23.9.09

Onwetendheid regeert

Narigheid op narigheid. De kredietcrisis gaat tot een enorme werkloosheid en ruim 35 miljard aan bezuinigingen leiden. We hebben het dan alleen nog maar over de financiële crisis. Er is ook nog een wereldvoedselcrisis en een klimaatcrisis. En dan komt een emeriterende hoogleraar in de Nederlandse geschiedenis, Piet de Rooy (1944), ons vertellen dat we ook nog een ander probleem hebben. We kennen onszelf slecht.

We geloven in de mythe dat we sinds onze succesvolle Opstand tegen de Spanjaarden een voorbeeldig land zijn geweest: tolerant en vredelievend. Moedwillig hebben we onze ogen gesloten voor de religieuze twisten die onze samenleving de eeuwen door onder spanning hebben gezet. De tegenstelling tussen protestanten en katholieken heeft ons land vier eeuwen in haar greep gehouden. De dominante protestanten gingen er van uit dat katholieken op z’n minst aan een dubbele loyaliteit zouden laboreren, en hun kroostrijke gezinnen heeft hen tot diep in de vorige eeuw doen vrezen dat ze op termijn de boel zouden overnemen.

Tot de ontzuiling vanaf de jaren zestig was het publieke domein wel neutraal maar niet seculier. ‘1968’ bracht de grote omwenteling en baarde bovendien, ahistorisch als deze revolutie was, de grote onwetendheid die ons, zo voorspelde de socioloog Jacques van Doorn al in 1971, wel eens hard zou kunnen vallen. Een kwart eeuw later stelde Van Doorn vast dat de islam als ‘een rotsblok in ons vlakke religieuze landschap’ lag. ‘Wie erop bijten wil, bijt op graniet’.

Piet de Rooy, auteur van een van de meest verhelderende boeken over de Nederlandse geschiedenis (Republiek van rivaliteiten, 2002), sluit zich in de oratie waarmee hij uitgerekend op 11 september j.l. afscheid van de universiteit van Amsterdam nam, bij de observatie van Van Doorn aan. De komst van de islam heeft ons geconfronteerd met een ‘harde kwestie’ die wij ontwend waren. De schaduw van God is opnieuw over de polder gevallen, dit keer in de vorm van een exotisch geloof dat geen ruimte biedt aan modern individualisme, geen structurele scheiding tussen kerk en staat kent en zeer bevattelijk is voor geweld en politiek radicalisme.
Als gevolg van de grote vergetelheid van de afgelopen decennia weten we niet meer dat een multiculturele samenleving geen plaats ‘vol interessante ontmoetingen’ is, maar ‘een arena waarin verschillende openbaringen vechten om een plek in de openbaarheid, zo niet om de hegemonie’. Het is een kruitvat dat door de overheid nat moet worden gehouden.

Maar hoe? Een nieuwe ronde van verzuiling is onmogelijk, en zo ook de omslag naar een harde assimilatie aan een seculiere maatschappij. De Rooy suggereert dat we weer moeten leren van de (vergeten) ‘grote ervaring’ die we in Nederlands-Indië in de omgang met de islam hebben opgebouwd.

Maar hij vertelt ons niet wat die ervaring ons heeft geleerd.

De oriëntalist Christiaan Snouck Hurgronje (1857 – 1936), destijds de belangrijkste adviseur van onze regering, vermaande Nederlandse ambtenaren om zich niet in discussies over het islamitische geloof te mengen, maar altijd op hun hoede te zijn voor ideeën die in islamitische kring circuleren, de islam geen enkele gelegenheid te bieden haar ideeën naar het seculiere domein te verbreiden, de politieke islam te bestrijden en via het onderwijs voor een verwestersing van het denken te zorgen (HP/De Tijd van 6 april 2007).

Deze duidelijkheid ontbreekt helaas in het mooie boekje dat van De Rooy’s afscheidsoratie is gemaakt.

N.a.v.: Piet de Rooy, Openbaring en openbaarheid (uitgeverij Wereldbibliotheek; € 7,50)

No comments: