Ze bestaan! Echt, ik heb ze zelf gezien en ontmoet. Er zijn mensen in Nederland – ik herhaal: in Nederland – die niet reikhalzend uitzien naar een overwinning van Barack Obama maar hopen op John McCain, en vooral op Sarah Palin. Ze noemen zich rechts en Republikeins en ze hebben zich een jaar geleden georganiseerd: de Republicans Abroad, afdeling Nederland!
In een straatje in de Rotterdamse wijk Hillegersberg hing deze week een Amerikaanse vlag aan de gevel. Daar is tegenwoordig moed voor nodig, zeggen de bewoners van het pand. Maar de bezoekers van de Wine & Cheese Party, georganiseerd door de Republicans Abroad, wisten in ieder geval precies waar ze moesten zijn. Het bier was er koud, de wijn rood en goed en alle kazen die deze wereld voortbrengt stonden op een tafel uitnodigend gerangschikt.
Tot voor kort kwam een handjevol mensen op deze bijeenkomsten af, maar deze week waren het er toch zeker dertig. De vereniging heeft inmiddels een eigen website. Nadat ze zich hadden georganiseerd – in Nederland wonende conservatieve Amerikanen, Nederlanders met sympathie voor de Republikeinse Partij – waren er ook vervelende e-mails geweest, maar ook dat is tegenwoordig minder.
Gelauwerde soldaat
Gastheer was voorzitter Warren Proctor, een gelauwerde soldaat die in Vietnam heeft gevochten, en iedereen uitnodigde om de laatste ontwikkelingen in de presidentiële verkiezingen, de peilingen, de voorspellingen, de debatten, etc. etc. met elkaar te bespreken. Proctor heeft het dezer dagen sowieso druk. Op 25 september moet hij in het American Book Centre (ABC Treehouse) in Amsterdam in debat met zijn natuurlijke tegenvoeter, de voorzitter van de grote en machtige en al veel oudere Democrats Abroad, Bob Bragar. En die discussie moet zich op 27 september aan de universiteit van Amsterdam en op 9 oktober (opnieuw in het ABC Treehouse) gaan herhalen.
De late avondzon scheen mild over de houten vloer waarover iedereen rondschoof, drinkend, etend, pratend – want gediscussieerd werd er. Over de terugtrekking van honderden Amerikaanse soldaten uit Irak door president Bush – meesterlijke zet, want de pleidooien van Obama werden daarmee precies ondervangen.
Het ging natuurlijk ook over de kredietcrisis. McCain heeft gezegd dat de economie ‘zijn ding’ niet is, en de gebeurtenissen van de afgelopen dagen leken een kans voor open doel voor Obama op te leveren. De Republikeinse omgang met de economie – deregulering! - leek immers failliet (maar daar roept iemand dat de wetgeving die al die gekke financiële constructies mogelijk maakt dateert uit de tijd dat Bill Clinton het Witte Huis bewoonde).
Bush zelf heeft voortdurend gezegd dat ‘de markt zichzelf moet corrigeren’. Maar kijk eens aan, nu is er een uitgebreid hulpplan, gepresenteerd door minister Henry Paulson en Ben Bernanke, voorzitter van de Federal Reserve. We kunnen het dus wel degelijk, wij Republikeinen, de economie in goede banen leiden, als het moet.
Enigma Obama
Er loopt iemand rond met een oud nummer van het weekblad National Review, het vlaggenschip van het Amerikaanse conservatisme. In het nummer van 1 september staat een interessante beschouwing over het enigma Obama. Wisten wij wel dat Obama een eerste versie van zijn boek Dreams from my Father al in 1995, toen hij dus halverwege de dertig was, heeft gepubliceerd, en dat daar dingen in staan die nogal onrustbarend zijn?
Passages over de vervreemding die hij als zoon van een blanke moeder en zwarte vader tegenover de Amerikaanse samenleving heeft gevoeld, over zijn sympathie voor een radicale ideologie waarin de geschiedenis niets anders is dan de onoverbrugbare kloof tussen onderdrukker en onderdrukte, blank en zwart, rijk en arm, over de Amerikaanse samenleving als een ‘raciaal kastensysteem’ waar ‘huidskleur en geld’ je toekomst bepalen.
Echt, er staat geen enkele positieve zin over de Verenigde Staten of over Europa in dat boek – en de auteur zou president van de Verenigde Staten moeten worden, met al het ressentiment dat ongetwijfeld nog altijd zijn hart vervult?
Sarah Palin
Iedereen is razend enthousiast over Sarah Palin. Een vrouw met de goede opvattingen – over wapenbezit, over familiewaarden, over abortus – en met de uitstraling die de Republikeinen hard nodig hebben: jong en energiek. Maar wat zitten die bloeddorstige wolven van de linkse pers haar op de nek – ze hebben nu zelfs haar emailbox gekraakt en persoonlijke berichten en familiefoto’s op het web gezet. Schande! Zoiets zou zelfs de Nederlandse NPS niet doen!
