calvijn, uit het Noord-Franse Noyon kwam en hij in Genève, waar hij werkzaam was, Frans sprak en zijn boeken in het Frans (en het Latijn) schreef, hebben deze feiten geen stempel op het curriculum van de VU gedrukt.

Wat weet je eigenlijk wanneer je een jaar of zes rechten en geschiedenis aan de VU gestudeerd hebt? Dat weet ik niet precies, maar ik weet wel zeker dat het veel minder is dan wanneer je in Frankrijk aan een van de grandes écoles gestudeerd hebt, in het bijzonder aan de elite opleiding van de ENA (École nationale d’administration), waar toekomstige topambtenaren en politici worden opgeleid. Dit instituut, in 1945 door De Gaulle in het leven geroepen, is een van de symbolen van de Franse meritocratie en biedt haar streng geselecteerde studenten toegang tot de hoogste posities binnen de Franse staat.

Er is in Nederland niets dat met deze ‘grote school’ vergelijkbaar is. Is het om die reden dat Nederlanders slecht vertegenwoordigd zijn op hoge posities in de burelen van de Europese bureaucratie?

De grote uitzondering op het Nederlandse falen om internationale topposities te verwerven, was natuurlijk Jaap de Hoop Scheffer, die de afgelopen vijf jaar secretaris-generaal van de NAVO is geweest. Maar dat was geen kunst. Hij is getrouwd met Jeanninne, lerares Frans.

29.5.09

Balkenende feliciteert Menno de Bruyne

Daartoe uitgenodigd door good old Julius Vischjager, hoofdredacteur van The Daily Invisible, heeft minister-president Balkenende vanavond Menno de Bruyne gefeliciteerd met zijn 25-jarig jubileum. De premier kan dinsdag vanwege verplichtingen niet bij het SGP-feestje voor Menno zijn, maar het gerucht gaat dat Julius er wel zal zijn en misschien zelfs zal concerteren (een sonate van Scarlatti?)
De persconferentie van Balkenende is hier te zien (de opmerkingen over Menno vanaf minuut 20:22).