Showing posts with label EU. Show all posts
Showing posts with label EU. Show all posts

25.11.09

Verder met JP

Mijn nieuwste column op de website van Binnenlands Bestuur gaat over de consequenties van het blijven van Jan Peter Balkenende voor de binnenlandse politiek:

Hoe graag hij ook wilde en hoezeer Nederlandse diplomaten ook hun best op hun lobbywerk hebben gedaan: hij blijft. Balkenende gaat niet naar Brussel, zoals Maxima en Willem-Alexander niet naar Mozambique gaan.

Je kunt uit deze mislukking dramatische politieke conclusies trekken. Dat is ook gedaan. Als je aan Balkenende denkt, dan denk je eigenlijk nog steeds aan de Balkenende van 2002. De man die net leider van het CDA was, iets intellectueels had, campagne voerde in de vorm van een lezingentour en daarin zei dat de multiculturele samenleving niet iets was wat wij moesten willen. Hij sloot een niet-aanvalsverdrag met Pim Fortuyn en ontpopte zich als de man van Nederlandse waarden en normen. In zijn eerste drie kabinetten moet hij zich, ondanks alle problemen, thuis hebben gevoeld.

Maar nu zit hij al bijna drie jaar linkse compromissen te sluiten en te verdedigen, in een kabinet waarin de twee partners, PvdA en ChristenUnie, het uitstekend met elkaar kunnen vinden. Om zich heen ziet hij het politieke speelveld uiteenvallen. De electoraal succesvolle PVV sleurt door naar rechts en is nu in de peilingen groter dan zijn eigen CDA. In het liberale kamp zijn de anti-christelijke kosmopolieten van D66 erg groot geworden en krabbelt de VVD weer op. Het CDA is sterk geïsoleerd geraakt. Na ruim zeven jaar de kop-van-Jut van Nederland te zijn geweest, was een eervolle Europese positie in Brussel een verademing geweest.

Maar hij werd nooit kandidaat omdat hij nooit werd gevraagd, en hield de eer aan zichzelf door Van Rompuy te steunen als kandidaat voor de baan die hij zelf zo graag had gehad.

Stevenen we nu af op een drama, met een chagrijnige bestuurder aan de top wiens houdbaarheidsdatum al even voorbij is? En die in die toestand de grote problemen te lijf moet gaan: de gigantische bezuinigingsronden voorbereiden, de strijd met Wiulders aangaan en namens het CDA een nieuw en overtuigend verhaal in het debat introduceren, en uitleggen waarom Nederland destijds de oorlog tegen en in Irak steunde en nu Afghanistan gaat verlaten.

Balkenende is de afgelopen weken beschadigd geraakt, omdat hij op de drempel van het Binnenhof stond en nu weer is teruggekeerd. Toch proef je nergens de aandrang om hem de komende tijd dit alles diep in te wrijven. Alleen Wilders reageerde verbeten, alle andere politieke leiders leken vooral over te lopen van begrip. Dat kan maar één reden hebben: uiteindelijk ziet iedereen Balkenende toch nog graag een tijdje blijven. Om te zorgen voor de stabiliteit die de komende tijd met een agenda vol heikele kwesties en gemeenteraadsverkiezingen zo nodig is. En omdat landelijke verkiezingen voor alle betrokkenen nu te vroeg zouden komen. Voor de verliezers, zoals de PvdA, omdat zij dramatisch laag in de peilingen staan. Voor de winnaars – PVV en D66 – omdat ook zij nog lang niet klaar zijn voor verkiezingen: de klasjes zijn nog lang niet met geschikte kandidaten gevuld.

En daarom gaan we wel een periode met verbeten debatten tegemoet, maar zullen die debatten worden gevoerd door politici die een beetje voorzichtig zullen zijn omdat ze nog geen belang hebben bij grote brokken – zo voorzichtig dat zelfs de verguisde Balkenende zonder al teveel gehuil en boegeroep weer (een tijdje) in het Torentje mag terugkeren.

17.11.09

Frans

Mijn nieuwe column op de website van Binnenlands Bestuur gaat over de vraag waaraan het gelegen kan hebben wanneer premier Balkenende a.s. donderdag niet wordt gekozen tot eerste president van de Europese Unie (lees: vaste voorzitter van de Europese Raad). Omdat zijn Frans niet goed genoeg is?

Aanstaande donderdag is het dan zo ver. De Europese regeringsleiders gaan tijdens een extra ingelast diner bepalen wie de eerste president van de Europese Unie zal worden. De kansen van Balkenende lijken geslonken, en als hij het inderdaad niet wordt dan is eigenlijk nu al te begrijpen waar het aan gelegen heeft.

Er is een foto waarvan we achteraf kunnen zeggen dat die misschien wel profetisch is geweest, een foto die in ieder geval duidelijk heeft gemaakt wat het grote probleem rond de kandidatuur van premier Balkenende voor het presidentschap van de Europese Unie is geweest.

De foto is gemaakt tijdens een recente ontmoeting van de Europese regeringsleiders. Sarkozy zit achter zijn tafeltje, naast hem bukt Balkenende bij hem neer en hij maakt blijkbaar een grapje. Sarkozy en de man naast hem, zijn premier Francois Fillon, moeten in ieder geval lachen. Leuke actie dus van onze minister-president. Maar tussen Sarkozy en Balkenende in zien we een blonde vrouw die met Balkenende meebuigt om hem goed te kunnen verstaan. En vervolgens de woorden van Balkenende in het Frans te vertalen.