Het wachten is op de grote debatten tussen Obama en McCain: op 26 september aan de universiteit van Mississippi, op 7 oktober in Nashville en op 15 oktober in Hempstead. Maar iedereen in Hillegersberg is het er eigenlijk wel over eens dat die debatten waarschijnlijk niet zo heel belangrijk zijn. Aanhangers van McCain zullen zeggen dat hij gewonnen heeft, en Democraten zullen hetzelfde van Obama zeggen. Beslissend wordt waarschijnlijk het debat dat Sarah Palin op 2 oktober aan Washington University in St. Louis met Joe Biden aangaat. Daar zal het verschil worden gemaakt. Stralende ogen, men kan niet wachten.
Ik heb een fantastische avond gehad, daar in Hillegersberg. En het moet laat geworden zijn. Van de rit naar huis kan ik me niets meer herinneren.
*) Deze column is eerder verschenen op de website van de NOS.
Showing posts with label rechts. Show all posts
Showing posts with label rechts. Show all posts
19.9.08
9.4.08
Open brief aan Rita Verdonk
Geachte mevrouw Verdonk,
U en ik kennen elkaar niet persoonlijk, ik weet ook niet waar u woont en waarmee u zich de laatste dagen onledig hebt gehouden, maar toen ik dit weekeinde over een map met knipsels over de lancering van uw nieuwe beweging gebogen zat, stelde ik mij ineens zo voor dat u met uw mannen ook met zo’n map op uw schoot zat, en dat het bij u thuis een vrolijke boel was. Toen u met Ed en Kay op de gebeurtenissen van de voorafgaande dagen terugblikte, hebt u met elkaar geconcludeerd – zo stel ik mij voor – dat het Amerikaanse feestje in de Amsterdamse Passenger Terminal een groot succes was geweest, voorafgegaan en gevolgd door dagenlange gratis publiciteit. U was veel op televisie en de kranten en bladen stonden vol van u.
Maar ik denk dat dat niet de enige reden van uw vrolijkheid is geweest. Ik vermoed zo maar dat u zich met uw adviseurs vooral ook vrolijk hebt gemaakt over al die politicologen en journalisten die er – zes jaar na Fortuyn - nog steeds niets van begrijpen. In hun wereldbeeld had Geert Wilders in november 2006 naar Israël moeten emigreren. Maar hij won negen zetels. In hun wereldbeeld had u, nadat u de strijd om het leiderschap van de VVD van Mark Rutte had verloren, in de vergetelheid moeten wegzinken. Maar kijk, daar staat u ineens, geposteerd achter het roer van het schip van staat, ondanks een val van de keldertrap want een vrouw als u doet natuurlijk gewoon zelf de was, en u wordt door een grote menigte toegejuicht.
Kort voor de verkiezingen van november 2006 verscheen er een dikke bundel met wetenschappelijke studies over de ‘conservatieve onderstroom in de Lage Landen’. Dat boek had als titel Ruimte op rechts?, en de teneur ervan was dat er helemaal geen gat op de politieke rechterflank bestond. Wat een opluchting! Geert Wilders stond op één zetel in de peilingen, EénNL van Marco Pastors en Joost Eerdmans op 0,6 procent en de Lijst Vijf Fortuyn op 0,3 procent. Het gat van Fortuyn was een muizengaatje geworden. Er was geen enkele behoefte aan een nieuwe rechtse partij, de conservatieve kiezer was dik tevreden met het bestaande aanbod, zij stemden op CDA, VVD, SGP of ChristenUnie, en op rechts was er alleen nog ruimte voor wat ‘conservatief kruimelwerk’.
(Ik citeer uit een bijdrage van Joop van Holsteyn, die in Leiden hoogleraar in de Politieke Wetenschappen is, en er voor wordt betaald om verstand van dit soort zaken te hebben.)
In de peilingen van het afgelopen weekeinde staat uw TON op 22 tot 25 zetels en Geert Wilders op 18 zetels. De grote middenpartijen - CDA (31), PvdA (22) en VVD (13) - hebben nu samen 66 zetels: een nieuw diepterecord. Ook die dertien zetels van de VVD zijn een dieptepunt. Slechts 37 procent van de kiezers die in 2006 op de VVD stemde, wil dat nu weer doen; 40 procent van die kiezers stapt over op u. Door de electorale vlucht naar de flanken dreigt ons land ‘onregeerbaar’ te worden, zeggen journalisten en politici. Daarom worden alle echte problemen naar voren geschoven, want als ze iets niet willen, dan is het gedoe, geruzie en onenigheid. Daar komen maar verkiezingen van. Het woord ‘Weimar’ is de adequate metafoor voor deze situatie, maar dat woord mag je niet gebruiken want je zou er alleen maar iets mee oproepen. Als je in Nederland iets benoemt, word je er altijd van beschuldigd iets ‘op te roepen’, terwijl je het zo maar van de straat kunt oprapen.
Journalisten gaan prat op de onafhankelijkheid die de ontzuiling hen zou hebben gebracht. Maar in feite hebben zij hun oude afhankelijkheid van partij en kerk alleen maar voor een nieuwe ingeruild: voor die van het systeem, de macht als zodanig. Daarom hebben ze ook zo’n hekel aan nieuwkomers. Daarom hebben ze met vereende krachten Fortuyn eerst doodgezwegen, daarna gedemoniseerd, en pas toen hij doodgeschoten was, hebben ze geschreven dat de ‘frisse wind’ die hij door de Haagse kaasstolp had laten waaien, zo’n zegen was geweest. Exit Fortuyn en zijn erfenis.
In die geest heeft Jan Tromp van de Volkskrant afgelopen zaterdag een schrikbeeld opgeroepen van ‘het land van Rita’. Hij typeert u als ‘ophaaldienst van verlangens en eisen’, en onder uw minister-presidentschap resulteert dat in een land met zesbaans snelwegen, gratis openbaar vervoer, de doodstraf voor zeer ernstige misdaden als moord, verkrachting en terrorisme, een straatverbod voor boerka’s, een bouwverbod voor nieuwe moskeeën, een verbod op huwelijksmigratie, een halvering van de btw en het aantal ambtenaren en een verbod op softdrugs. En dat alles wordt gebracht op een toon alsof de Hunnen het hier voor het zeggen gaan krijgen, als het aan u ligt.
Wat mij vooral heeft verbaasd – en wat u plezier moet hebben gedaan, omdat het nu eenmaal beter is om bepaalde misverstanden bij de pers te laten bestaan, want dan kunt u gewoon uw gang blijven gaan – is de rare, incorrecte typering van het soort kiezer dat u zou aantrekken. Dat zouden boze, blanke mannen zijn, verongelijkte 50-plussers, de achterblijvers, die via de politiek wraak willen nemen op het leven dat hen zoveel mislukkingen en teleurstellingen heeft gebracht. Dat klopt niet met de beelden en foto’s van de mensen die vorige week donderdag op uw feestje waren.
Toen Geert Wilders met de VVD had gebroken, in september 2004, trad hij ruim een half jaar later, in de lente van 2005, voor het eerst met een publieke speech naar buiten. Dat was in een Rotterdamse jachthaven, voor een groot gehoor dat vooral uit zakenmensen bestond. Hij werd enthousiast ontvangen en haalde die avond veel geld op. Een jaar later sprak hij weer voor een groep Rotterdamse ondernemers, in restaurant Old Dutch (!) aan de Rochussenstraat. Er waren toen veel minder mensen, de reacties op zijn speech waren kritisch, en hij kreeg bitter weinig geld mee. De kritiek van deze mensen bestond uit twee punten: dat hij niet met anderen (zoals Marco Pastors) wilde samenwerken en dat hij het altijd en eeuwig over de islam had.
Met andere woorden: de twee groepen die Pim Fortuyn nog aan zich had weten te binden – de nieuwe ondernemers en de autochtonen uit de achterstandswijken (grof gezegd) – hebben zich nu over u en Wilders verdeeld. Uw kiezers zijn geen chagrijnig knorrende mannen, maar mensen die de ruimte willen hebben om hun vleugels uit te slaan, en daarom niet in de file willen staan, geen last willen hebben van anderen, en zeker niet van minderheden die een bedreiging voor hun vrijheid zouden vormen.
Anders dan Wilders bent u er ook in geslaagd in te breken bij lokale VVD-politici, en oefent u grote aantrekkingskracht uit op plaatselijke politici die nu nog onder de vlag van Leefbaar Nederland of de LPF opereren. Ook dat is een teken aan de wand voor de vertegenwoordigers van de oudere politieke partijen.
Met dit alles vormt u momenteel de grootste bedreiging voor het Haagse establishment van politici en journalisten. Dat is een forse streep door de rekening, want zij leken zo succesvol op weg naar een restauratie van het Nederland van vóór Pim Fortuyn. Zelfs het koninklijk huis werd voor die agenda ingezet. Wilders’ Fitna en het daarop volgende Kamerdebat hebben echter onmiskenbaar duidelijk maakte dat er een zwart gat gaapt in de Nederlandse politiek. Tussen Wilders en de rest zit helemaal niets. Het is het radicalisme van de één versus de onmacht van de anderen, de fiere verbetenheid van Wilders versus het bijna aandoenlijke gestuntel van een doodnerveuze Pieter van Geel. Via ‘uitzending gemist’ heeft u het ongetwijfeld met plezier aangezien.
Maar de vraag waarover ik het met u zou willen hebben, is of u dat zwarte gat in Den Haag kunt gaan opvullen.
Laten we om te beginnen één ding afspreken: laten we uw beweging niet ‘conservatief’ noemen. Dat woord lijkt me sowieso een etiket dat u graag vermijdt. En terecht. De achterban van een conservatieve beweging bestaat in landen als de Verenigde Staten altijd uit een bundeling van drie verschillende groepen burgers: van ‘haviken’ (die de totalitaire ideologie van de politieke islam net zo’n groot kwaad achten als het inmiddels overwonnen fascisme en communisme), van libertariërs (die in de overheid geen oplosser van problemen maar een onderdeel van het probleem zien) en van traditioneel, behoudend denkende en levende mensen, al dan niet gelovig. Christelijke mensen zijn er rechts, en rechtse mensen niet antireligieus. Zij begrijpen dat belangrijke instituties als de democratische rechtsstaat en de vrije markt een cultureel fundament nodig hebben, en dat de deugden die dat fundament vormen in niet onbelangrijke mate door gelovige mensen worden aangedragen. (Uw, naar eigen zeggen, grote voorbeeld Frits Bolkestein had het hier vaak over.) Dat wordt dus niets in Nederland, vooralsnog, waar christelijke mensen in negen van de tien gevallen links en politiekcorrect zijn en rechtse liberalen veelal antireligieus. Nederlandse conservatieven hebben momenteel dus niets in de politiek te zoeken; ze kunnen hooguit de analyses en ideeën aandragen waarmee een volgende generatie desgewenst zijn winst kan doen.
