Showing posts with label McCain. Show all posts
Showing posts with label McCain. Show all posts

3.11.08

Europa is beter af met McCain

Als John McCain de verkiezingen verliest, zit de wereld opgescheept met het raadsel dat Obama heet. Onder hem zal Amerika op Europa gaan lijken, vreest Bart Jan Spruyt.

Op de dag waarop de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen bekend zal zijn, woensdag dus, zondert protestants Nederland zich af voor een dag dan wel een stonde van dank voor ‘gewas en arbeid’. Zullen de polders woensdag daveren van de psalmen, thank God, McCain has won?

Wonderen zijn nooit de wereld uit, maar op grond van alle peilingen is de kans op een overwinning van McCain zeer gering. Er waait een nieuwe wind door Amerika en alle hints die die wind aandraagt, komen erop neer dat Obama de 44ste president van de Verenigde Staten wordt.

Het verlies van McCain zal om meerdere redenen zeer betreurenswaardig zijn. In Europa is Obama nu al een messias. Hoe ‘behoudend’ hij op sommige onderwerpen is, is in Nederland nauwelijks bekend. Zo is Obama tegen (of zei hij tijdens zijn campagne in ieder geval dat te zijn) het homohuwelijk, is hij voor de doodstraf en het recht op wapenbezit en voor meer militairen (ook Europese soldaten) in Afghanistan. Veel Europeanen zullen teleurgesteld in hem raken. Maar er blijft genoeg radicaals over dat hun – anders dan mij, en nog tien Nederlanders en 151 miljoen Amerikanen – bevalt.

Een verlies van McCain zal in de eerste plaats betreurenswaardig zijn omdat de Amerikanen dan een president – en de wereld een machtigste man – zullen krijgen die niet het open boek is dat de all American hero John McCain is, maar het enigma Obama.

Obama’s afkomst is al een raadsel. Hij is de zoon van een studente uit Kansas en een buitenlandse student uit Kenia. Na de echtscheiding hertrouwde zijn moeder met een andere buitenlandse student, uit Indonesië. Obama ging naar school in Jakarta, en werd later in Hawaï door zijn grootouders opgevoed, voordat hij in 1979 op het Amerikaanse vasteland ging studeren.

Die exotische afkomst is natuurlijk geen politiek probleem, maar wél de zoektocht naar zijn identiteit die hem in contact bracht met rare radicale denkers en activisten.

Alle kritiek op zijn affiliaties met extreemlinkse figuren snijdt wel degelijk hout. Obama is bekeerd en getrouwd door de racistische dominee Jeremiah Wright, de man van God damn AmeriKKKa (KKK staat, zoals bekend, voor de Ku Klux Klan), bij wie hij twintig jaar in de kerk zat. Hij is geïndoctrineerd door het gedachtengoed van de joodse activist Saul Alinsky, die zijn aanhang leerde hoe het systeem te infiltreren om de massa rijp te maken voor change, al heeft het geen idee waarin die verandering bestaat. En er zijn Obama’s contacten met William Ayers, lid van de terroristische organisatie Weather Underground die diverse bomaanslagen pleegde. Volgend jaar verschijnt het boek van Ayers tegen de blanke overmacht (white supremacy) in Amerika.

Maar in Europa vinden we dat niet erg. Een link met radicaal-links activisme, zo denken wij hier, laat vooral zien dat iemands hart op de juiste plaats zit.

Zijn radicalisme heeft Obama verleid tot de uitspraak, gedaan tijdens een avond voor donateurs in Californië, dat de blanke lagere middenklasse ‘verbitterd’ zou zijn over de gevolgen van de ‘globalisering’ en dat zij troost zocht in religie en wapens. Dat was natuurlijk een gotspe, of beter: een onvergeeflijke chutzpah.

Radicaal is Obama ook in zijn sociale politiek. Een Republikein als McCain kiest principieel voor zelfbestuur en eigen verantwoordelijkheid. Obama wil – zoals elke socialist – welvaart herverdelen, spread the wealth around, zoals hij tegen Joe the plumber zei. Daarom wil Obama een belastingverhoging voor rijken, en dat ben je bij Obama wanneer je een inkomen hoger dan 250.000 dollar hebt. Obama heeft dat geld hard nodig voor zijn plannen met betrekking tot de gezondheidszorg die 110 miljard dollar kosten.

Maar ook dat vinden we in Europa natuurlijk geweldig. De overheid moet een schild voor ‘de zwakken’ zijn, en dat mensen als gevolg daarvan vaak vooral nóg zwakker worden en dat een dergelijke politiek onze concurrentiekracht danig vermindert, nemen wij graag voor lief.

En radicaal is Obama ook in zijn buitenlandse politiek: radicaal anders dan Bush de afgelopen acht jaar is geweest. Obama is de man van het multilateralisme, van overleg en diplomatie en compromissen, en velen zien die houding als een terechte afrekening met het unilaterale spierballenvertoon dat de neocon Bush heeft laten zien.

Zo zien we dat in Europa graag: praten met Teheran in plaats van die zenuwachtig makende dreigementen met bombardementen. In Europa, anders dan in republikeins Amerika, vergeten we graag dat we een vijand hebben op het moment dat iemand (een land, een religie, een cultuur) ons als vijand beschouwt, en dat we die vijand niet kunnen overwinnen door te praten maar door geweld, hoe abject ook.

Voor dat geweld hebben we binnen de grenzen van de rechtsstaat de gedisciplineerde rotzakken van de veiligheidsdiensten, en hebben we op het internationale toneel het ruwe en ongepolijste Amerika. Dat Amerika blijft onder McCain en Palin – dat Amerika dat al verschillende keren de wereld heeft gered – en dat verdwijnt onder Obama. We krijgen dan weer het Amerika van Jimmy Carter, met gegijzelde diplomaten en militaire onmacht.

Dat is altijd het probleem: dat links parasiteert op de successen van rechts. Rechts moet altijd het geld verdienen dat links uitgeeft, de troep opruimen die het radicalisme veroorzaakt, en middels een surge de orde herstellen die een linkse presidentskandidaat de kans biedt goede sier te maken met de belofte van een spoedige terugtrekking van Amerikaanse troepen.

Jammer, erg jammer zal het dus zijn wanneer McCain morgen verliest – omdat Amerika dan op Europa gaat lijken.

Maar in een land waarin zowel de Democraten als de Republikeinen zichzelf als een vervolgde minderheid zien, is een woord van relativering op zijn plaats. Als McCain verliest, is dat voor conservatieven een blessing in disguise. Als de gematigde, centrumrechtse McCain de nieuwe president wordt – en wanneer, als gevolg daarvan, de conservatieve beweging zowel als de Republikeinse Partij zijn kleur zal aannemen – dan zal McCain rechts scherper kritiseren dan links, omdat rechts immers staat voor haat en verdeeldheid. Kritiek op links zal dan dus vier jaar lang niet mogelijk zijn en het conservatisme zal naar de marges van het politieke en intellectuele debat worden verdrongen. Wanneer McCain verliest en de radicaal Obama wint, zal kritiek op links jaren lang aan de orde van de dag zijn en de conservatieve beweging daarmee uiterst relevant.

En dat is toch ook een wenkend perspectief – zolang het verlies van McCain eervol zal zijn.

*) Dit artikel verscheen op 3 november 2008 in NRC Handelsblad.

31.10.08

Hints in the wind

Eén handdruk was ik verwijderd van Lou Reed. In het Grand Theatre aan de Markt in Groningen schudde ik deze week de hand van Laurie Anderson, zangeres van O Superman (1981) en de echtgenote van de zanger van Walk on the Wild Side en Perfect Day. Laurie Anderson en de muzikant Alvin Curran zaten in hetzelfde programma als ik: een avondje over de Amerikaanse verkiezingen, georganiseerd door het Studium Generale van de universiteit en gepresenteerd door oud-journalist Vladimir Bartelds.

