Ondanks – of beter: dankzij – de kredietcrisis heeft een gevoel van opluchting zich opzichtig meester gemaakt van onze politieke kaste en alle geledingen die daar omheen cirkelen. Die opluchting is ingegeven door de gedachte dat de kredietcrisis tot een geheel nieuwe discussie leidt en dat dit gunstig is voor links. De vorige discussie, dat was het langdurige en harde debat over immigratie en integratie dat de ‘ondraaglijke leegte’ van links heeft blootgelegd. Het nieuwe debat daarentegen gaat over het ‘falen’ van de markt, over de zegeningen van overheidsingrijpen en sterker staatstoezicht en toont (eindelijk weer eens) het gelijk van links aan.
In de nieuwe wereld die wij eind 2008 zijn binnengetreden maken Wilders en Verdonk plaats voor Bos en Halsema, en Cliteur en Bolkestein voor Schnabel en Pels. We gaan weer sparen in plaats van beleggen, verruilen de Hummer voor een Prius, de gloeilamp voor een spaarlamp, liberalisme voor socialisme, ABN voor Triodos, managers voor ambtenaren. We kopen geen nieuwe schoenen maar laten onze oude verzolen, smijten niet met geld in een warenhuis maar surfen over marktplaats.nl, gooien kapotte spullen niet zomaar weg maar laten die nog een keer repareren. Kortom, in de nieuwe wereld is voor de ‘rechtse heb- en spilzucht’ geen plaats meer, gaan we weer eerlijk delen en verdelen en nivelleren en ondernemers, beleggers en bankiers streng controleren. En dat lastige electoraat zal nu toch wel inzien dat het zich de luxe van het ongenoegen over de politiek niet langer kan permitteren.
Dit althans is de boodschap die we dagelijks zien, horen en lezen, op tv, radio en in kranten en weekbladen. Klopt die boodschap ook?...
Lees mijn antwoord in mijn column in de nieuwe Elsevier. Abonneren kan hier.
30.12.08
22.12.08
Het Gelijk van Links?
Vanmiddag ging ik op Radio 1 (Villa VPRO) in debat met Dick Pels (Waterlandstichting) en Femke Halsema (GroenLinks) over het vermeende 'Gelijk van Links' naar aanleiding van de kredietcrisis. De uitzending is hier nogmaals te beluisteren.
21.12.08
Karel en Ehsan
Een van de meest verheffende gebeurtenissen van dit jaar is ongetwijfeld de verschijning van de eerste twee delen van het Verzameld Werk van de geleerde en essayist Karel van het Reve (1921 – 1999). Van het Reve was, zoals bekend, hoogleraar in Leiden, maar hij schreef niet alleen een Geschiedenis van de Russische literatuur, maar ook tal van polemische artikelen over uiteenlopende zaken als het geloof in Freud en in Darwin. Belangrijker nog dan die onderwerpkeuze is de stijl waarin hij zijn stukken schreef. Van het Reve geldt terecht als een wonder van leesbaarheid. Hij schreef zo helder en eenvoudig dat iedereen warempel kon begrijpen wat hij bedoelde, en dat maakte hem voor vakgenoten vaak wat verdacht.
De kranten hebben het afgelopen weekeinde veel aandacht aan de publicatie van die eerste twee delen besteed. De zaterdagbijlage Letter & Geest van Trouw (geredigeerd door Elma Drayer, die ook bij de uitgave van Van het Reve’s Verzameld Werk betrokken is) deed dat onder andere door de herdruk van het betoog ‘Achterlijke artikelen’ dat Van het Reve in maart 1989 in het weekblad Elsevier publiceerde. Daarin fileert Van het Reve op virtuoze wijze, aldus Elma Drayer, ‘de angsthazige reacties in Nederland op de fatwa die ayatollah Khomeini in februari 1989 had uitgesproken over de schrijver Salman Rushdie. Geen goed woord heeft hij over voor het “begrip” dat de westerse wereld toen al toonde voor de lange tenen van moslimgelovigen […] Wat Karel van het Reve’s bijdrage zou zijn geweest aan het hedendaagse “volkomen dolgedraaide” integratiedebat zullen wij nimmer weten. Maar wie dit betoog leest, hoeft daar niet héél lang naar te raden.’
Bijna twintig jaar later hebben wij ondertussen niet te maken met een serieuze roman (Rushdie’s De duivelsverzen) maar na Ayaan’s Submission met twee filmpjes: die van Geert Wilders (Fitna) en van Ehsan Jami (Interview with Muhammed). Wilders benut het kerstreces om zijn film op een tournee te promoten, rondom Ehsan Jami is het inmiddels al weer stil geworden. Jami (1985) werd nationaal bekend omdat hij in Nederland een comité voor ex-moslims oprichtte. Dat leidde tot conflicten met zijn partij, de PvdA, waarvoor hij in de gemeenteraad van Voorschoten zat.