Nieuwsgierig naar uw intellectuele leidslieden, heeft men u eens gevraagd welke schrijvers er op uw nachtkastje lagen. ‘Thorbecke!’, antwoordde u, goed-liberaal als u toen nog wilde zijn. Dat leverde u de nodige hoon op, want de boeken van Thorbecke zouden helemaal niet op een nachtkastje passen en u zou uzelf dus als een intellectuele nitwit hebben ontmaskerd. Dat is natuurlijk onzin, want een bundel als Thorbecke en de wording van de Nederlandse natie is voor het slapengaan heel gemakkelijk in de hand te houden. Maar dat boek lijkt mij niet het soort proza te bevatten dat u nog even uit uw slaap kan houden.
Rousseau kan dat denk ik wel. Hij is de revolutionaire denker wiens gedachtegoed u zich volledig eigen lijkt te hebben gemaakt, in ieder geval zijn ideeën over volkssoevereiniteit en de volkswil. Volgens Rousseau ligt er, zoals u weet, een sociaal contract aan de samenleving ten grondslag: de mythe dat individuen in een soort natuurstaat uit eigenbelang hebben besloten om bepaalde individuele rechten op te geven en zich te onderwerpen aan een sociale orde. Wat binnen die orde mag en niet mag wordt bepaald door de soevereine wil, die bij Rousseau de uitdrukking is van de wil van de meerderheid van het volk. Ieder individu moet zich aan die volkswil als de hoogste autoriteit onderwerpen, en als hij dat niet wil moet hij ‘gedwongen worden om vrij te zijn’. Rousseau had dan ook veel sympathie voor de profeet Mohammed, wiens ‘gezonde denkbeelden’ immers een ‘staatsinrichting met een hechte samenhang’, een ‘perfecte eenheid’ garandeerden.
De Nederlandse democratische rechtsstaat is niet gebaseerd op het principe van de volkssoevereiniteit. De volkswil kan immers gemakkelijk leiden tot een tirannie van de meerderheid, die – bovendien – nogal wispelturig kan zijn en morgen kan herroepen wat vandaag nog heilig is verklaard. Daarom hebben wij een Grondwet met een opsomming van klassieke rechten en vrijheden die minderheden tegen de willekeur van toevallige meerderheden in bescherming neemt.
Over ‘de basis’ van uw beweging hebt u geen onduidelijkheid laten bestaan. ‘Ik luister naar het volk. De meerderheid beslist. Dat is democratie.’ En hoe die meerderheid erover denkt, gaat u via een eigen wiki-website vastleggen.
Als populistisch breekijzer in een politieke wereld die zich van de samenleving heeft vervreemd en geïsoleerd, klinkt dat nog aardig. De conservatieve journalist Bill Buckley zei het op zijn manier: we worden liever geregeerd door de eerste honderd namen uit het telefoonboek van Boston dan door de geleerde leden van de faculteit politicologie van de universiteit van Harvard. Maar als principe deugt uw ‘basis’ niet: het is op een gevaarlijke manier revolutionair. Al die concrete standpunten die de Volkskrant bij elkaar geënquêteerd heeft, interesseren mij niet zo. Waar het mij om gaat, is dat u zich als volkstribuun opwerpt als de woordvoerder van de massa wiens wil voor u wet is, of moet worden, en dat minderheden zich maar hebben te schikken.
Deze ‘basis’ leidt bij u nu al tot een zekere verblinding. Alhoewel u in uw vriendin en ‘medium’ Liesbeth van Dijk uw eigen Madame Blavatsky hebt gevonden, presenteert u zich niet als een gelovige. Er is echter een probleem: ongelovigen geloven alles. Zo gelooft u zelfs dat ‘een christelijke minderheid’ de rest van de Nederlanders haar wil wil opleggen door het winkelen op zondag te willen beperken. Maar de winkeltijdenwet dateert uit 1996, uit de hoogtijdagen van paars, toen de VVD met de PvdA en D66 regeerde, en bepaalt dat winkels op twaalf zondagen per jaar open mogen zijn. Wat het huidige kabinet nu doet, is het misbruik van bepaalde uitzonderingsbepalingen tegengaan. Het gedogen van dat misbruik lijkt me ook niets voor u. Regels zijn immers regels?
Bij het lezen van zo’n sneer naar een minderheid die een bedreiging zou vormen voor ‘vrijheden in het algemeen’, moet ik denken aan een vrouwspersoon die de belichaming vormde van Rousseau’s denkbeelden: Marianne, het symbool van de Franse Revolutie en de laïcistische natie, die gewapend met de fasces lictoriae, de bundel roedes die in het oude Rome de autoriteit en eenheid van de staat symboliseerde, de triomftocht van de Franse Republiek verbeeldt.