Het Frans van Balkenende is dus niet goed. Hij heeft een tolk nodig om zich in die taal, la plus belle langue, verstaanbaar te maken.

Ik zou de gedachte durven wagen dat dit gegeven een belangrijke, en misschien zelfs wel een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij de discussie over zijn kandidatuur. De cultuur van de Europese Unie is Frans en francofoon. De Fransen hebben vanaf het begin een leidende rol binnen de (voorlopers van de) Europese Unie gespeeld omdat het meer dan enig ander Europees land een gezamenlijke tegenmacht tegen de Verenigde Staten wilde vormen. De bestuurscultuur bij de Europese instituties – van de Commissie tot het parlement – is Frans: aristocratisch en hiërarchisch. Wie geen vloeiend Frans spreekt, kan het in Brussel vergeten. Alle pogingen om het Engels, als de lingua franca van de moderne wereld, als enige officieel geldende taal van de Europese Unie erkend te krijgen, zijn door de Fransen succesvol afgeslagen.

Het Nederlandse onderwijs is op geen enkele manier op deze realiteit afgestemd. Laten we ervan uitgaan dat het Engels van Balkenende behoorlijk is – al denken wij Nederlanders al gauw dat ons Engels behoorlijk is. Volgens zijn Duitse collega en politieke geestverwant Angela Merkel is Balkenende’s Duits ‘gut’ te noemen, al sprak ze dat wat zuinigjes uit. Balkenende deed het atheneum in Zeeland en studeerde daarna geschiedenis en rechten aan de Vrije Universiteit. Alhoewel de geestelijk vader der gereformeerden, Johannes Calvijn, uit het Noord-Franse Noyon kwam en hij in Genève, waar hij werkzaam was, Frans sprak en zijn boeken in het Frans (en het Latijn) schreef, hebben deze feiten geen stempel op het curriculum van de VU gedrukt.

Wat weet je eigenlijk wanneer je een jaar of zes rechten en geschiedenis aan de VU gestudeerd hebt? Dat weet ik niet precies, maar ik weet wel zeker dat het veel minder is dan wanneer je in Frankrijk aan een van de grandes écoles gestudeerd hebt, in het bijzonder aan de elite opleiding van de ENA (École nationale d’administration), waar toekomstige topambtenaren en politici worden opgeleid. Dit instituut, in 1945 door De Gaulle in het leven geroepen, is een van de symbolen van de Franse meritocratie en biedt haar streng geselecteerde studenten toegang tot de hoogste posities binnen de Franse staat.

Er is in Nederland niets dat met deze ‘grote school’ vergelijkbaar is. Is het om die reden dat Nederlanders slecht vertegenwoordigd zijn op hoge posities in de burelen van de Europese bureaucratie?

De grote uitzondering op het Nederlandse falen om internationale topposities te verwerven, was natuurlijk Jaap de Hoop Scheffer, die de afgelopen vijf jaar secretaris-generaal van de NAVO is geweest. Maar dat was geen kunst. Hij is getrouwd met Jeanninne, lerares Frans.

1.9.09

Boekenprogramma VPRO

Sinds kort zendt de VPRO iedere woensdagmiddag, tussen 4 uur en half vijf, op radio 1 een nieuw boekenprogramma uit. Het panel wisselt elke week van samenstelling, en de VPRO heeft gevraagd of ik zo af en toe ook eens mee wil doen, morgen (2 september) om te beginnen. De andere deelnemers zijn Nelleke Noordervliet en Natasja van den Berg. We mogen zelf een boek uitkiezen om het over te hebben, en ik heb het boek van Christopher Caldwell klaar gelegd: een goed boek over hoe de islam onze samenleving heeft veranderd, en de noodzaak om in het licht daarvan onze liberale waarden opnieuw te definiëren. De vertaling van het boek (Reflections on the Revolution in Europe: Immigration, Islam, and the West) is net verschenen bij uitgeverij Ambo o.d.t.: De Europese Revolutie: hoe de islam ons voorgoed veranderde. De Engelse titel is natuurlijk veel mooier, als variatie op het hoofdwerk van Edmund Burke: Reflections on the Revolution in France (1790).
Het boek van Caldwell is uitstekend, minder paniekerig en apocalyptisch dan vergelijkbare boeken van Bruce Bawer, Tony Blankley, Mark Steyn, Claire Berlinski en Melanie Phillips (die op onjuiste demografische cijfers zijn gebaseerd), en bijna net zo goed als dat van Bruce Thornton (Decline and Fall: Europe's Slow-Motion Suicide, Encounter Books, 2007), waarvan, vrees ik, wel nooit een Nederlandse vertaling zal verschijnen.

9.6.09

Over de PVV, Gerard Reve en de Europese Unie

Vanmorgen zat ik samen met Theodor Holman en een vervelende linkse dominee uit Rotterdam (Piet de Jong) in het radio1-programma Dit is de dag. Holman had het over zijn boek over Gerard Reve, de dominee en ik hadden het over de vraag waarom de PVV van Geert Wilders vorige week zo succesvol was bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. De uitzending is hier te beluisteren.

29.5.09

Machiavelliste Kathalijne

Op het Europa weblog van de NOS is mijn nieuwe column over de komende Europese verkiezingen verschenen:

Kathalijne Buitenweg van GroenLinks zat vorig jaar thuis in Amsterdam samen met haar Maarten van Poelgeest gezellig op de bank toen ze werd gebeld door niemand minder dan José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie. Ze schrok een beetje van dat telefoontje want ze dacht dat ze haar hand had overspeeld en dat Barroso haar de mantel uit zou gaan vegen. Ze had Barroso immers gechanteerd.

Barroso had namelijk lang geaarzeld om iets op de agenda te zetten, een richtlijn tegen discriminatie. Daar kwam gedoe van, vreesde hij. De christen-democraten en enkele lidstaten zagen er niets in, in zo’n richtlijn die discriminatie op grond van leeftijd, seksuele voorkeur of religie in het onderwijs, op de woningmarkt, in het openbaar vervoer en de sociale zekerheid verbiedt.

Zou het toch maar doen, had Kathalijne tegen José gezegd. Weet je nog hoe we de vorige keer de benoeming van die conservatieve Buttiglioni tot eurocommissaris hebben tegengehouden? Dat kunnen we weer doen, hoor, met je eerstvolgende kandidaat-commissaris.

Kathalijne had zich wel een beetje een bitch gevoeld toen ze deze woorden had uitgesproken. Want er was helemaal niets mis met die eurocommissaris, en dat was dus wel een beetje sneu voor hem. En als ze er nog eens over nadacht: had ze überhaupt wel de macht om die benoeming tegen te houden?

Ze dacht dus eventjes, en ze kneep Maarten even in zijn hand, dat Barroso een man was en dat hij haar zou uitschelden vanwege haar chantage. Maar nee, Barroso was geen man. Hij wilde herkozen worden en daarom geen gedonder in de tent. Als jij je nou gedeisd houdt in de hoorzitting over de benoeming, dan zorg ik dat jij met die richtlijn aan de slag kan. Deal?

Dikke deal natuurlijk. Want het Europees Parlement kon nu ‘de laatste hiaten in de anti-discriminatiewetten’ gaan dichten. De corrupte en huichelachtige Kathalijne is nog nooit zo trots op zichzelf geweest.

Die richtlijn is er nu, de Raad van State heeft er al een advies over geschreven, maar het wordt waarschijnlijk pas na de zomer, zo werd deze week duidelijk tijdens een procedurevergadering in de Tweede Kamer, voordat dat advies en het standpunt van Balkenende’s ministersploeg naar buiten komt. Onenigheid in het kabinet natuurlijk.

Zo gaat dat dus. Er komt dankzij een linkse machiavelliste op een smerige manier een Europese richtlijn tot stand die dwars door alle precaire nationale politieke evenwichten heen een gelijkheidsideologie aan alle lidstaten wil opleggen. Die machtsdrang tot uniformering en ideologische gelijkschakeling maakt Brussel en de Europese Unie zo onverteerbaar. En daarom kan de stem van een fatsoenlijk patriot op 4 juni alleen maar naar een eurosceptische partij gaan.

16.5.09

Ook Lange Frans is het zat

Op de website van de NOS staat mijn nieuwe blog over de Europese verkiezingen:

In mijn eerdere blogs heb ik wel eens de naam van Eline van den Broek, de Nederlandse lijsttrekster van Libertas, laten vallen. Ze doet het verrassend goed in deze campagne. Ze weet met regelmaat tot de landelijke media door te dringen, wat geen geringe prestatie is voor een nieuwe partij. En ze draagt standpunten uit om je vingers bij af te likken.

Zo verdedigde ze voor de microfoon van Standpunt Café de opvatting, ook ingenomen door de Amerikaanse oud-vice-president Dick Cheney, dat martelen soms gewoon moet. Eline heeft ongetwijfeld ook de boeken van Alan Dershowitz gelezen, en weet dus dat martelen, hoe erg ook, geboden is in een ticking bomb scenario. Martelen mag, ja moet, wanneer een terrorist is opgepakt van wie we met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen aannemen dat hij informatie heeft over nieuwe aanslagen die vele burgers het leven zullen gaan kosten. Zo’n man moet toch echt even worden uitgenodigd om die informatie met ons te delen.

Dapper van Eline om zo’n on-Nederlands standpunt op de Nederlandse radio uit te dragen.

Eline begint anderen inmiddels vrees in te boezemen. Zo werd zij door het tv-programma Nova Politiek (van vrijdag 15 mei) uitgenodigd om mee te doen aan een live-debat met staatssecretaris Frans Timmermans van Europese Zaken. Maar Timmermans weigerde Van den Broek als gesprekspartner, zo liet hij via zijn woordvoerder weten. Omdat ze lijsttrekker van een partij was, terwijl meneer de staatssecretaris alleen een inhoudelijke discussie wilde. (Met een lijsttrekker kun je dus per definitie alleen niet-inhoudelijke discussies voeren? Dat klopt, maar het wordt pijnlijk als een staatssecretaris dat ook vindt.) En dus werd Eline van den Broek bedankt en zat er een linksige, SP-achtige man tegenover Timmermans, de voorzitter van het Comité Ander Europa. Van de man noch van zijn club had ooit iemand gehoord en dat zal wel zo blijven. Maar Timmermans kon nu in het debatje gemakkelijk overeind blijven, en zo had presentatrice Clairy Polak haar partijgenoot Timmermans toch nog een dienst kunnen bewijzen.

Aan het einde van het programma kwam het linkse duveltje wel zeer opzichtig uit het doosje van de publieke omroep schieten. Mevrouw Polak had het over de straat en de elite, de ondeskundigen en de deskundigen. De stem van de straat mag worden gehoord als daaruit maar vooral blijkt hoe dom en ondeskundig gewone mensen zijn, en hoe gelukkig het daarom is dat we ook nog Polaks en Timmermannen hebben.
Duidelijker dan op deze manier kun je niet zeggen: Ja, Wilders heeft gelijk, wij zijn inderdaad van het Noord-Koreaanse staatsjournaal, maar dat kan ons niks schelen want u kunt ons toch niets maken.

Rapper Lange Frans heeft een liedje geschreven (zie de website van Eline van den Broek) waarin hij uitlegt waarom hij voor de harde zakelijkheid van Libertas is. Op 4 juni worden we, als we niet uitkijken, weer voor de gek gehouden door een ‘blinde en corrupte elite’ die ons een referendum over die vermaledijde Grondwet beloofde maar ons die niet gaf. Die geld verspilt en zich doof houdt voor het schreeuwende volk. Hij loopt er niet meer achter aan, rapt Lange Frans, het wordt nu tijd voor een nieuwe partij.

Het is mooi dat er op rechts nu een alternatief is gekomen voor de PVV – die alleen maar eurosceptisch is en het cynisme naar de mond praat. Libertas, zo zou je kunnen zeggen, begrijpt de teleurstelling waarmee de bevolking zich van de politiek afwendt, maar kanaliseert die onvrede in een programma waarin Europa wordt teruggeroepen tot een politiek van haalbare kerntaken.

Ik krijg steeds meer begrip voor andere media die Eline hebben uitgeroepen tot een charmant rechts meisje dat – vergis u niet – zich als een provocatieve mini-Thatcher kan ontpoppen.

4.5.09

Om te winnen hoef je maar één boek te lezen

Op de website van de NOS staat mijn nieuwe column over de Europese verkiezingen van 4juni a.s.

En, hebt u al een partijtje bijgewoond waar de feestgangers verhit en verbeten over de Europese verkiezingen zaten te debatteren? Ik niet. En nu hebben we natuurlijk nog een week of vijf te gaan, maar ik heb sterk de indruk dat deze verkiezingen minder leven dan ooit.

Dat komt, vermoed ik, omdat de gedachten van de meeste burgers bij twee grote onderwerpen zijn: bij de kredietcrisis natuurlijk, en de vraag in hoeverre die hun levens gaat raken, en bij de discussie over de opkomst en gestage groei van de PVV en de moeite die andere partijen hebben om zich een houding tegenover Geert Wilders aan te meten.

En niemand heeft de indruk, en terecht, dat deze onderwerpen, die zich zo dicht bij huis afspelen, iets met Europa te maken hebben, of dat Europa daar een beslissende rol in kan spelen.

De eerste voorzichtige debatjes tussen de lijsttrekkers hadden een nationale focus. Wim van de Camp van het CDA lanceerde een omvangrijk bezuinigingsplan. Ging hij regelen zodra hij in Brussel zou zijn aangekomen. Hans van Baalen van de VVD was er als de kippen bij om het Nederlandse volk diets te maken dat die plannen ook betekenen dat het Nederlands als officiële taal van de Europese Unie zou gaan verdwijnen. ‘Mannen, willen wij dat? Nee, dat willen wij niet!’

Ik ben bang dat we de komende tijd iedere week zo’n plannetje voorbij zullen zien komen en een discussietje van dit niveau eruit voort zullen zien komen.

Daarom geef ik alle lijsttrekkers nu al mijn Geheimtip. Om deze verkiezingen te winnen, hoeven zij maar één boek te lezen. Het is geschreven door de Britse journalisten Christopher Brooker en Richard North en heet The Great Deception. Het geeft, in een uitmuntend gedocumenteerde studie, de ‘geheime geschiedenis’ van Europa: dat alle acties vanaf het begin gericht zijn op één supranationale regering en de bevolking dat niet mocht weten. Je hoeft dat verhaal alleen maar te vertellen en erbij te zeggen dat jij alles gaat doen om mensen de zeggenschap over hun leven terug te geven.

Hoe gaat het ondertussen met onze Eline van den Broek van de nieuwe partij Libertas? Zij mag niet aan lijsttrekkersdebatten deelnemen, maar gaat columns schrijven voor de website Dagelijkse Standaard van Joshua Livestro en lanceert binnen een dag of wat haar eigen website: www.eline.info. Zal het haar dus toch gaan lukken? Kijk maar uit, concurrenten, ik denk dat ze The Great Deception heeft gelezen.

19.3.09

Kronkelen

Mijn column in de Elsevier van deze week gaat over een wetsvoorstel waarmee SGP-kamerlid Kees van der Staaij de greep van het Nederlandse parlement op Europese besluiten en vooral op de goedkeuring van nieuwe Europese verdragen wil vergroten. Op een achternamiddag kan een toevallige kamermeerderheid zo maar besluiten vergaande nationale bevoegdheden aan de Europese Unie over te dragen. Wie hart voor ons eigen land heeft, moet het initiatief van Van der Staaij dus verwelkomen. Maar de politieke realiteit van vandaag zou er wel eens voor kunnen zorgen dat de Nederlandse Kamer alle kanten op gaat kronkelen om geen steun aan dit voorstel te hoeven geven.

Lees de column verder en abonneer u hier op Elsevier.

29.11.07

Opnieuw faux pas Oranjes

Mijn tweewekelijkse recensie in HP/DeTijd gaat dit keer over een boekje over Europa, uitgegeven met een voorwoord door koningin Beatrix. Het boekje bevat de toespraken die als intellectuelen vermomde lakeien - aangevoerd door Geert Mak - de koningin dit voorjaar hebben opgediend. De EU moet door als 'eliteproject', zo luidt de boodschap. En het volkse 'nee' van 1 juni 2005 moet worden genegeerd.