Laurie Anderson en Alvin Curran presenteerden zich op onnavolgbare wijze als leden van de Amerikaanse radical chic. Ik vroeg me af of er in Nederland nog wel mensen zijn die zo ongelooflijk links zijn als zij. Dat de gevangenissen in de Verenigde Staten zo groot zijn, schreven zij bijvoorbeeld toe aan de privatisering: sindsdien is er een commercieel belang bij gevangenisstraffen en de rechterlijke macht schiet het bedrijfsleven graag te hulp. Maar ze brachten het heel kunstzinnig. Vooral de manier waarop Laurie Anderson sprak was knap, met een perfecte dictie en timing.

Maar na een poosje begon het toch te vervelen – totdat Alvin Curran een zin uitsprak die mij trof. Hij zei dat de stemming in de Verenigde Staten tot op zekere hoogte vergelijkbaar was met de sfeer aan de vooravond van 1968. Er komt verandering (change!), zei Curran, het wordt leven of dood (en Obama is natuurlijk het leven), mensen zijn op een prettige manier in verwarring en hopen op een nieuw begin. There is a hint in the wind, a hint of revolution.

Alhoewel met die uitspraak van Curran onduidelijk blijft waarom Obama dan nog niet op 80 of 90 procent van de stemmen staat, denk ik dat hij voor een deel gelijk heeft. En die hints suizen niet alleen door de Democratische maar ook door de Republikeinse wind.

Amerikaanse conservatieven staan dezer dagen voor een groot dilemma.

1. Ze weten dat de Republikein die in het Witte Huis zit, de mentale kleur aan de conservatieve beweging en aan de Republikeinse Partij geeft. (Vandaar dat ze de afgelopen jaren zoveel scherpe kritiek op de persoon en het beleid van George W. Bush hebben uitgeoefend.)

2. Ze weten ook dat het hart van McCain’s politiek in zijn weigering bestaat om links aan te vallen. Dat zou immers ‘hatelijk’ zijn en ‘verdeeldheid en tweedracht’ brengen. Tegelijkertijd is hij kritisch over rechts, dat immers ‘haat’ en ‘tweedracht’ zaait.

3. Ergo: wanneer McCain de nieuwe president van de Verenigde Staten wordt, zal er geen conservatieve en Republikeinse oppositie tegen links zijn, ook niet tegen het linksige in McCain zelf uiteraard, en de conservatieven zullen zich in de gemarginaliseerde positie bevinden waarin zij zichzelf hebben gemanoeuvreerd door deze McCain als president te kiezen.
Als Obama daarentegen de nieuwe president wordt, zal er een overvloed aan conservatief en Republikeins verzet tegen links zijn, en conservatieven zullen een hoofdrol spelen in de nationale politiek, in plaats van een bijrol in de marges. En Sarah Palin kan er dan in 2012 voor gaan.

4. Maar conservatieven weten ook dat een presidentschap van Obama zo beschadigend zal zijn voor het land dat zijn verkiezing simpelweg gestopt moet worden, hoe slecht McCain ook is en hoezeer hij het conservatisme ook zal beschadigen.

5. Voor conservatieven bestaat het dilemma dus in de vraag of zij de eerste drie argumenten overtuigender vinden dan het argument in stelling 4.
Ik ken nogal wat Amerikaanse conservatieven die van mening zijn dat de macht en Washington de Republikeinse Partij zozeer hebben gedeformeerd dat het tijd wordt voor een generatiewisseling – de oude mannen, die nog altijd gloriëren in de Reagan-jaren moeten plaats maken voor jonge(re) conservatieven die – in het spoor van de Tories van David Cameron – een inhoudelijke vernieuwing willen. Zij kiezen dus voor de eerste drie argumenten, en gaan volgende week niet stemmen. Ik begrijp hun positie, maar zou uiteindelijk toch kiezen voor argument 4 – omdat we het hier over politiek hebben en intellectualistische argumenten daarin maar een beperkte rol mogen spelen.

Na acht jaar Bush, na ongekend desastreuze populariteitscijfers, na een wanhopige oorlog in Afghanistan en Irak, na een kredietcrisis die gek genoeg aan ‘het kapitalisme’ en ‘de vrije markt’ wordt toegeschreven, met een kandidaat die door velen charisma wordt toegedicht en een onhandige tegenkandidaat van wie je in ieder geval moet toegeven dat hij blank is en een man en oud – nu zouden de Democraten toch een keer moeten kunnen winnen. Als ze dat lukt, zou dat betekenen dat Amerika een beetje meer op Europa is gaan lijken en dat zou erg jammer zijn. Maar de Republikeinen kunnen dan in de luwte van de oppositie een inhoudelijk alternatief gaan voorbereiden. Als het ze weer niet lukt, net als John Kerry in 2004, nou ja, dan toont de VS daarmee zijn kracht en blijven de Democraten de losers zoals we ze hebben leren kennen.

In Nederland zullen de teleurstelling en de verbittering ongekend zijn – vooral ook omdat de media hun enthousiasme voor Obama niet in bedwang hebben weten te houden en hij ook hier voor een Messias doorgaat – als de aankondiger van een nieuwe revolutie, vergelijkbaar met die van 1968. Waarmee maar weer bewezen is dat wat conservatief realisme de beste voorbereiding op een confrontatie met de werkelijkheid is.

(eerder verschenen op de website van de NOS)

17.10.08

Hoe McCain denkt nog te kunnen winnen

Voor het eerst riep een presidentieel debat niet alleen vanwege het tijdstip van de uitzending herinneringen op aan het beroemde gevecht tussen Mohammed Ali en George Foreman, in oktober 1974 in het toenmalige Zaïre (The Rumble in the Jungle). Ali paste toen de befaamde rope-a-dope taktiek toe: hij liet Foreman een paar ronden lang beuken en slaan, terwijl hij zelf in de touwen ging hangen. Daarmee putte hij Foreman zo uit dat hij zelf in de achtste ronde, met nog twintig seconden op de klokken, een dodelijk vermoeide en waggelende Foreman met twee klappen knock-out kon slaan.

Dat was ook de taktiek deze week van Barack Obama tijdens het derde en laatste presidentiële debat tussen hem en John McCain.
Hij wist dat hij in de peilingen ver voor stond en alleen maar uit liep. Hij wist dat McCain een wanhoopsoffensief moest ontketenen, en dat hij zelf alleen maar cool & collected hoefde te verdedigen en presidentiële waardigheid uit te stralen. En zo scoorde McCain punten, maar won Obama – opnieuw – het debat. Het enige verschil met de Rumble in the Jungle was dat Obama niet het killer’s instinct had om het karwei voortijdig te klaren.

Nu Obama de debatten met McCain heeft gewonnen en nu hij dankzij de kredietcrisis op een comfortabele voorsprong staat in de peilingen, heeft hij natuurlijk nog niet de verkiezingen zelf gewonnen. Er zijn nog wat veldslagen te gaan.

Een goede vriend van mij woont in Pennsylvania, in het oosten, een uurtje rijden ten zuiden van Philadelphia. Hij stelde verrast vast dat zijn staat zich de laatste tijd mag verheugen in een haast overweldigende belangstelling van de Republikeinen. John McCain en zijn running mate Sarah Palin zijn er onlangs dagenlang geweest, voor bijeenkomsten zowel op het platteland als in de suburbs van Philadelphia.

Die belangstelling heeft alles te maken met een belangrijke strategische conclusie die het campagneteam van McCain heeft getrokken en de beslissing die zij daaruit laten voortvloeien: er is nog maar één kans om deze verkiezingen te winnen en die kans ligt in Pennsylvania.

Pennsylvania is een bijzondere staat. Met ongeveer 12,5 miljoen inwoners is het de zesde staat van de Verenigde Staten van Amerika, maar politiek en cultureel speelt het geen grote rol. De staat is gesticht door de religieuze maar tolerante sekte van de Quakers, en de grootste stad van Pennsylvania – Philadelphia – is de plaats waar zowel de Onafhankelijkheidsverklaring als de Constitutie is geschreven. Maar de staat heeft sindsdien geen grote schrijvers of filosofen voortgebracht. In economisch opzicht neemt de staat sinds de jaren dertig van de vorige eeuw geen belangrijke positie meer in, toen de kolenindustrie rond Pittsburgh tot stilstand kwam. De bevolking groeit nauwelijks nog. Pennsylvania is geen staat van grote bedrijven maar vooral van kleine zelfstandigen.