Door de verbinding die u wilt aanbrengen tussen u zelf als de eigentijdse Marianne met de fasces en de wil van de massa, dreigt u de overgang van democratie naar ochlocratie te gaan voltrekken. Wat ik daarmee bedoel is het volgende.
Klassieke politieke denkers als Aristoteles en Polybios hebben vastgesteld dat er in principe drie regeringsvormen zijn: monarchie (de regering door één persoon), aristocratie (de regering door een kleine groep vooraanstanden) en democratie (de regering door allen). Maar al die vormen kunnen ontaarden. Monarchie slaat dan om in dictatuur, aristocratie in oligarchie (de regering door enkele bevoorrechten), democratie in ochlocratie – dat wil zeggen, in een democratie regeert niet het volk, maar de redeloze massa, die niet met autoriteit wordt verheven maar naar de mond wordt gepraat. De voorwaarden voor een goed functionerende democratie gaan dan ontbreken – dat culturele fundament waar uw grote voorbeeld Frits Bolkestein het altijd over had – en het enige dat overblijft is het ideaal van de ongebreidelde vrijheid om te doen wat men wil en daarvoor maximale ruimte op te eisen, zonder rekening met anderen te houden. Als mijn voorgevoelens mij niet bedriegen, gaat u zich opwerpen als de volkstribuun die dat ideaal werkelijkheid wil maken. U maakt daarbij een grote erotische fout: als meisje dat graag aan de man wil, verklaart u zich bereid alles te doen om hem te behagen. Ik meen te weten dat mannen dat maar eventjes leuk vinden.
Maar dat is nog niet het einde van het verhaal. Want volgens de beproefde theorieën van de zojuist genoemde politieke denkers, vloeit daaruit een chaos voort die het volk opnieuw om een Grote Leider zal doen roepen. Het volk heeft nooit genoeg aan één IJzeren Rita. Het ijzer kan altijd nog harder.
Met de denkbeelden zoals u die tot nog toe hebt ontvouwd, mevrouw, is de democratie bij u niet in goede handen – ondanks alle schijn van het tegendeel. Bij u verwordt zij tot een ochlocratische tirannie van de meerderheid.
In het nieuwe boek van Paul Scheffer – het door u misprezen Land van aankomst – staat een belangrijk citaat van Manuel Castells, een Spaans socioloog. ‘Tegenover elkaar staan een kosmopolitische elite, die in dagelijkse verbinding staat met de gehele wereld, en een tribalisme van lokale gemeenschappen die zich terugtrekken in hun eigen ruimte als een laatste verweer tegen de macrokrachten die buiten hun greep hun leven bepalen.’ Ik deel uw verzet tegen die kosmopolitische elite, maar ben bang dat al die gewone mensen die de slippen van uw jas aangrijpen als hun ‘laatste verweer’ tegen alle bedreigingen die zij op zich af zien komen, bedrogen zullen uitkomen. U gaat een verantwoordelijkheid aan waartoe u net zo min bent toegerust als degenen die u bestrijdt. Dat wilde ik gezegd hebben.
[Opinio II-15 (11 april 2008)]
U en ik kennen elkaar niet persoonlijk, ik weet ook niet waar u woont en waarmee u zich de laatste dagen onledig hebt gehouden, maar toen ik dit weekeinde over een map met knipsels over de lancering van uw nieuwe beweging gebogen zat, stelde ik mij ineens zo voor dat u met uw mannen ook met zo’n map op uw schoot zat, en dat het bij u thuis een vrolijke boel was. Toen u met Ed en Kay op de gebeurtenissen van de voorafgaande dagen terugblikte, hebt u met elkaar geconcludeerd – zo stel ik mij voor – dat het Amerikaanse feestje in de Amsterdamse Passenger Terminal een groot succes was geweest, voorafgegaan en gevolgd door dagenlange gratis publiciteit. U was veel op televisie en de kranten en bladen stonden vol van u.
Maar ik denk dat dat niet de enige reden van uw vrolijkheid is geweest. Ik vermoed zo maar dat u zich met uw adviseurs vooral ook vrolijk hebt gemaakt over al die politicologen en journalisten die er – zes jaar na Fortuyn - nog steeds niets van begrijpen. In hun wereldbeeld had Geert Wilders in november 2006 naar Israël moeten emigreren. Maar hij won negen zetels. In hun wereldbeeld had u, nadat u de strijd om het leiderschap van de VVD van Mark Rutte had verloren, in de vergetelheid moeten wegzinken. Maar kijk, daar staat u ineens, geposteerd achter het roer van het schip van staat, ondanks een val van de keldertrap want een vrouw als u doet natuurlijk gewoon zelf de was, en u wordt door een grote menigte toegejuicht.
Kort voor de verkiezingen van november 2006 verscheen er een dikke bundel met wetenschappelijke studies over de ‘conservatieve onderstroom in de Lage Landen’. Dat boek had als titel Ruimte op rechts?, en de teneur ervan was dat er helemaal geen gat op de politieke rechterflank bestond. Wat een opluchting! Geert Wilders stond op één zetel in de peilingen, EénNL van Marco Pastors en Joost Eerdmans op 0,6 procent en de Lijst Vijf Fortuyn op 0,3 procent. Het gat van Fortuyn was een muizengaatje geworden. Er was geen enkele behoefte aan een nieuwe rechtse partij, de conservatieve kiezer was dik tevreden met het bestaande aanbod, zij stemden op CDA, VVD, SGP of ChristenUnie, en op rechts was er alleen nog ruimte voor wat ‘conservatief kruimelwerk’.