Stel eens dat de politieke discussies over Afghanistan, de lerarensalarissen, de topinkomens en de ontslagregelingen – zoals die de afgelopen weken en maanden nadrukkelijk in Nederland zijn gevoerd – alle in een impasse zouden zijn geëindigd en dat er daarna bijeenkomsten in het werkpaleis van de koningin aan het Haagse Noordeinde zouden zijn gehouden. De koningin zou voor ieder onderwerp drie sprekers hebben uitgenodigd, en die sprekers zouden zo eensgezind zijn geweest in hun opvattingen over die onderwerpen dat hun analyses zouden hebben geresulteerd in eensluidende adviezen. Stel nu eens dat die bijdragen ook nog eens zouden zijn gebundeld en uitgegeven, en dat de Majesteit er geen been in gezien zou hebben die bijdragen van een aanbevelend voorwoord te voorzien en de belangrijkste conclusie zelf maar alvast te geven.

Nederland zou te klein zijn geweest. De premier zou, achterna gezeten door een bloeddorstige Kamer, een constitutionele crisis niet hebben kunnen voorkomen. Sinds Thorbecke is, zoals bekend, de koning onschendbaar en zijn de ministers verantwoordelijk. Dat houdt in dat de koning(in) van het Nederlandse volk geen ruimhartige schadevergoeding ontvangt om haar privé-opvattingen uit te dragen, maar dat de ministers het regeringsbeleid bepalen en de koningin zich daarin heeft te schikken – wat ze er zelf verder ook van vindt.

Na de impasse als gevolg van het ‘nee’ bij het EU-referendum op 1 juni 2005, heeft de koningin dit voorjaar in Paleis Noordeinde drie bijeenkomsten belegd. Die gingen over ‘de toekomst van Europa’. Zes ‘grote denkers’ – ‘vooraanstaande Europese intellectuelen en politici’ – kregen een persoonlijke uitnodiging van Beatrix. Ieder ‘symposium’ werd voorafgegaan door ‘een inspirerende inleiding van Geert Mak, die veelal vanuit historisch perspectief de toon zette voor de discussie’ (aldus de koningin zelf). De zes lezingen zijn gebundeld en geredigeerd door Leonard Ornstein (journalist van Buitenhof) en door Lo Breemer, die in Brussel bij de Europese Commissie werkt. Breemer is tevens secretaris van de ‘Paleiscommissie’, die de bijeenkomsten organiseerde. Beatrix zelf heeft de bundel van een voorwoord voorzien, dat de journalistieke schoothondjes van de monarchie, werkzaam bij de Volkskrant, afgelopen zaterdag al in hun Opiniebijlage afdrukten, vergezeld van een lofzang op dit voorwoord door voormalig politiek filosoof Luuk van Middelaar.

Wie zijn de ‘zes grote denkers’, die de koningin een speech mochten opdienen?

De eerste was Krzystof Pomian, een Pools historicus, die directeur moet gaan worden van het toekomstige Museum van Europa in Brussel. Samen met de Britse diplomaat Robert Cooper, naaste medewerker van de ‘buitenlandcoördinator van de EU’ (Javier Solana), mocht hij praten over de historische wording van de Europese identiteit. Volgens Pomian is de Europese identiteit een ‘historisch feit’, volgens Cooper heeft het ontstaan van de natiestaat vooral tot gruwelijke oorlogen geleid en is het maar goed dat er een Europese Unie is gekomen want die belichaamt het wonder van de vrede. En verder moet Europa vooral een ‘eliteproject’ blijven dat zo weinig mogelijk ruchtbaarheid van haar eigen activiteiten onder de bevolking verspreidt.

(Dat standpunt is, tussen twee haakjes, vanaf het begin een gemeenplaats binnen het Europese project. Om geen slapende honden wakker te maken, is de uiteindelijke doelstelling van één Europese staat zoveel mogelijk impliciet gelaten, en zijn vele politici tegenover de kiezer nooit open en eerlijk geweest over die doelstelling en de stappen daar naartoe. Jean Monnet, een van de stichters van de Europese Unie, zei: ‘De Europese naties moeten naar een superstaat worden geleid zonder dat de bevolking van die naties precies begrijpt wat er gebeurt. Dit kunnen we bereiken door achtereenvolgende stappen te zetten die we vermommen als stappen die een economisch doel hebben, maar die uiteindelijk en onomkeerbaar tot een federatie zullen leiden.’ De ene munt was de belangrijkste stap in die reeks van stappen. ‘Via de weg van het geld kan Europa binnen een paar jaar een politieke unie worden’, aldus Monnet.)

Larry Siedentop (hoogleraar in Oxford) en Bronislaw Geremek, een Pools lid van het Europees Parlement, spraken over de Europese democratie, en Gemerek gaf uiting aan zijn levenslange droom van een ‘vrij, democratisch en verenigd Europa’.

Dominique Moïsi en Kemal Derviş, een hoogleraar ‘Europese geopolitiek’ in Warschau en een Turks politicus, hadden het over de geografische grenzen van Europa. Derviş hoopt dat het Europese project nog ‘krachtiger’ wordt, want als er meer eenheid van beleid komt en de EU zich uitbreidt ‘naar het oosten en zuidoosten’ (d.w.z.: Turkije zal opnemen), zal het ‘een grotere stem in wereldkwesties winnen’.