In zijn kritiek op de islam koos Jami aanvankelijk, aan de hand genomen door Wilders, voor de overtreffende trap. Mohammed was eerst een ‘crimineel’ en een ‘verschrikkelijke man’, later vergeleek hij hem met Hitler. In de film die Jami vorige week in Nieuwspoort heeft laten zien, is de toon geheel anders. Er valt heel veel negatiefs over die film te zeggen. Artistiek gezien is de film volledig mislukt. Wat al die ‘internationale kunstenaars’ die volgens Jami bij de totstandkoming van het Interview betrokken zijn geweest, de afgelopen maanden hebben zitten doen, blijft onduidelijk. De humor is onbegrijpelijk. En Jami zelf is zo vaak in beeld dat de vermoedens over zijn narcisme er niet minder van worden.
Vandaar dat de reacties tamelijk vernietigend waren. Moslimorganisaties spraken van een ‘krachteloos niemendalletje’. Anderen vergeleken de film met een protestantse catechisatie voor twaalfjarigen, ‘dat intellectuele niveau ongeveer’.
Maar kritiek op de ‘artistieke’ kwaliteit van films als Submission, Fitna en Interview is vaak een andere manier om te zeggen dat de makers ons land in gevaar brengen, niet degenen die er zo boos door worden dat ze om zich heen gaan slaan. En bovendien zit er één belangrijk element in Jami’s film: zijn poging om de oorspronkelijke boodschap van de Koran te verklaren vanuit de historische context waarin Mohammed optrad en waarin de Koran is ontstaan. Met die historische relativering zijn ook alle veranderingen in de christelijke traditie begonnen, om precies te zijn met onze landgenoot Eramus die 500 jaar geleden ontdekte dat je de oorspronkelijke tekst van de Bijbel volgens de historisch-kritische methode moet lezen. Als die hermeneutiek binnen de islam ingang vindt, geraken we een eind op de goede weg.
Wie die film van Jami zo nog eens bekijkt, en deze Kerstvakantie niet alleen benut om de prachtige Erasmustentoonstelling in het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen te bezoeken maar ook de eerste twee delen Karel van het Reve te gaan lezen, richt zich dus op activiteiten die onderling geheel logisch samenhangen en het jaar waardig afsluiten.
*) Deze column verscheen eerder in Binnenlands Bestuur.
De kranten hebben het afgelopen weekeinde veel aandacht aan de publicatie van die eerste twee delen besteed. De zaterdagbijlage Letter & Geest van Trouw (geredigeerd door Elma Drayer, die ook bij de uitgave van Van het Reve’s Verzameld Werk betrokken is) deed dat onder andere door de herdruk van het betoog ‘Achterlijke artikelen’ dat Van het Reve in maart 1989 in het weekblad Elsevier publiceerde. Daarin fileert Van het Reve op virtuoze wijze, aldus Elma Drayer, ‘de angsthazige reacties in Nederland op de fatwa die ayatollah Khomeini in februari 1989 had uitgesproken over de schrijver Salman Rushdie. Geen goed woord heeft hij over voor het “begrip” dat de westerse wereld toen al toonde voor de lange tenen van moslimgelovigen […] Wat Karel van het Reve’s bijdrage zou zijn geweest aan het hedendaagse “volkomen dolgedraaide” integratiedebat zullen wij nimmer weten. Maar wie dit betoog leest, hoeft daar niet héél lang naar te raden.’
Bijna twintig jaar later hebben wij ondertussen niet te maken met een serieuze roman (Rushdie’s De duivelsverzen) maar na Ayaan’s Submission met twee filmpjes: die van Geert Wilders (Fitna) en van Ehsan Jami (Interview with Muhammed). Wilders benut het kerstreces om zijn film op een tournee te promoten, rondom Ehsan Jami is het inmiddels al weer stil geworden. Jami (1985) werd nationaal bekend omdat hij in Nederland een comité voor ex-moslims oprichtte. Dat leidde tot conflicten met zijn partij, de PvdA, waarvoor hij in de gemeenteraad van Voorschoten zat.
In zijn kritiek op de islam koos Jami aanvankelijk, aan de hand genomen door Wilders, voor de overtreffende trap. Mohammed was eerst een ‘crimineel’ en een ‘verschrikkelijke man’, later vergeleek hij hem met Hitler. In de film die Jami vorige week in Nieuwspoort heeft laten zien, is de toon geheel anders. Er valt heel veel negatiefs over die film te zeggen. Artistiek gezien is de film volledig mislukt. Wat al die ‘internationale kunstenaars’ die volgens Jami bij de totstandkoming van het Interview betrokken zijn geweest, de afgelopen maanden hebben zitten doen, blijft onduidelijk. De humor is onbegrijpelijk. En Jami zelf is zo vaak in beeld dat de vermoedens over zijn narcisme er niet minder van worden.
Vandaar dat de reacties tamelijk vernietigend waren. Moslimorganisaties spraken van een ‘krachteloos niemendalletje’. Anderen vergeleken de film met een protestantse catechisatie voor twaalfjarigen, ‘dat intellectuele niveau ongeveer’.
Maar kritiek op de ‘artistieke’ kwaliteit van films als Submission, Fitna en Interview is vaak een andere manier om te zeggen dat de makers ons land in gevaar brengen, niet degenen die er zo boos door worden dat ze om zich heen gaan slaan. En bovendien zit er één belangrijk element in Jami’s film: zijn poging om de oorspronkelijke boodschap van de Koran te verklaren vanuit de historische context waarin Mohammed optrad en waarin de Koran is ontstaan. Met die historische relativering zijn ook alle veranderingen in de christelijke traditie begonnen, om precies te zijn met onze landgenoot Eramus die 500 jaar geleden ontdekte dat je de oorspronkelijke tekst van de Bijbel volgens de historisch-kritische methode moet lezen. Als die hermeneutiek binnen de islam ingang vindt, geraken we een eind op de goede weg.
Wie die film van Jami zo nog eens bekijkt, en deze Kerstvakantie niet alleen benut om de prachtige Erasmustentoonstelling in het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen te bezoeken maar ook de eerste twee delen Karel van het Reve te gaan lezen, richt zich dus op activiteiten die onderling geheel logisch samenhangen en het jaar waardig afsluiten.
*) Deze column verscheen eerder in Binnenlands Bestuur.
Het Gelijk van Links?
Maandagmiddag (22 december) ben ik te gast bij het VPRO-programma 'Villa VPRO' op radio 1 om met Dick Pels en Femke Halsema te debatteren over Het Gelijk van Links, naar aanleiding van de kredietcrisis.
Beluister de uitzending live op Radio 1 vanaf 15:30 uur.
Beluister de uitzending live op Radio 1 vanaf 15:30 uur.
19.12.08
Kerstcolumn
Ah, het einde van het jaar! De tijd van korte, donkere dagen en lange avonden, van kou en haardvuur, misschien wel van vorst en sneeuw, van boeken en wijn, van familiebezoek, oude tradities en andere feesten, en, als het even lijden kan, van wat vrije dagen.
Zelf ga ik dezer dagen de fantastische, naar men mij heeft verzekerd, tentoonstelling over Erasmus in museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam bezoeken.
En ook, zoals elke winter, het volledige oeuvre van J.B. Schuil herlezen. Schuil (1875-1960) is de auteur van nooit verbeterde jongensboeken met titels als De AFC’ers, De Katjangs, Rob en de stroper van Tjot- Idi en, mijn favoriet, Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen: ridderlijke boeken over voetballende jongens, eerlijk bedreven kattenkwaad, slechte rapporten, dreigende verboden door strenge vaders, ontsnappingen met lakens uit slaapkamers en overwinningen in de laatste minuten. Ik wantrouw, eerlijk gezegd, iedere man, en zeker iedere vader, die Schuil niet eens per jaar herleest. ...
Lees de rest van mijn column in het speciale Kerstnummer van Elsevier. Abonneren kan hier.
Zelf ga ik dezer dagen de fantastische, naar men mij heeft verzekerd, tentoonstelling over Erasmus in museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam bezoeken.
En ook, zoals elke winter, het volledige oeuvre van J.B. Schuil herlezen. Schuil (1875-1960) is de auteur van nooit verbeterde jongensboeken met titels als De AFC’ers, De Katjangs, Rob en de stroper van Tjot- Idi en, mijn favoriet, Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen: ridderlijke boeken over voetballende jongens, eerlijk bedreven kattenkwaad, slechte rapporten, dreigende verboden door strenge vaders, ontsnappingen met lakens uit slaapkamers en overwinningen in de laatste minuten. Ik wantrouw, eerlijk gezegd, iedere man, en zeker iedere vader, die Schuil niet eens per jaar herleest. ...
Lees de rest van mijn column in het speciale Kerstnummer van Elsevier. Abonneren kan hier.
16.12.08
Winterschool 2009
De volgende inleiding in het conservatisme voor studenten in het kader van het studentprogramma van de Edmund Burke Stichting is de eendaagse Winterschool die op 23 Januari 2009 zal plaatshebben, met docenten als Diederik Boomsma en Andreas Kinneging. Ik zal ook spreken op de Winterschool.
Thema van de Winterschool is: Conservatisme & de Westerse Beschaving. De bijeenkomst is bedoeld voor enthousiaste studenten, promovendi en recent afgestudeerden met affiniteit voor het conservatisme. Voorkennis is niet vereist. De Winterschool is vooral geschikt voor wie nooit eerder een programma in het kader van het EBS-studentprogramma heeft gevolgd. Aanmelden kan door het sturen, voor 31 december a.s., van een c.v. en een motivering naar: info@burkestichting.nl
Thema van de Winterschool is: Conservatisme & de Westerse Beschaving. De bijeenkomst is bedoeld voor enthousiaste studenten, promovendi en recent afgestudeerden met affiniteit voor het conservatisme. Voorkennis is niet vereist. De Winterschool is vooral geschikt voor wie nooit eerder een programma in het kader van het EBS-studentprogramma heeft gevolgd. Aanmelden kan door het sturen, voor 31 december a.s., van een c.v. en een motivering naar: info@burkestichting.nl
11.12.08
Gematigden
In een week waarin Ehsan Jami met zijn film over Mohammed in de publiciteit kwam en Geert Wilders aankondigde dat hij met Fitna op een internationale tournee gaat, komt ook een grote groep Marokkaanse Nederlanders bijeen, zaterdag in Utrecht. Zij willen als ‘nieuwe generatie’ en geïnspireerd door hun islamitische geloof een bijdrage leveren aan een toekomstvisie voor Nederland in 2023. Ze willen daarmee een einde maken aan de ‘negatieve spiraal van angst, wantrouwen en de waan van de dag’.
Spannend dus...
Lees de rest van mijn column in de nieuwe Elsevier. Abonneren kan hier.
Spannend dus...
Lees de rest van mijn column in de nieuwe Elsevier. Abonneren kan hier.
4.12.08
Restauratie
De Volkskrant, misschien wel de beste krant van Nederland, heeft sinds drie jaar de gewoonte iemand tot ‘de meest invloedrijke Nederlander’ uit te roepen. Evenals vorig jaar is dat dit jaar Alexander Rinnooy Kan, de 59-jarige voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Rinnooy Kan is dus niet de machtigste of de belangrijkste of de voorbeeldigste Nederlander, maar de invloedrijkste: hij is een spin in het grote netwerk van besturen, raden en commissies dat de ‘schaduwmacht’ van Nederland vormt, en voert dus de bestuurlijke elite aan. Hij zit overal aan tafel, praat overal mee, geeft raad en advies, stuurt en bestuurt, is koning van de polder.
Ik denk dat de heer Rinnooy Kan een aimabel persoon is, rustig, weloverwogen, misschien zelfs wel doordrongen van het feit dat het van belang is om je bescheiden te presenteren.
Maar tegelijkertijd zou je ook willen weten hoe zo’n man, die zoveel invloed heeft, en de vertegenwoordiger bij uitstek is van een kleine elite die nadrukkelijk een stempel op de samenleving zet – hoe zo’n man in elkaar zit, wat zijn opvattingen zijn....
Lees de rest in mijn column in de nieuwe Elsevier.
Ik denk dat de heer Rinnooy Kan een aimabel persoon is, rustig, weloverwogen, misschien zelfs wel doordrongen van het feit dat het van belang is om je bescheiden te presenteren.
Maar tegelijkertijd zou je ook willen weten hoe zo’n man, die zoveel invloed heeft, en de vertegenwoordiger bij uitstek is van een kleine elite die nadrukkelijk een stempel op de samenleving zet – hoe zo’n man in elkaar zit, wat zijn opvattingen zijn....
Lees de rest in mijn column in de nieuwe Elsevier.
26.11.08
De krant van morgen*
Een kwaliteitspers is van groot belang. Maar die moet wel echt pluriform zijn, en niet in dienst staan van een links-liberaal paternalisme.
Democratie veronderstelt, in theorie althans, mondige en kritische burgers – mensen die weten wat er speelt, zich daar een grondig oordeel over vormen en op grond daarvan (politieke) keuzes maken. Vandaar dat de media van vitaal belang zijn in een moderne samenleving: kranten, radio, tv en internet leveren immers de feiten en de opinies die burgers helpen bij hun meningsvorming. En vandaar ook het belang van een brede pers: niet alleen de opinie van een kleine groep moet publiek worden, ook die van andere groepen, van links tot rechts, moet een stem krijgen in het domein van de politieke meningsvorming.