(Ik citeer uit een bijdrage van Joop van Holsteyn, die in Leiden hoogleraar in de Politieke Wetenschappen is, en er voor wordt betaald om verstand van dit soort zaken te hebben.)
In de peilingen van het afgelopen weekeinde staat uw TON op 22 tot 25 zetels en Geert Wilders op 18 zetels. De grote middenpartijen - CDA (31), PvdA (22) en VVD (13) - hebben nu samen 66 zetels: een nieuw diepterecord. Ook die dertien zetels van de VVD zijn een dieptepunt. Slechts 37 procent van de kiezers die in 2006 op de VVD stemde, wil dat nu weer doen; 40 procent van die kiezers stapt over op u. Door de electorale vlucht naar de flanken dreigt ons land ‘onregeerbaar’ te worden, zeggen journalisten en politici. Daarom worden alle echte problemen naar voren geschoven, want als ze iets niet willen, dan is het gedoe, geruzie en onenigheid. Daar komen maar verkiezingen van. Het woord ‘Weimar’ is de adequate metafoor voor deze situatie, maar dat woord mag je niet gebruiken want je zou er alleen maar iets mee oproepen. Als je in Nederland iets benoemt, word je er altijd van beschuldigd iets ‘op te roepen’, terwijl je het zo maar van de straat kunt oprapen.
Journalisten gaan prat op de onafhankelijkheid die de ontzuiling hen zou hebben gebracht. Maar in feite hebben zij hun oude afhankelijkheid van partij en kerk alleen maar voor een nieuwe ingeruild: voor die van het systeem, de macht als zodanig. Daarom hebben ze ook zo’n hekel aan nieuwkomers. Daarom hebben ze met vereende krachten Fortuyn eerst doodgezwegen, daarna gedemoniseerd, en pas toen hij doodgeschoten was, hebben ze geschreven dat de ‘frisse wind’ die hij door de Haagse kaasstolp had laten waaien, zo’n zegen was geweest. Exit Fortuyn en zijn erfenis.
In die geest heeft Jan Tromp van de Volkskrant afgelopen zaterdag een schrikbeeld opgeroepen van ‘het land van Rita’. Hij typeert u als ‘ophaaldienst van verlangens en eisen’, en onder uw minister-presidentschap resulteert dat in een land met zesbaans snelwegen, gratis openbaar vervoer, de doodstraf voor zeer ernstige misdaden als moord, verkrachting en terrorisme, een straatverbod voor boerka’s, een bouwverbod voor nieuwe moskeeën, een verbod op huwelijksmigratie, een halvering van de btw en het aantal ambtenaren en een verbod op softdrugs. En dat alles wordt gebracht op een toon alsof de Hunnen het hier voor het zeggen gaan krijgen, als het aan u ligt.
Wat mij vooral heeft verbaasd – en wat u plezier moet hebben gedaan, omdat het nu eenmaal beter is om bepaalde misverstanden bij de pers te laten bestaan, want dan kunt u gewoon uw gang blijven gaan – is de rare, incorrecte typering van het soort kiezer dat u zou aantrekken. Dat zouden boze, blanke mannen zijn, verongelijkte 50-plussers, de achterblijvers, die via de politiek wraak willen nemen op het leven dat hen zoveel mislukkingen en teleurstellingen heeft gebracht. Dat klopt niet met de beelden en foto’s van de mensen die vorige week donderdag op uw feestje waren.
Toen Geert Wilders met de VVD had gebroken, in september 2004, trad hij ruim een half jaar later, in de lente van 2005, voor het eerst met een publieke speech naar buiten. Dat was in een Rotterdamse jachthaven, voor een groot gehoor dat vooral uit zakenmensen bestond. Hij werd enthousiast ontvangen en haalde die avond veel geld op. Een jaar later sprak hij weer voor een groep Rotterdamse ondernemers, in restaurant Old Dutch (!) aan de Rochussenstraat. Er waren toen veel minder mensen, de reacties op zijn speech waren kritisch, en hij kreeg bitter weinig geld mee. De kritiek van deze mensen bestond uit twee punten: dat hij niet met anderen (zoals Marco Pastors) wilde samenwerken en dat hij het altijd en eeuwig over de islam had.
Met andere woorden: de twee groepen die Pim Fortuyn nog aan zich had weten te binden – de nieuwe ondernemers en de autochtonen uit de achterstandswijken (grof gezegd) – hebben zich nu over u en Wilders verdeeld. Uw kiezers zijn geen chagrijnig knorrende mannen, maar mensen die de ruimte willen hebben om hun vleugels uit te slaan, en daarom niet in de file willen staan, geen last willen hebben van anderen, en zeker niet van minderheden die een bedreiging voor hun vrijheid zouden vormen.
Anders dan Wilders bent u er ook in geslaagd in te breken bij lokale VVD-politici, en oefent u grote aantrekkingskracht uit op plaatselijke politici die nu nog onder de vlag van Leefbaar Nederland of de LPF opereren. Ook dat is een teken aan de wand voor de vertegenwoordigers van de oudere politieke partijen.