Tja, Geert Mak zal wel glunderend om zich heen hebben gekeken tijdens de bijeenkomsten, die overigens ook door de journalist Joris Luyendijk, de ministers Hirsch Ballin en Winsemius en de Amsterdamse burgemeester Cohen zijn bijgewoond.

Het is duidelijk dat de elite die daar in het paleis aanwezig was, zichzelf en elkaar wat moed hebben willen inpraten na het volkse ‘nee’ van 1 juni 2005, en tegelijkertijd een agenda hebben ontvouwd om de reikwijdte en implicaties van dat ‘nee’ te negeren en het Europese project als ‘eliteprojet’ voortvarend voort te zetten. Beatrix voert deze elite aan, zoals Máxima onlangs de Nederlandse elite aanvoerde bij het uitdragen van het dogma van het multiculturalisme.

‘Internationale kwesties van vrede en veiligheid, armoedebestrijding, energie en milieu kunnen alleen met enige kans van succes worden aangepakt als wij onze krachten bundelen. De Europese Unie biedt daarvoor een vanzelfsprekend kader. In deze Unie heeft Nederland van meet af aan een belangrijke positie ingenomen en een aanzienlijke inbreng gehad. Wij Nederlanders danken onze (naoorlogse) economische ontwikkeling en onze welvaart aan de samenwerking in Europa. Wij zijn Europa’, betoogt onze Majesteit.

Nu moet je tegenwoordig een beetje voorzichtig zijn want als de koningin iets niet bevalt – zoals een kritisch boek over haar negentiende-eeuwse koninklijke voorvaderen – geeft ze daar publiekelijk lucht aan, maar iedereen kan na lezing van deze lofzang toch alleen maar vaststellen: zoveel zinnen, zoveel onzin. Zelfs Geert Mak heeft op een van de aangestipte punten een andere mening: ‘Europa zou ook zonder de Unie minder oorlogen hebben gekend.’

En in het licht van de reeds geciteerde uitspraken van Monnet en Cooper, weet je ook niet wat je moet denken van de oproep van Beatrix om niet meer in verhullende termen over de Unie te praten, want dat wekt maar achterdocht, en dat is helemaal niet nodig want de Europese eenwording voltrekt zich niet buiten ons en onze controle om. Had dan het contraseign onder een wetsvoorstel voor een referendum niet bij voorbaat geweigerd, zou je geneigd zijn te denken.

Het ergste, en onvergeeflijke, is natuurlijk dat het héle boekje een lofzang op de EU is, en dat er niets in doorklinkt van het onbehagen dat twee jaar geleden tot het overweldigende ‘nee’ van de bevolking heeft geleid.

Maar dé vraag is of deze tweede faux pas van de Oranjes in korte tijd, ministerieel wordt gedekt. Dat lijkt mij niet. Staatssecretaris Frans Timmermans van Europese Zaken gaf afgelopen zaterdag een interview in het Nederlands Dagblad waarin hij openlijk uiting gaf aan zijn zelftwijfel. Ooit wilde hij één Europa, maar nu verwerpt hij dat ideaal, en heeft hij begrip voor de huidige ‘hang naar een eigen nationale identiteit’. Na het ‘nee’, zegt hij zelf, heeft hij lange tijd in een ontkenningsfase verkeerd. ‘Ik dacht: ze wilden het kabinet afstraffen of ze hebben het niet goed begrepen. Tot ik echt van binnen overtuigd raakte dat niet zíj, maar ík het niet begrepen had’.

De koningin en haar hof van bij elkaar geroepen, als denkers en journalisten verklede butlers, begrijpen het nog steeds niet. Dat zouden Balkenende en Timmermans haar toch eens moeten uitleggen.

Leonard Ornstein en Lo Breemer (red.)
Paleis Europa
De Bezige Bij € 16,90

24.11.07

Overspelig gras bedreigt de natiestaat

Wie de volgende Kamerverkiezingen wil winnen, hoeft slechts twee boeken te lezen. Het ene gaat over het politieke systeem als zodanig, het tweede over de Europese Unie.

Het eerste is geschreven door Hans Herbert von Arnim, een Duitse hoogleraar constitutioneel recht, dateert uit 2001 en heet Das System. ‘Es ist etwas faul im Staate’, luidt de kop boven zijn voorwoord. De politieke klasse, zo maakt Von Arnim duidelijk, heeft een netwerk geknoopt dat onze democratische orde dreigt te verstikken, omdat het een alternatieve werkelijkheid heeft geschapen die is losgezongen van de samenleving en een doel op zichzelf is geworden.

Het zal een beetje politieke ondernemer weinig moeite kosten de bevindingen en conclusies van dit boek op de Nederlandse situatie toe te passen. Onze representatieve democratie en de partijen die ons stelsel hebben geschapen en schragen, zijn door een maatschappelijke orde voortgebracht die drastisch is veranderd. De zuilen waarvan onze politieke partijen de vooruitgeschoven posten in de democratische arena waren, zijn grotendeels ingestort maar het dak dat deze zuilen droegen, is nog in de lucht blijven hangen.

Dat zei Hans van Mierlo al, maar anno 2007 is het van belang daar een en ander aan toe te voegen.