Het is nog maar de vraag of de media, en in het bijzonder de kranten, in Nederland aan de eisen voldoen die aan haar moeten worden gesteld. Recente ontwikkelingen vormen een regelrechte bedreiging voor het voortbestaan van serieuze kwaliteitskranten, betogen althans de journalisten Warna Oosterbaan (werkzaam voor NRC Handelsblad) en Hans Wansink (politiek columnist van de Volkskrant) in een boekje dat zich laat lezen als een met ingehouden passie geschreven pamflet van twee heren die terecht trots zijn op het ambacht dat zij beoefenen en een lans breken voor de ‘professionele kwaliteitsjournalistiek’.
Fusies, teruglopende oplagen en advertentie-inkomsten, bezuinigingen en ontslagen zijn bij vrijwel alle landelijke kranten aan de orde van de dag. Dat het ze slecht gaat, heeft alles te maken met het gegeven dat zij al lang niet meer de belangrijkste leverancier van het nieuws zijn, noch het exclusieve forum voor debat en meningsvorming. Er zijn gratis kranten bijgekomen, het internet biedt talloze nieuwssites en platforms voor eindeloze discussies over van alles en nog wat, en er zijn digitale televisiekanalen bijgekomen. De krant is geen soevereine vorst meer die bepaalt wat haar lezers behoren te weten. De klant is koning geworden, en de lezers zijn kritische en assertieve consumenten geworden, zonder enige vooraf bepaalde loyaliteit.
Waarom is dit alles erg en zorgwekkend? Volgens Oosterbaan en Wansink omdat alle fusies tot een ‘minder pluriforme pers’ leiden, en omdat de druk van de markt een ‘onomkeerbare vervlakking van de journalistiek’ tot gevolg heeft. De ‘basisfuncties’ van de media komen daarmee direct in geding.
De analyse van Oosterbaan en Wansink mondt dan ook uit in een warm pleidooi voor de ‘handhaving van de klassieke functies van de journalistiek’. Zij doen daartoe zeven aanbevelingen. Kranten moeten hun journalistieke zelfvertrouwen herwinnen maar zich tegelijkertijd niet in een ivoren toren opsluiten: ze moeten een gedragscode opstellen en die door onafhankelijke ombudsmannen laten toetsen. Kranten moeten weer compacter worden en een duidelijke hiërarchische ordening in hun presentatie aanbrengen. Ze moeten tegelijkertijd vooral ook leesbaarder en toegankelijker worden en meer aan uitleg en analyse doen. Kranten moeten eigendom zijn van uitgevers die begrijpen dat een krant niet alleen een commercieel product is maar ook een cultuurdrager. Een concern als PCM (uitgever van de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw) is een ‘jammerlijke mislukking’. En kranten moeten, tot slot, investeren in de kwaliteit en omvang van hun redacties. Dat moeten centers of excellence worden.
Na lezing van dit sympathieke boekje is een plechtig ja en amen op zijn plaats. Kranten spelen als cultuurdragers een onmisbare rol in een parlementaire democratie en aan de kwaliteit van kranten, en weekbladen natuurlijk, kunnen alleen maar de hoogste kwaliteitseisen worden gesteld.
Toch valt er ook wel wat te zeuren. Uit dit boekje rijst het beeld op van een krantengeschiedenis die eigenlijk betrekkelijk eenvoudig is verlopen. Eerst waren er de kranten en omroepen die niet vrij en zelfstandig waren omdat ze onderdeel uitmaakten van een zuil. Na die ontzuiling is het een jaar of twintig, dertig goed gegaan. Redacties waren soeverein en de pers was pluriform. Toen, zo eind jaren negentig, ging het echter weer fout, door de komst van internet, de bloggers, Metro en Spits. De ontworteling die de politiek raakte, kreeg ook de journalistiek in haar greep.
Maar dit beeld klopt niet. Na de ontzuiling is de afhankelijkheid van de bestuurlijke elites van de zuil niet ingeruild voor vrijheid en onafhankelijkheid maar voor een geheel nieuw soort afhankelijkheid: van de macht als zodanig. Iedereen die het Binnenhof kent, weet dit: journalisten en Kamerleden voeren dagelijks een baltsdans met elkaar op omdat ze er alle belang bij hebben om elkaar te vriend te houden.
Dit conglomeraat van politici en journalisten heeft verhinderd dat er in Nederland ooit een werkelijk pluriforme pers is ontstaan. Zoals de politiek homogeen was, links van het midden en alleen in haar politieke correctheid radicaal, zo weerspiegelden de media deze verhoudingen. Die totale verwevenheid blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat PCM niet alleen de drie belangrijkste Nederlandse dagbladen herbergt, maar zelf grotendeels eigendom is van de Stichting Democratie en Media, dat een soort PvdA-dependance is. Bij een andere eigenaar, de Stichting de Volkskrant, benoemt de FNV twee van de acht bestuursleden.