Met dit alles vormt u momenteel de grootste bedreiging voor het Haagse establishment van politici en journalisten. Dat is een forse streep door de rekening, want zij leken zo succesvol op weg naar een restauratie van het Nederland van vóór Pim Fortuyn. Zelfs het koninklijk huis werd voor die agenda ingezet. Wilders’ Fitna en het daarop volgende Kamerdebat hebben echter onmiskenbaar duidelijk maakte dat er een zwart gat gaapt in de Nederlandse politiek. Tussen Wilders en de rest zit helemaal niets. Het is het radicalisme van de één versus de onmacht van de anderen, de fiere verbetenheid van Wilders versus het bijna aandoenlijke gestuntel van een doodnerveuze Pieter van Geel. Via ‘uitzending gemist’ heeft u het ongetwijfeld met plezier aangezien.
Maar de vraag waarover ik het met u zou willen hebben, is of u dat zwarte gat in Den Haag kunt gaan opvullen.
Laten we om te beginnen één ding afspreken: laten we uw beweging niet ‘conservatief’ noemen. Dat woord lijkt me sowieso een etiket dat u graag vermijdt. En terecht. De achterban van een conservatieve beweging bestaat in landen als de Verenigde Staten altijd uit een bundeling van drie verschillende groepen burgers: van ‘haviken’ (die de totalitaire ideologie van de politieke islam net zo’n groot kwaad achten als het inmiddels overwonnen fascisme en communisme), van libertariërs (die in de overheid geen oplosser van problemen maar een onderdeel van het probleem zien) en van traditioneel, behoudend denkende en levende mensen, al dan niet gelovig. Christelijke mensen zijn er rechts, en rechtse mensen niet antireligieus. Zij begrijpen dat belangrijke instituties als de democratische rechtsstaat en de vrije markt een cultureel fundament nodig hebben, en dat de deugden die dat fundament vormen in niet onbelangrijke mate door gelovige mensen worden aangedragen. (Uw, naar eigen zeggen, grote voorbeeld Frits Bolkestein had het hier vaak over.) Dat wordt dus niets in Nederland, vooralsnog, waar christelijke mensen in negen van de tien gevallen links en politiekcorrect zijn en rechtse liberalen veelal antireligieus. Nederlandse conservatieven hebben momenteel dus niets in de politiek te zoeken; ze kunnen hooguit de analyses en ideeën aandragen waarmee een volgende generatie desgewenst zijn winst kan doen.
Nieuwsgierig naar uw intellectuele leidslieden, heeft men u eens gevraagd welke schrijvers er op uw nachtkastje lagen. ‘Thorbecke!’, antwoordde u, goed-liberaal als u toen nog wilde zijn. Dat leverde u de nodige hoon op, want de boeken van Thorbecke zouden helemaal niet op een nachtkastje passen en u zou uzelf dus als een intellectuele nitwit hebben ontmaskerd. Dat is natuurlijk onzin, want een bundel als Thorbecke en de wording van de Nederlandse natie is voor het slapengaan heel gemakkelijk in de hand te houden. Maar dat boek lijkt mij niet het soort proza te bevatten dat u nog even uit uw slaap kan houden.
Rousseau kan dat denk ik wel. Hij is de revolutionaire denker wiens gedachtegoed u zich volledig eigen lijkt te hebben gemaakt, in ieder geval zijn ideeën over volkssoevereiniteit en de volkswil. Volgens Rousseau ligt er, zoals u weet, een sociaal contract aan de samenleving ten grondslag: de mythe dat individuen in een soort natuurstaat uit eigenbelang hebben besloten om bepaalde individuele rechten op te geven en zich te onderwerpen aan een sociale orde. Wat binnen die orde mag en niet mag wordt bepaald door de soevereine wil, die bij Rousseau de uitdrukking is van de wil van de meerderheid van het volk. Ieder individu moet zich aan die volkswil als de hoogste autoriteit onderwerpen, en als hij dat niet wil moet hij ‘gedwongen worden om vrij te zijn’. Rousseau had dan ook veel sympathie voor de profeet Mohammed, wiens ‘gezonde denkbeelden’ immers een ‘staatsinrichting met een hechte samenhang’, een ‘perfecte eenheid’ garandeerden.
De Nederlandse democratische rechtsstaat is niet gebaseerd op het principe van de volkssoevereiniteit. De volkswil kan immers gemakkelijk leiden tot een tirannie van de meerderheid, die – bovendien – nogal wispelturig kan zijn en morgen kan herroepen wat vandaag nog heilig is verklaard. Daarom hebben wij een Grondwet met een opsomming van klassieke rechten en vrijheden die minderheden tegen de willekeur van toevallige meerderheden in bescherming neemt.
Over ‘de basis’ van uw beweging hebt u geen onduidelijkheid laten bestaan. ‘Ik luister naar het volk. De meerderheid beslist. Dat is democratie.’ En hoe die meerderheid erover denkt, gaat u via een eigen wiki-website vastleggen.
Als populistisch breekijzer in een politieke wereld die zich van de samenleving heeft vervreemd en geïsoleerd, klinkt dat nog aardig. De conservatieve journalist Bill Buckley zei het op zijn manier: we worden liever geregeerd door de eerste honderd namen uit het telefoonboek van Boston dan door de geleerde leden van de faculteit politicologie van de universiteit van Harvard. Maar als principe deugt uw ‘basis’ niet: het is op een gevaarlijke manier revolutionair. Al die concrete standpunten die de Volkskrant bij elkaar geënquêteerd heeft, interesseren mij niet zo. Waar het mij om gaat, is dat u zich als volkstribuun opwerpt als de woordvoerder van de massa wiens wil voor u wet is, of moet worden, en dat minderheden zich maar hebben te schikken.
Deze ‘basis’ leidt bij u nu al tot een zekere verblinding. Alhoewel u in uw vriendin en ‘medium’ Liesbeth van Dijk uw eigen Madame Blavatsky hebt gevonden, presenteert u zich niet als een gelovige. Er is echter een probleem: ongelovigen geloven alles. Zo gelooft u zelfs dat ‘een christelijke minderheid’ de rest van de Nederlanders haar wil wil opleggen door het winkelen op zondag te willen beperken. Maar de winkeltijdenwet dateert uit 1996, uit de hoogtijdagen van paars, toen de VVD met de PvdA en D66 regeerde, en bepaalt dat winkels op twaalf zondagen per jaar open mogen zijn. Wat het huidige kabinet nu doet, is het misbruik van bepaalde uitzonderingsbepalingen tegengaan. Het gedogen van dat misbruik lijkt me ook niets voor u. Regels zijn immers regels?
Bij het lezen van zo’n sneer naar een minderheid die een bedreiging zou vormen voor ‘vrijheden in het algemeen’, moet ik denken aan een vrouwspersoon die de belichaming vormde van Rousseau’s denkbeelden: Marianne, het symbool van de Franse Revolutie en de laïcistische natie, die gewapend met de fasces lictoriae, de bundel roedes die in het oude Rome de autoriteit en eenheid van de staat symboliseerde, de triomftocht van de Franse Republiek verbeeldt.
Door de verbinding die u wilt aanbrengen tussen u zelf als de eigentijdse Marianne met de fasces en de wil van de massa, dreigt u de overgang van democratie naar ochlocratie te gaan voltrekken. Wat ik daarmee bedoel is het volgende.
Klassieke politieke denkers als Aristoteles en Polybios hebben vastgesteld dat er in principe drie regeringsvormen zijn: monarchie (de regering door één persoon), aristocratie (de regering door een kleine groep vooraanstanden) en democratie (de regering door allen). Maar al die vormen kunnen ontaarden. Monarchie slaat dan om in dictatuur, aristocratie in oligarchie (de regering door enkele bevoorrechten), democratie in ochlocratie – dat wil zeggen, in een democratie regeert niet het volk, maar de redeloze massa, die niet met autoriteit wordt verheven maar naar de mond wordt gepraat. De voorwaarden voor een goed functionerende democratie gaan dan ontbreken – dat culturele fundament waar uw grote voorbeeld Frits Bolkestein het altijd over had – en het enige dat overblijft is het ideaal van de ongebreidelde vrijheid om te doen wat men wil en daarvoor maximale ruimte op te eisen, zonder rekening met anderen te houden. Als mijn voorgevoelens mij niet bedriegen, gaat u zich opwerpen als de volkstribuun die dat ideaal werkelijkheid wil maken. U maakt daarbij een grote erotische fout: als meisje dat graag aan de man wil, verklaart u zich bereid alles te doen om hem te behagen. Ik meen te weten dat mannen dat maar eventjes leuk vinden.
Maar dat is nog niet het einde van het verhaal. Want volgens de beproefde theorieën van de zojuist genoemde politieke denkers, vloeit daaruit een chaos voort die het volk opnieuw om een Grote Leider zal doen roepen. Het volk heeft nooit genoeg aan één IJzeren Rita. Het ijzer kan altijd nog harder.
Met de denkbeelden zoals u die tot nog toe hebt ontvouwd, mevrouw, is de democratie bij u niet in goede handen – ondanks alle schijn van het tegendeel. Bij u verwordt zij tot een ochlocratische tirannie van de meerderheid.
In het nieuwe boek van Paul Scheffer – het door u misprezen Land van aankomst – staat een belangrijk citaat van Manuel Castells, een Spaans socioloog. ‘Tegenover elkaar staan een kosmopolitische elite, die in dagelijkse verbinding staat met de gehele wereld, en een tribalisme van lokale gemeenschappen die zich terugtrekken in hun eigen ruimte als een laatste verweer tegen de macrokrachten die buiten hun greep hun leven bepalen.’ Ik deel uw verzet tegen die kosmopolitische elite, maar ben bang dat al die gewone mensen die de slippen van uw jas aangrijpen als hun ‘laatste verweer’ tegen alle bedreigingen die zij op zich af zien komen, bedrogen zullen uitkomen. U gaat een verantwoordelijkheid aan waartoe u net zo min bent toegerust als degenen die u bestrijdt. Dat wilde ik gezegd hebben.
[Opinio II-15 (11 april 2008)]
Subscribe to:
Posts (Atom)