De drie grote, constituerende partijen zijn ontstaan door eensgezindheid rondom sociale en politieke kwesties die nu niet meer de grote tegenstelling in de samenleving vormen. Het waren sociaal-economische kwesties en de schoolstrijd die de voorlopers van de PvdA, de VVD en het CDA hebben doen ontstaan. Het grote debat zweeft nu rond het thema immigratie en integratie. Paul Scheffer heeft dit in zijn recent verschenen boek Het land van aankomst de nieuwe, grote sociale kwestie genoemd. Maar geen enkele traditionele partij heeft die kwestie gestéld.

En dat is eigenlijk logisch. De huidige generatie politici is opgevoed en gevormd in een school die hen uitstekend toerust om met elkaar te polderen over een compromis dat hier tot een procentje meer en daar tot een procentje minder leidt. Maar dat is wat anders dan een debat over de pijn van de straat en het onbehagen van de vervreemding. Het nieuwe thema trekt dan ook verwoestende sporen in de PvdA en de VVD, met al het gedoe rondom Ehsan Jami en Verdonk en Rutte. En het CDA komt ook nog wel een keer aan de beurt.

Het tweede boek is een recente bestseller, geschreven door de Britse journalisten Christopher Booker en Richard North. Het heet The Great Deception en vertelt the secret history of the European Union. Het is een uitmuntend gedocumenteerde geschiedenis van het streven naar Europese eenwording, en wil één ding aantonen: dat de geschiedenis van dit ‘project’ vanaf het begin niet op intergouvernementele samenwerking gericht is geweest, maar op de vereniging van Europa onder één supranationale regering. Het veto is de scheidslijn. Waar veto’s zijn, daar is er sprake van samenwerking tussen onafhankelijke, soevereine naties. Waar veto’s verdwijnen, ontstaat een nieuwe, supranationale vorm van regeren die zich aan democratische controle onttrekt.

Om geen slapende honden wakker te maken, is die uiteindelijke doelstelling zoveel mogelijk impliciet gelaten, en zijn vele politici tegenover de kiezer nooit open en eerlijk geweest over die doelstelling en de stappen daar naartoe. Jean Monnet, een van de stichters van de Europese Unie, zei: ‘De Europese naties moeten naar een superstaat worden geleid zonder dat de bevolking van die naties precies begrijpt wat er gebeurt. Dit kunnen we bereiken door achtereenvolgende stappen te zetten die we vermommen als stappen die een economisch doel hebben, maar die uiteindelijk en onomkeerbaar tot een federatie zullen leiden.’ De ene munt was de belangrijkste stap in die reeks van stappen. ‘Via de weg van het geld kan Europa binnen een paar jaar een politieke unie worden’, aldus Monnet.

We zijn, met andere woorden, de Europese Unie ingerommeld, en zagen ineens in, in het voorjaar van 2005, dat die Europese agenda ons de bevoegdheden ontneemt om beslissingen te nemen over zaken waarover we graag zelf het laatste woord willen behouden. Maar zoals de Luxemburgse premier en eurofiel Jean-Claude Juncker al zei: ‘Als ze “ja” zeggen, zullen we zeggen: “we gaan voort”. Als ze “nee” zeggen, zullen we zeggen dat we doorgaan.’

Maar het is nog erger dan deze woorden van kiezersverachting al suggereren. De EU heeft niet gezegd dat ze gewoon zullen doorgaan, maar dat ze de kiezers hadden begrepen en dat er een nieuw en vooral heel ander ‘Hervorminsgverdrag’ zou komen. De Europese leiders zijn het enkele weken geleden in Lissabon over de laatste komma’s en leestekens van dat verdrag eens geworden, en gaan dat nu in de lidstaten ter ratificatie aanbieden.

Zoals bekend zal de tekst in Nederland gewoon door de Tweede Kamer worden geratificeerd, en niet meer in een referendum aan de bevolking worden voorgelegd, ondanks het feit dat we het hier hebben over een verdrag dat belangrijke rechten en bevoegdheden naar Brussel overhevelt. Daarvan was en blijft sprake, ook al zou dit kabinet streven naar een nieuw verdrag dat zich qua ‘inhoud, omvang en benaming’ overtuigend zou onderscheiden van de verworpen Grondwet.

Ondertussen staat vast dat het nieuwe verdrag niet wezenlijk van de oude Grondwet verschilt. Het Europees Parlement en de Franse oud-president Valéry Giscard d’Estaing (voorzitter van de commissie die de tekst van de Grondwet voorbereidde) hebben dat al opgelucht vastgesteld. ‘Qua inhoud zijn de voorstellen grotendeels onveranderd gebleven. Ze worden alleen op een andere manier gepresenteerd. De enveloppe is vernieuwd, de brief is dezelfde’, aldus Giscard in juli j.l.

Wie het niet gelooft, moet de vergelijking van beide teksten op de website van Open Europe maar eens bestuderen.

Alle Europese verdragen hebben, uit de aard der zaak, tot een overheveling van bevoegdheden naar Brussel geleid – vanaf 1952, met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, via de verdragen van Rome (1957), Maastricht (1991/3), Amsterdam (1997/9) en Nice (2000/3). De beslissende wissel is omgezet in Maastricht, waar het verdrag voor de Europese Unie werd opgesteld en de Europese bemoeienis met nationale aangelegenheden (die tot dan vooral op het scheppen van een gemeenschappelijke markt waren gericht) zich ook tot justitie- en politiezaken (inclusief asiel en immigratie) en tot buitenlands beleid ging uitstrekken. Over die zaken behielden alle afzonderlijke lidstaten toen nog een vetorecht, maar in de verdragen die volgden op die van Maastricht zijn er steeds meer onderwerpen bij gekomen waarover via meerderheidsbesluitvorming wordt besloten. Voor het verdrag van Lissabon geldt dat onder meer voor de besluitvorming op de terreinen van grenscontroles, de afgifte van visa aan niet-EU-burgers, immigratie, regels op het terrein van het strafrecht en de samenwerking van justitie en politie.

Ik betreur deze ontwikkeling, en met mij vele Nederlanders. Een ruime meerderheid wil zich in ieder geval over de resultaten van Lissabon uitspreken. Maar vooralsnog moeten wij machteloos toezien hoe dit kabinet ruimte biedt aan een oprukkend en uitdijend Europa en daarmee de eigen identiteit en soevereiniteit van Nederland op het spel zet, en de noodrem van de voortdenderende trein heeft af gesloopt.
Ik betreur deze ontwikkeling niet omdat ik een achtergebleven redneck van de Veluwe zou zijn, of een loser uit een achterstandswijk. Ik betreur dit omdat ik burger van de natiestaat Nederland ben.

Een maand geleden is de Bosatlas van Nederland verschenen. Deze pil – twee stoeptegels groot en bijna vijf kilo zwaar – kost bijna 100 euro, maar staat hoog in de lijsten van meest verkochte boeken. Het is vooral zo’n prachtige uitgave omdat zij het ontstaan van Nederland op een ongekend aanschouwelijke manier in beeld brengt. De gelaagdheid van het landschap wordt als vanzelf een metafoor voor de complexe lagen in de eigen geschiedenis. Als we in Nederland weer op zoek zijn naar binding, in de zin van een beleving van gemeenschappelijkheid, dan richt die zich niet alleen op een gezamenlijke taal en een gemeenschappelijk verleden, maar ook op de bodem, op een gemeenschappelijk territorium. De meeste bewoners van de Lage Landen bij de zee zijn door taal, huwelijk en werk aan een bepaalde streek gebonden. Veel mensen sterven in de buurt van het geboortehuis van hun ouders. Dat feit weerspiegelt zich op een prachtige landstrekenkaart in deze atlas (p. 203), een lappendeken ‘die in de hoofden van mensen het land afdekt’ en waarin echo’s uit de vroege Middeleeuwen en zelfs de Germaanse geschiedenis doorklinken.

Deze atlas roept als vanzelf associaties op met de poëzie van Ida Gerhardt, dochter van Gorcum en Zutphen. In haar bundel De Ravenveer staat onder de Verzen van Holland onder andere het gedicht ‘Het erfgoed’:

Vooroudertrots: goed ingeklonken land.
Ik heb een aard die ingeklonken is
en uitverweerd. Waarin gezonken is
tot zware grond een laag van tegenstand.


Hoe die lagen zijn ontstaan en aanwezig blijven, laat deze atlas prachtig zien. En misschien doet het ook wel iets vermoeden van het vuur dat daarin verborgen kan liggen:


Vuur schuilt in stenen, van de schepping af.
Het slaapt totdat het wakker wordt getart.


De atlas laat natuurlijk ook zien hoe snel en radicaal Nederland de afgelopen decennia van aanzien is veranderd. Door de bevolkingstoename, de groei van steden, dorpen en het verkeer, de woeste secularisatie, en door de immigratie van de afgelopen jaren. Door een lichtzinnige politiek (‘Een vreemd overspelig gras / legt op de akkers beslag’, om Gerhardt nog één keer te citeren), door het ontwortelde nominalisme van onze elite, hebben wij de banden met ons eigen land, taal, geschiedenis en cultuur hooghartig verwaarloosd.

Ik had het nadrukkelijk over de natiestaat. Het is binnen deze staatsvorm dat de democratie en de rechtsstaat zoals wij die kennen, zich hebben ontwikkeld. Dat is geen toeval, zoals bijvoorbeeld de Franse politiek filosoof Pierre Manent in enkele recente publicaties duidelijk heeft gemaakt. Een natiestaat, als creatie van de negentiende eeuw, wordt niet bevolkt door horigen en onderdanen – zoals in de voorafgaande periode van het ancien régime – maar door burgers. En burgers willen zichzelf besturen, en burgers willen via een catalogus van klassieke grondrechten tegen de macht van de overheid worden beschermd.

De huidige vervreemding, het onbehagen en de onvrede in de Nederlandse samenleving, is een feit. Geen norm. Er zijn politici, die van de grote middenpartijen, die het feit ontkennen, en er zijn politici, op de vleugels, die de onvrede als norm exploiteren. Er zijn geen politici die de onvrede weten te verwoorden en in goede banen kunnen kanaliseren.

Politici mogen denken dat zij (op de korte termijn) slim zijn wanneer zij het sentiment van scepsis en wantrouwen onder de Nederlandse bevolking via trucs en politieke spelletjes negeren, en zich op de borst kloppen bij het aanschouwen van zoveel staatsmanschap en kosmopolitisme bij zichzelf. Maar bij de volgende verkiezingen zal de man of vrouw die zijn/haar huiswerk heeft gedaan, en de eerder genoemde twee boeken van Hans Herbert von Arnim en van Booker en North heeft gelezen, genadeloos met ze kunnen afrekenen. De huidige politieke en bestuurlijke klasse speelt met vuur, met vuur dat in stenen schuilt totdat het wakker wordt getart.

* Een versie van dit essay verscheen op zaterdag 24 november in Het Financieele Dagblad.

26.9.07

Teken de Nationale Petitie

Laat uw stem horen. Teken de Nationale Petitie voor een referendum over het EU-Verdrag.