Het was dan ook geen wonder dat alle krantenredacties werden overvallen door de opkomst van Pim Fortuyn en het hardnekkige onbehagen dat hij loswoelde. Zo goed functioneerden de media blijkbaar niet. En daarom is het ook onjuist om alleen maar de negatieve gevolgen van alle recente ontwikkelingen te benadrukken. Zonder internet, bloggers en commerciële televisie – en vooral dankzij de druk die deze nieuwe media hebben uitgeoefend – zouden de kranten waarschijnlijk nog altijd weinig van de lessen van de afgelopen jaren hebben geleerd.
Oosterbaan en Wansink bepleiten een ‘verlicht paternalisme’. Evenals Thorbecke beschouwen zij de krant als een ‘bron van algemene onderrichting’. Daarom verwerpen zij het adagium ‘u vraagt, wij draaien’, en kiezen zij voor de slogan ‘wij weten wat u moet weten’. Op zich is dat prachtig. Maar als al die journalisten die zo goed weten wat wij moeten weten allemaal links van het midden zitten, terwijl de meerderheid van de Nederlandse bevolking zich heel ergens anders ophoudt, dan wordt vroeg of laat het gemor hoorbaar. Vroeger konden de morrenden nergens heen, nu beginnen ze een eigen weblog. Er heerst in Nederland tot op de dag van vandaag een enorme hypocrisie op dit punt.
Bovendien is het slechts hier en daar dat de lessen van de Fortuynrevolte zijn geleerd. Het grote probleem is dat er nu ook in de wereld van de media een even groot zwart gat dreigt te ontstaan als in de politiek. In de politiek gaapt dat gat tussen het politieke centrum enerzijds en de geradicaliseerde vleugels anderzijds. Kerkhistoricus Henk Hagoort, voorzitter van de raad van bestuur van de publieke omroep, heeft meermalen gezegd dat de actualiteitenrubrieken van de publieke omroep zich meer moeten inspannen om de ‘buitenstaanders’, dat zijn de Telegraaflezers en aanhangers van Wilders en Verdonk, te bedienen. Ronald Sörensen loopt op dit moment op Rotterdam op straat handtekeningen te verzamelen voor een Populistische Omroep. Dat is zowel triest (omdat het nodig is) als hoopgevend (omdat het initiatief wordt genomen). Zolang kranten, radio en tv in meerderheid blijven denken dat rechts per definitie onfatsoenlijk is en daarom binnen het publieke bestel geen plaats verdient, ligt radicalisering op de loer.
Alle fraaie woorden van journalisten als Wansink en Oosterbaan ten spijt, maken zij deel uit van een wereld die een situatie creëert waarin de stem van de straat niet wordt verheven maar geëxploiteerd, zowel in de politiek als in de media.
N.a.v.: Warna Oosterbaan en Hans Wansink
De krant moet kiezen: de toekomst van de kwaliteitsjournalistiek
Prometheus € 19,95
*(eerder verschenen in HP/De Tijd)
Democratie veronderstelt, in theorie althans, mondige en kritische burgers – mensen die weten wat er speelt, zich daar een grondig oordeel over vormen en op grond daarvan (politieke) keuzes maken. Vandaar dat de media van vitaal belang zijn in een moderne samenleving: kranten, radio, tv en internet leveren immers de feiten en de opinies die burgers helpen bij hun meningsvorming. En vandaar ook het belang van een brede pers: niet alleen de opinie van een kleine groep moet publiek worden, ook die van andere groepen, van links tot rechts, moet een stem krijgen in het domein van de politieke meningsvorming.
Het is nog maar de vraag of de media, en in het bijzonder de kranten, in Nederland aan de eisen voldoen die aan haar moeten worden gesteld. Recente ontwikkelingen vormen een regelrechte bedreiging voor het voortbestaan van serieuze kwaliteitskranten, betogen althans de journalisten Warna Oosterbaan (werkzaam voor NRC Handelsblad) en Hans Wansink (politiek columnist van de Volkskrant) in een boekje dat zich laat lezen als een met ingehouden passie geschreven pamflet van twee heren die terecht trots zijn op het ambacht dat zij beoefenen en een lans breken voor de ‘professionele kwaliteitsjournalistiek’.