Pennsylvania vormde in april al het decor van een belangrijke slag in het duel tussen Obama en Hillary Clinton. Obama moest toen laten zien dat hij ook een staat met veel blanke blue collar workers (zogenaamde Reagan Democraten, economisch links maar cultureel conservatief) aan zich kan binden. Maar kort voor de voorkiezingen in Philadelphia maakte hij een grote fout, toen uitlekte dat hij tijdens een besloten fondsenwervingsavond in San Francisco uitspraken had gedaan over economisch gefrustreerde mensen in kleine plaatsen die zich ‘bitter vastklampen aan wapens en hun geloof’. Obama deed het niet goed in Pennsylvania.

Het team van McCain heeft nu vastgesteld dat de weg naar de overwinning langs alle staten leidt die George W. Bush in 2000 en 2004 heeft gewonnen, met twee uitzonderingen: Colorado en Virginia. McCain moet dan dus wel de swing states Florida, Ohio, North carolina, Missouri en Nevada winnen). Maar New Hampshire en enkele staten in het noordelijke midwesten (Iowa, Minnesota, Wisconsin, Michigan) kan hij laten lopen – met één uitzondering: Pennsylvania.

McCain heeft nog een boel te doen in Pennsylvania, en vandaar natuurlijk dat die vriend van mij uit Pennsylvania zoveel Republikeinse rallies ziet. Als deze tactiek slaagt, wint McCain de verkiezingen met 273-265.

We moeten twee kanttekeningen maken.

De strateeg achter deze beslissingen is Mike DuHaime, McCain’s politieke campagneleider. Hij was ook de man die Rudolph Giuliani adviseerde om tijdens de Republikeinse voorverkiezingen niet in New Hampshire mee te doen en pas actief te worden in Florida. Dat advies heeft voor Giuliani tamelijk desastreus uitgewerkt.

En misschien nog wel belangrijker: de conservatieve coalitie verpulvert met de dag. Niemand minder dan Christopher Buckley (1952) maakte bekend dat hij voor Obama gaat stemmen. De familie Buckley is de belichaming van het Amerikaanse conservatisme, de Kennedy’s op rechts. Christopher's vader, Bill Buckley, is de Godfather van de beweging. Christopher was speech writer van George H. Bush en van John McCain, en schreef een column voor National Review, het blad dat zijn vader in de jaren vijftig oprichtte en dat meer dan enig ander podium ervoor heeft gezorgd dat de coalitie werd gesmeed die de Republikeinse Partij is gaan dragen.

‘Sorry, Dad’, stond er boven zijn column die hem zijn positie bij National Review kostte. Maar hij schreef ook dat een verlies van McCain – vanwege zijn grote verdiensten voor het land - erger dan tragisch zal zijn: als graffiti op een marmeren borstbeeld.

16.10.08

Bij Radio1 over de verkiezingen

Vanochtend vroeg was ik te gast bij het Radio1-Journaal, waar ik samen met Hans Anker commentaar gaf op het laatste televisie-debat tussen Barack Obama en John McCain. Beluister de uitzending hier.

19.9.08

Republikeinen in Nederland

Ze bestaan! Echt, ik heb ze zelf gezien en ontmoet. Er zijn mensen in Nederland – ik herhaal: in Nederland – die niet reikhalzend uitzien naar een overwinning van Barack Obama maar hopen op John McCain, en vooral op Sarah Palin. Ze noemen zich rechts en Republikeins en ze hebben zich een jaar geleden georganiseerd: de Republicans Abroad, afdeling Nederland!

In een straatje in de Rotterdamse wijk Hillegersberg hing deze week een Amerikaanse vlag aan de gevel. Daar is tegenwoordig moed voor nodig, zeggen de bewoners van het pand. Maar de bezoekers van de Wine & Cheese Party, georganiseerd door de Republicans Abroad, wisten in ieder geval precies waar ze moesten zijn. Het bier was er koud, de wijn rood en goed en alle kazen die deze wereld voortbrengt stonden op een tafel uitnodigend gerangschikt.