Fusies, teruglopende oplagen en advertentie-inkomsten, bezuinigingen en ontslagen zijn bij vrijwel alle landelijke kranten aan de orde van de dag. Dat het ze slecht gaat, heeft alles te maken met het gegeven dat zij al lang niet meer de belangrijkste leverancier van het nieuws zijn, noch het exclusieve forum voor debat en meningsvorming. Er zijn gratis kranten bijgekomen, het internet biedt talloze nieuwssites en platforms voor eindeloze discussies over van alles en nog wat, en er zijn digitale televisiekanalen bijgekomen. De krant is geen soevereine vorst meer die bepaalt wat haar lezers behoren te weten. De klant is koning geworden, en de lezers zijn kritische en assertieve consumenten geworden, zonder enige vooraf bepaalde loyaliteit.
Waarom is dit alles erg en zorgwekkend? Volgens Oosterbaan en Wansink omdat alle fusies tot een ‘minder pluriforme pers’ leiden, en omdat de druk van de markt een ‘onomkeerbare vervlakking van de journalistiek’ tot gevolg heeft. De ‘basisfuncties’ van de media komen daarmee direct in geding.
De analyse van Oosterbaan en Wansink mondt dan ook uit in een warm pleidooi voor de ‘handhaving van de klassieke functies van de journalistiek’. Zij doen daartoe zeven aanbevelingen. Kranten moeten hun journalistieke zelfvertrouwen herwinnen maar zich tegelijkertijd niet in een ivoren toren opsluiten: ze moeten een gedragscode opstellen en die door onafhankelijke ombudsmannen laten toetsen. Kranten moeten weer compacter worden en een duidelijke hiërarchische ordening in hun presentatie aanbrengen. Ze moeten tegelijkertijd vooral ook leesbaarder en toegankelijker worden en meer aan uitleg en analyse doen. Kranten moeten eigendom zijn van uitgevers die begrijpen dat een krant niet alleen een commercieel product is maar ook een cultuurdrager. Een concern als PCM (uitgever van de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw) is een ‘jammerlijke mislukking’. En kranten moeten, tot slot, investeren in de kwaliteit en omvang van hun redacties. Dat moeten centers of excellence worden.
Na lezing van dit sympathieke boekje is een plechtig ja en amen op zijn plaats. Kranten spelen als cultuurdragers een onmisbare rol in een parlementaire democratie en aan de kwaliteit van kranten, en weekbladen natuurlijk, kunnen alleen maar de hoogste kwaliteitseisen worden gesteld.
Toch valt er ook wel wat te zeuren. Uit dit boekje rijst het beeld op van een krantengeschiedenis die eigenlijk betrekkelijk eenvoudig is verlopen. Eerst waren er de kranten en omroepen die niet vrij en zelfstandig waren omdat ze onderdeel uitmaakten van een zuil. Na die ontzuiling is het een jaar of twintig, dertig goed gegaan. Redacties waren soeverein en de pers was pluriform. Toen, zo eind jaren negentig, ging het echter weer fout, door de komst van internet, de bloggers, Metro en Spits. De ontworteling die de politiek raakte, kreeg ook de journalistiek in haar greep.
Maar dit beeld klopt niet. Na de ontzuiling is de afhankelijkheid van de bestuurlijke elites van de zuil niet ingeruild voor vrijheid en onafhankelijkheid maar voor een geheel nieuw soort afhankelijkheid: van de macht als zodanig. Iedereen die het Binnenhof kent, weet dit: journalisten en Kamerleden voeren dagelijks een baltsdans met elkaar op omdat ze er alle belang bij hebben om elkaar te vriend te houden.
Dit conglomeraat van politici en journalisten heeft verhinderd dat er in Nederland ooit een werkelijk pluriforme pers is ontstaan. Zoals de politiek homogeen was, links van het midden en alleen in haar politieke correctheid radicaal, zo weerspiegelden de media deze verhoudingen. Die totale verwevenheid blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat PCM niet alleen de drie belangrijkste Nederlandse dagbladen herbergt, maar zelf grotendeels eigendom is van de Stichting Democratie en Media, dat een soort PvdA-dependance is. Bij een andere eigenaar, de Stichting de Volkskrant, benoemt de FNV twee van de acht bestuursleden.
Het was dan ook geen wonder dat alle krantenredacties werden overvallen door de opkomst van Pim Fortuyn en het hardnekkige onbehagen dat hij loswoelde. Zo goed functioneerden de media blijkbaar niet. En daarom is het ook onjuist om alleen maar de negatieve gevolgen van alle recente ontwikkelingen te benadrukken. Zonder internet, bloggers en commerciële televisie – en vooral dankzij de druk die deze nieuwe media hebben uitgeoefend – zouden de kranten waarschijnlijk nog altijd weinig van de lessen van de afgelopen jaren hebben geleerd.