Tot voor kort kwam een handjevol mensen op deze bijeenkomsten af, maar deze week waren het er toch zeker dertig. De vereniging heeft inmiddels een eigen website. Nadat ze zich hadden georganiseerd – in Nederland wonende conservatieve Amerikanen, Nederlanders met sympathie voor de Republikeinse Partij – waren er ook vervelende e-mails geweest, maar ook dat is tegenwoordig minder.

Gelauwerde soldaat

Gastheer was voorzitter Warren Proctor, een gelauwerde soldaat die in Vietnam heeft gevochten, en iedereen uitnodigde om de laatste ontwikkelingen in de presidentiële verkiezingen, de peilingen, de voorspellingen, de debatten, etc. etc. met elkaar te bespreken. Proctor heeft het dezer dagen sowieso druk. Op 25 september moet hij in het American Book Centre (ABC Treehouse) in Amsterdam in debat met zijn natuurlijke tegenvoeter, de voorzitter van de grote en machtige en al veel oudere Democrats Abroad, Bob Bragar. En die discussie moet zich op 27 september aan de universiteit van Amsterdam en op 9 oktober (opnieuw in het ABC Treehouse) gaan herhalen.

De late avondzon scheen mild over de houten vloer waarover iedereen rondschoof, drinkend, etend, pratend – want gediscussieerd werd er. Over de terugtrekking van honderden Amerikaanse soldaten uit Irak door president Bush – meesterlijke zet, want de pleidooien van Obama werden daarmee precies ondervangen.

Het ging natuurlijk ook over de kredietcrisis. McCain heeft gezegd dat de economie ‘zijn ding’ niet is, en de gebeurtenissen van de afgelopen dagen leken een kans voor open doel voor Obama op te leveren. De Republikeinse omgang met de economie – deregulering! - leek immers failliet (maar daar roept iemand dat de wetgeving die al die gekke financiële constructies mogelijk maakt dateert uit de tijd dat Bill Clinton het Witte Huis bewoonde).

Bush zelf heeft voortdurend gezegd dat ‘de markt zichzelf moet corrigeren’. Maar kijk eens aan, nu is er een uitgebreid hulpplan, gepresenteerd door minister Henry Paulson en Ben Bernanke, voorzitter van de Federal Reserve. We kunnen het dus wel degelijk, wij Republikeinen, de economie in goede banen leiden, als het moet.

Enigma Obama

Er loopt iemand rond met een oud nummer van het weekblad National Review, het vlaggenschip van het Amerikaanse conservatisme. In het nummer van 1 september staat een interessante beschouwing over het enigma Obama. Wisten wij wel dat Obama een eerste versie van zijn boek Dreams from my Father al in 1995, toen hij dus halverwege de dertig was, heeft gepubliceerd, en dat daar dingen in staan die nogal onrustbarend zijn?

Passages over de vervreemding die hij als zoon van een blanke moeder en zwarte vader tegenover de Amerikaanse samenleving heeft gevoeld, over zijn sympathie voor een radicale ideologie waarin de geschiedenis niets anders is dan de onoverbrugbare kloof tussen onderdrukker en onderdrukte, blank en zwart, rijk en arm, over de Amerikaanse samenleving als een ‘raciaal kastensysteem’ waar ‘huidskleur en geld’ je toekomst bepalen.

Echt, er staat geen enkele positieve zin over de Verenigde Staten of over Europa in dat boek – en de auteur zou president van de Verenigde Staten moeten worden, met al het ressentiment dat ongetwijfeld nog altijd zijn hart vervult?

Sarah Palin
Iedereen is razend enthousiast over Sarah Palin. Een vrouw met de goede opvattingen – over wapenbezit, over familiewaarden, over abortus – en met de uitstraling die de Republikeinen hard nodig hebben: jong en energiek. Maar wat zitten die bloeddorstige wolven van de linkse pers haar op de nek – ze hebben nu zelfs haar emailbox gekraakt en persoonlijke berichten en familiefoto’s op het web gezet. Schande! Zoiets zou zelfs de Nederlandse NPS niet doen!

Het wachten is op de grote debatten tussen Obama en McCain: op 26 september aan de universiteit van Mississippi, op 7 oktober in Nashville en op 15 oktober in Hempstead. Maar iedereen in Hillegersberg is het er eigenlijk wel over eens dat die debatten waarschijnlijk niet zo heel belangrijk zijn. Aanhangers van McCain zullen zeggen dat hij gewonnen heeft, en Democraten zullen hetzelfde van Obama zeggen. Beslissend wordt waarschijnlijk het debat dat Sarah Palin op 2 oktober aan Washington University in St. Louis met Joe Biden aangaat. Daar zal het verschil worden gemaakt. Stralende ogen, men kan niet wachten.

Ik heb een fantastische avond gehad, daar in Hillegersberg. En het moet laat geworden zijn. Van de rit naar huis kan ik me niets meer herinneren.

*) Deze column is eerder verschenen op de website van de NOS.

11.7.08

Scheuren in Obama's masker

In een eerdere column heb ik al eens aangegeven hoe ik tegenover de huidige presidentsverkiezingen sta. Als conservatieve ‘republikein’ was ik in 2000 voor Bush, in 2004 was ik dat opnieuw – zij het met beduidend minder enthousiasme dan vier jaar eerder. Dit jaar voel ik me veel minder betrokken dan bij voorgaande verkiezingen. Dat komt, denk ik, omdat ik John McCain als persoon een indrukwekkende man vind, maar weinig vertrouwen in hem heb als politicus.

(Fred Thompson was mijn man – de bij voorbaat kansloze kandidaat, die weliswaar een uitstekend programma had, maar thuis ging zitten wachten tot het volk hem zou roepen. Zo hoort het eigenlijk, maar je komt er in de moderne politiek natuurlijk niet veel verder mee.)

McCain mocht en mag van mij winnen – met een (waarschijnlijk groeiende) Democratische meerderheid in het Congres tegenover zich, kan hij weinig kwaad. Die situatie is wat mij betreft bijna ideaal: een uitvoerende macht die door de tegenmacht van de volksvertegenwoordiging bijna niets kan verrichten.

De staat – aldus de libertaire essayist Albert Jay Nock (1870 – 1945), een van mijn favoriete schrijvers – is immers de vijand, en niets is zo gevaarlijk en ongewenst als een staat met dienaren die op je af komen en zeggen: ‘Hé, ik ben van de regering en ik ben hier om je te helpen!’

McCain mag wat mij betreft ook verliezen, en dan liefst ook met een landslide. Zo’n nederlaag zou voor veel conservatieven de wake up call kunnen zijn die hen uit de sluimer van hun gekoesterde herinneringen aan de gloriejaren onder Ronald Reagan opwekt en hen doet inzien dat de tijden veranderd zijn en dat die tijden om een nieuwe agenda vragen.

Eén van de beste columnisten in de Verenigde Staten – David Brooks van de New York Times – heeft de contouren van die agenda al eens geschetst, en jonge honden als Ross Douthat en Reihan Salam hebben zelfs een heel boek gewijd aan de vraag hoe de Grand Old Party zich tot een Grand New Party kan ontwikkelen.

Adoratie
Alhoewel ik er rekening mee houd dat McCain in november inderdaad verliest, en er dan een lange periode van Democratische dominantie zal aanbreken (vergelijkbaar met de periode van Republikeinse dominantie sinds het begin van de jaren tachtig), maak ik me in toenemende mate zorgen over het alternatief Barack Obama.

Obama is uitgegroeid tot een idool van verandering, die niet alleen in de Verenigde Staten, maar vooral ook in Europa gevoelens van adoratie en ongebreideld enthousiasme oproept. Dat is begrijpelijk, omdat veel mensen snakken naar het einde van de periode-Bush.

Maar zal Obama een goede president zijn? Er zijn soms uitspraken die hoopvol stemmen. Zo laat hij niet na zwarte vaders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen. ‘De verantwoordelijkheid eindigt niet bij de verwekking’, zei hij in een speech op vaderdag.

Bij oude zwarte leiders als de vervelende Jesse Jackson (66) roept dat verzet op. In een uitzending van Fox News zei Jackson afgelopen zondag dat Obama ‘uit de hoogte doet’ tegenover de zwarte bevolking, om daaraan toe te voegen: ‘Ik wil zijn ballen er af snijden’.

Jackson zei het op fluistertoon, en in de veronderstelling dat de microfoon nog niet open stond. Maar dat was wel het geval en een relletje was geboren. Jackson heeft inmiddels zijn excuses aangeboden, maar wel gezegd dat hij van Obama verwacht dat hij niet de persoonlijke verantwoordelijkheid van zwarte Amerikanen zal benadrukken maar vooral ‘de collectieve morele verantwoordelijkheid van de overheid en het openbare beleid’.

Als Obama zich van oude leiders als Jackson blijft distantiëren – simpelweg door ze te negeren – en zich ook verre houdt van de collectivistsiche politiek die zij voorstaan, is dat een welkome breuk met een ouderwetse en falende politiek.

Maar ik ben er alles behalve zeker van of Obama uit het goede hout gesneden is om president van de Verenigde Staten te worden. Het incident met zijn predikant, ds. Jeremiah Wright uit Chicago (de man van God damn America), vormde het eerste bewijs van een karakterzwakte die je liever niet ziet bij een toekomstig leider van de vrije wereld.

Dezer dagen verscheen het boekje Barack Obama: Waarom iedereen van hem wil houden en wat zijn opkomst betekent, geschreven door Shelby Steele, hoogleraar aan Stanford University en net als Obama zoon van een zwarte vader en een blanke moeder.

Eerste scheur
Steele noemt de aanvaring met Wright ‘de eerste echte scheur’ in het masker dat Obama draagt. Obama wilde ons doen geloven dat hij altijd bezwaar heeft gehad tegen het radicalisme van Wright, terwijl hij desondanks twintig jaar lang bij hem naar de kerk bleef gaan. Steele spreekt van ‘een griezelig vermogen om de eigen, diepste overtuigingen te negeren om erbij te horen’. En hij vraagt zich af hoe deze ‘karaktereigenschap een president Obama van pas zou kunnen komen in “overleg” met de vijanden van Amerika’.

Ik heb, eerlijk gezegd, het ongemakkelijke gevoel dat er in Barack Obama en zeker ook in zijn vrouw Michelle nog heel veel oud ressentiment tegen het blanke deel van de Amerikaanse samenleving schuil gaat. Zijn uitspraken over de blanke middenklasse in Pennsylvania die in een globaliserende wereld hun toevlucht nemen tot hun geloof en wapens, was – wat mij betreft - een volgende, nog veel grotere scheur in het masker van Obama.

En daar komen alleen nog maar meer scheuren en scheurtjes bij. Hij spreekt zich ineens veel minder nadrukkelijk uit vóór een spoedige terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak (terwijl zijn populariteit grotendeels op die vroegere uitspraken gebaseerd was), en hij stemde voor een wetsontwerp dat het telefonisch afluisteren van Amerikaanse burgers wil legaliseren.

Draaikont
En toen het Amerikaanse Supreme Court onlangs bevestigde dat wapenbezit een grondwettelijk recht is, maakte hij een wonderlijke draai om net te doen alsof hij blij was met die uitspraak. Obama is een beetje de Wouter - draaikont - Bos van de Amerikaanse politiek, vrees ik.

Obama’s politieke plannen met betrekking tot het milieu en de gezondheidszorg, abortus en immigratie bevielen mij al niet. De roep om verandering zonder dat duidelijk wordt wat er moet veranderen en waar die veranderingen toe moeten leiden, is voos en leeg. En zijn achtergrond en persoonlijkheidsstructuur lijken me in toenemende mate een probleem.

Dan toch maar McCain.

*) Eerder verschenen als column op de NOS-website 'Amerika Kiest'.