Oosterbaan en Wansink bepleiten een ‘verlicht paternalisme’. Evenals Thorbecke beschouwen zij de krant als een ‘bron van algemene onderrichting’. Daarom verwerpen zij het adagium ‘u vraagt, wij draaien’, en kiezen zij voor de slogan ‘wij weten wat u moet weten’. Op zich is dat prachtig. Maar als al die journalisten die zo goed weten wat wij moeten weten allemaal links van het midden zitten, terwijl de meerderheid van de Nederlandse bevolking zich heel ergens anders ophoudt, dan wordt vroeg of laat het gemor hoorbaar. Vroeger konden de morrenden nergens heen, nu beginnen ze een eigen weblog. Er heerst in Nederland tot op de dag van vandaag een enorme hypocrisie op dit punt.
Bovendien is het slechts hier en daar dat de lessen van de Fortuynrevolte zijn geleerd. Het grote probleem is dat er nu ook in de wereld van de media een even groot zwart gat dreigt te ontstaan als in de politiek. In de politiek gaapt dat gat tussen het politieke centrum enerzijds en de geradicaliseerde vleugels anderzijds. Kerkhistoricus Henk Hagoort, voorzitter van de raad van bestuur van de publieke omroep, heeft meermalen gezegd dat de actualiteitenrubrieken van de publieke omroep zich meer moeten inspannen om de ‘buitenstaanders’, dat zijn de Telegraaflezers en aanhangers van Wilders en Verdonk, te bedienen. Ronald Sörensen loopt op dit moment op Rotterdam op straat handtekeningen te verzamelen voor een Populistische Omroep. Dat is zowel triest (omdat het nodig is) als hoopgevend (omdat het initiatief wordt genomen). Zolang kranten, radio en tv in meerderheid blijven denken dat rechts per definitie onfatsoenlijk is en daarom binnen het publieke bestel geen plaats verdient, ligt radicalisering op de loer.
Alle fraaie woorden van journalisten als Wansink en Oosterbaan ten spijt, maken zij deel uit van een wereld die een situatie creëert waarin de stem van de straat niet wordt verheven maar geëxploiteerd, zowel in de politiek als in de media.
N.a.v.: Warna Oosterbaan en Hans Wansink
De krant moet kiezen: de toekomst van de kwaliteitsjournalistiek
Prometheus € 19,95
*(eerder verschenen in HP/De Tijd)
25.11.08
Kerk en staat bij Rutte's VVD
Mijn column in de Elsevier van deze week gaat over de pogingen van Mark Rutte om duidelijk te maken dat zijn partij de joods-christelijke traditie omarmt.
'... Rutte is niet alleen druk bezig zichzelf als de optimistische "groen-rechtse" politicus neer te zetten, maar heeft ook een nieuwe beginselverklaring geschreven die twee weken gelden na wat aanpassingen op de ledenvergadering van de VVD is aangenomen. Daarin heet het dat de mens een sociaal wezen is. Het gaat daar ook weer over een "bezielend verband", over de cultuur en de "bijbehorende normen" van onze samenleving. En die normen vinden hier in Nederland hun oorsprong in "de joods-christelijke traditie, het humanisme en de Verlichting. Deze beschavingsfundamenten vormen samen met de Nederlandse taal, de vaderlandse geschiedenis en de Grondwet de grondslag voor onze nationale identiteit".
We zouden kunnen zeggen dat Frits Bolkestein via de beginselverklaring van Rutte het gevecht in de VVD tegen de Hans Dijkstallen alsnog heeft gewonnen.
Maar nog is Rutte niet tevreden....'
Lees de rest van mijn column in Elsevier. Abonneren kan hier.
'... Rutte is niet alleen druk bezig zichzelf als de optimistische "groen-rechtse" politicus neer te zetten, maar heeft ook een nieuwe beginselverklaring geschreven die twee weken gelden na wat aanpassingen op de ledenvergadering van de VVD is aangenomen. Daarin heet het dat de mens een sociaal wezen is. Het gaat daar ook weer over een "bezielend verband", over de cultuur en de "bijbehorende normen" van onze samenleving. En die normen vinden hier in Nederland hun oorsprong in "de joods-christelijke traditie, het humanisme en de Verlichting. Deze beschavingsfundamenten vormen samen met de Nederlandse taal, de vaderlandse geschiedenis en de Grondwet de grondslag voor onze nationale identiteit".
We zouden kunnen zeggen dat Frits Bolkestein via de beginselverklaring van Rutte het gevecht in de VVD tegen de Hans Dijkstallen alsnog heeft gewonnen.
Maar nog is Rutte niet tevreden....'
Lees de rest van mijn column in Elsevier. Abonneren kan hier.
Subscribe to:
Posts (Atom)